HET VERDWENEN ERFGOED UIT HET STADHUIS VAN DEN BRIEL

GEDENKRAAM DOOR  ALGEMEEN NEDERLANDSCH VERBOND IN 1922 AAN DEN BRIEL GESCHONKEN.

HET MIDDENSTUK STELT DE KONINKLIJKE FAMILIE VOOR

STAANDE OP HET BORDES VAN HET STADHUIS,

TERWIJL DE KONINGIN DE WOORDEN SPRAK:

“IK BEN ER GROOTSCH,

ZEER GROOTSCH OP NEDERLANDER TE ZIJN.”

door Rens van Adrighem

Het Stadhuis aan de Markt, werd tussen juli 1995 en voorjaar 1996 ingrijpend verbouwd ten behoeve van het Tromp Museum dat zo nodig omgebouwd moest worden tot een ‘geklimatiseerde  folder’, met stalen trappen en glazen deuren en de nieuwe naam:

“Historisch Museum Den Briel” kreeg, waarmee de toegang tot het museum verplaatst werd naar de Markt.


Zo nu blijkt is het gebrandschilderde glas-in-lood raam, dat zich bevond achter het raam in de zijgevel aan de Koopmanstraat en aangeboden werd door het Algemeen Nederlandsch Verbond in 1922 ter gelegenheid van de 1 april viering in dat jaar, om onverklaarbare reden verwijderd en niet meer terug geplaatst.


Een beschrijving van het raam staat in de "Historische Gids voor Den Briel" van

Joh. H. Been, uitgegeven door D. Moerman te Den Briel. Op pagina 10 staat te lezen:

"In een der ramen van de Raadzaal hangt een medaillon (geschenk van het Algemeen Neederlandsch Verbond) voorstellende Koningin Wilhelmina, sprekende tot het volk

op 1 April 1922. Op het podium bevinden zich nog, behalve de gehele Koninklijke familie, van rechts naar links de Burgemeester (mr. F.J.D.C. Egter van Wissekerke), de onder-voorzitter der Feestcommissie (notaris L.P. van den Blink) en de Gemeente-secretaris

(C.J. van den Ban)".


Aard Heijmans, een geboren Briellenaar die in de jaren zestig op het stadhuis werkte,

is al een hele tijd opzoek naar dit op vreemde manier verdwenen waardevolle kostbare historische erfstuk. Overal waar hij aanklopt, krijgt hij echter nul op het rekest.

Niemand kan hem vertellen waar het onderhavige raam gebleven is. Het laatste wat er

van het raam bekend is, is dat het op de zolder van het Arsenaal werd opgeslagen.


Dit is echter nog niet alles. Puttend uit herinneringen van diverse personen komen ook andere verdwijningen naar boven:


In de hal van het Stadhuis is volgens Briellekenner Adri van Hulst, het kleurrijke mozaïek, vervaardigd door mevrouw Sia Bakema, dat met symbolische figuren het oud en nieuwe Den Briel in de periode 1947-1955 toonde en zich aan de linkerzijde op de muur bevond, wel behouden gebleven, maar weg getimmerd. De bekende Briellenaar Aren van der Vlugt vermoedt echter dat het is uit-gehakt en met het puin is afgevoerd.

(Het was overigens niet zo’n geweldig kunstwerk.)

De nieuwe entree geeft thans een erg rommelige - een historisch gebouw onwaardige - indruk bij binnenkomst.


In de achter het Stadhuis gelegen kamer (kantoor van de gemeenteontvanger, de heer A.P. de Weijer) bevond zich een paneelwerk - stijl 1792 - een grijs geschilderde houten betimmering. In dit vertrek waren ook 2 Napoleonfiguren, gebruikt als kapstokhaken.


Op de 1e verdieping in de ruimte voor de raadzaal stond een grote houten kast met een jachttafereel als beeldhouwwerk. De kast staat er nog. De inhoud, zijnde perkamenten boekdelen (resolutieboeken) met de handelingen der Staten van Holland uit de 16e, 17e en 18e eeuw staan er echter niet meer in.

Dan de Raadzaal op de 1e etage: Ook daar verdwenen een klok, geschonken door het gemeentepersoneel en Delftsblauwe borden. Het imposante meubilair van toen is vervangen door "Ikea-achtige" meubelen.


De Burgerzaal op de 2e verdieping, werd in 1984 "vertimmerd" tot wethouderkamer.

Ook daar verdween een waardevol erfstuk, een wandkleed vervaardigd en geschonken door de Brielse vrouwen ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van HM Koningin Wilhelmina. Het kleed had een beige achtergrond met toren en beeltenis van een

stede maagd en facetten uit het leven der vrouw.


Dit is alleen al, wat enkelen weten dat er verdwenen is. Het zal dus niemand verbazen

als er nog meer blijkt 'zoek geraakt' te zijn. Er kan niet anders geconcludeerd worden,

dan dat op zijn zachts gezegd, er onaanvaardbaar is omgegaan met Brielles erfgoed.

Op zijn minst mag de Briellenaar op enige openheid rekenen als men zich afvraagt wat

er met deze voor Den Briel zo belangrijke historische erfstukken gebeurd is.

Tot op heden mocht dit echter niet zo zijn en blijft men tasten in het duister.

Aard Heijmans kwam onlangs na lang zoeken een herdenkingsboek van de vereniging

- die destijds het gedenkraam heeft geschonken - op het spoor bij een antiquair in Den Haag

en daar stond een foto van het raam in. Het boek heeft hij geschonken aan de Vereniging Vrienden van het Historisch museum Den Briel.

Zij hebben het weer in bruikleen gegeven aan het museum.


Naar aanleiding van vragen is er enige aandacht aan dit onderwerp gegeven in

De Brielse Mare van april 2009. De gemeente Brielle heeft op vragen van de Vereniging Vrienden van Historisch Museum Den Briel geantwoord dat zij ook niet weten waar het raam gebleven is.

Er worden hier en daar wat vermoedens geuit over mensen ‘die er meer van moeten weten’, maar een beschuldigende vinger naar iemand wijzen is niet mogelijk.

Toch zal het niemand verbazen als er t.z.t. een en ander opduikt.

Er blijft dus naarstig gezocht worden naar aanknopingspunten door geïnteresseerde Briellenaren die de verdwenen erfstukken en in het bijzonder het raam, boven water willen krijgen en niet van opgeven willen horen.

Het lijkt wel of er tegenwoordig helemaal geen respect meer is, voor wat men Den Briel

heeft nagelaten. Briels Historisch Erfgoed dient men te verzorgen en te behoeden voor vernieling of verdwijning. Dat zijn we als Briellenaren aan onze nazaten en ons ‘klein maar dapper Brieltje’ verplicht.

Mocht u tips hebben, laat het Aard Heijmans weten, of meld het in mijn Gastenboek

zodat ik het door kan geven.

(Indien gewenst zonder naamsvermelding.)

Rens van Adrighem


Met dank aan Aard Heijmans

VERDWENEN ERFGOED

NAAR: Site inhoud

NAAR: Gastenboek

2 september 2009 schreef Aard onderstaande brief aan B&W.


Geacht college,

 

Zoals u wellicht uit diverse bronnen vernomen hebt ben ik, samen met anderen, op zoek naar het verdwenen glas-in-lood-raam uit het Stadhuis.

Inmiddels heb ik contact gehad met diverse personen. Helaas nog niet met als resultaat dat het raam gevonden is.

Wel is mij duidelijk geworden, dat er van gemeentezijde destijds twee personen bij de verbouw betrokken zijn geweest die wellicht meer duidelijkheid kunnen verschaffen.

Deze personen zijn: de heer J. Kwakernaak, directeur gemeentewerken en de heer de Reus (functie onbekend).

Het zit mij hoog, dat een dergelijk stuk cultureel erfgoed, notabene een geschenk!, zomaar verdwenen kan zijn in een stad als Brielle, waar de historie toch een prominente plaats inneemt.

Graag wil ik u verzoeken bij beide genoemde heren (en eventuele andere bronnen) te informeren naar de verblijfplaats van het raam en/of wat er met het raam gebeurd is.

Ik durf niet te geloven dat het destijds zomaar in de afvalcontainer terecht gekomen is.

Ik doe dit beroep op u, in het besef dat ook op u de morele plicht rust dit erfgoed terug

te vinden. Immers het was een geschenk aan de gemeente Brielle en het had een prominente plaats in een van de ramen van de gemeentesecretarie aan de zijde van de Koopmanstraat.

Men mocht toch verwachten dat de gemeente "als goed huisvader" e.e.a. zou beheren!

 

Graag verneem ik uw bevindingen.

 

Met vriendelijke groet,

A.M. Heijmans


Ook schreef hij de aannemer aan die de verbouwingswerkzaamheden heeft verricht.

Zodra er meer nieuws is, kunt u er hier kennis van nemen.

6 Februari 2010 kreeg Aard eindelijk antwoord van de gemeente Brielle op zijn brief van 2 september 2009. Een antwoord waar men niet blij van wordt. Ongelooflijk dat men op zo’n manier omgaat met Brielles erfgoed.

Aard antwoordde daar als volgt op:

Het is dus afwachten of de gemeente Brielle dit idee van Aard oppikt.

Dat het raam ooit nog boven water komt valt sterk te betwijfelen.

Betreft:verdwenen raam stadhuis


Wethouder voor recreaties-toerisme-musea

de heer D. Verbeek

Gemeente Brielle

Postbus 101

3230 AC BRIELLE


Hellevoetsluis, 22 oktober 2010.



Mijnheer Verbeek,


Bij de laatste ledenvergadering van de Vereniging Vrienden van het Historisch Museum Den Briel was u, als net geïnstalleerde wethouder, aanwezig.


U verklaarde daarbij de historie van Brielle een warm hart toe te dragen. Ik ben daar tijdens de rondvraag op ingegaan door uw hulp te vragen bij het terugvinden van het verdwenen raam uit het Stadhuis aan de Markt in Brielle. Ik vroeg u iemand te faciliteren om onderzoek te kunnen verrichten in de archieven van het Algemeen Nederlands Verbond (de schenkster van het bewuste raam). Ik noemde daarbij de namen van de streekarchivaris en het hoofd van het museum. Maar wellicht zijn er anderen die dit bekwaam kunnen doen. U hebt bij die gelegenheid toegezegd een en ander te regelen. Helaas is daar, bij mijn weten, nog geen invulling aan gegeven.


Voor uw informatie, hier gaat het over:

Al geruime tijd ben ik op zoek naar het glas-in-lood herdenkingsraam dat in 1922 geschonken is door het ANV aan de gemeente Brielle. Dit raam bevond zich in een van de zijramen van het stadhuis aan de zijde van de Koopmanstraat. Bij de verbouwing in 1995-1996 is dit raam verdwenen.


Dit raam is een geschenk geweest aan de gemeente Brielle. Een zeldzaam cultureel-historisch stuk erfgoed. De gemeente is verantwoordelijk voor het verdwijnen.


Nu in het masterplan voor het museum gesproken wordt over eventuele overdracht van de eigendommen van de Vereniging vrienden van het historisch museum Den Briel, treft het mij temeer dat er door de gemeente Brielle nog steeds niet adequaat gezocht wordt naar dit verdwenen stuk erfgoed. Het zal u dan ook niet verbazen als ik u zeg, dat ik mij zal verzetten tegen deze overdracht en ook mijn medeleden zal trachten te overtuigen van het feit, dat overdracht van de verenigingseigendommen aan de gemeente geen goed plan is.


Ik heb ook aangegeven het voortouw te willen nemen bij een eventuele inzamelingsactie tot het verkrijgen van gelden voor het laten vervaardigen van een replica. Maar daarvoor is bovengenoemd onderzoek van belang. Immers zonder tekeningen e.d. is het vervaardigen van een replica niet mogelijk. Maar een duidelijke oproep (van de gemeente Brielle) aan inwoners van Brielle en verder in Nederland voor duidelijke foto's, wetenswaardigheden, enz. kan ook informatie opleveren. Of wat dacht u van een programma als "Opsporing verzocht".  Met mij zijn namelijk velen van mening dat het raam wellicht gewoon gestolen is. Daarbij worden zelfs namen genoemd. Deze namen kan ik uiteraard, door gebrek aan hard bewijs, niet noemen. Maar dat het raam vernietigd is, is hoogst onwaarschijnlijk. Mede gelet op uitspraken van de uitvoerder en aannemer van destijds. Zij verklaren dat het raam, in opdracht van de gemeente Brielle, samen met andere herbruikbare spullen afgevoerd is, teneinde bewaard te worden. Reden temeer voor de gemeente om zich aangesproken te voelen! Iets laten bewaren en er verder onvoldoende toezicht op houden, waardoor het onderhavige goed onvindbaar wordt, is natuurlijk geen daad om trots op te zijn.


Op 1 april 2012 is het 440 jaar geleden dat Den Briel door de Watergeuzen werd ingenomen. Een feit dat over de hele wereld bekend is. Een feit waarmee Brielle ook nu nog fier tracht de aandacht op zich te vestigen. Prima! Maar laten we dan zorgen dat bij de 440-jarige herdenking het raam weer terecht is, of dat de replica geplaatst is.


Op 24 november aanstaande is er weer een vergadering van de Vereniging vrienden van het Historisch museum Den Briel. Ik reken er op, dat ik op die vergadering kan mededelen dat u uw belofte van april 2010 gestand gedaan heeft en er inmiddels iemand aangewezen is onderzoek te verrichten en de gemeente Brielle alles zal doen om het raam terug te vinden of een replica te laten vervaardigen. Hierboven heb ik u een aantal mogelijke opties voor actie gegeven.


Ik vertrouw erop dat u mijn vertrouwen niet zult beschamen, zodat ik de vergadering op 24 november een positief geluid kan laten horen.



Met vriendelijke groet,


(A.M. Heijmans)

De gemeente Brielle blijft zwijgen in alle talen. Aard Heijmans stuurde onderstaande brief.

Tot op heden is er nog niets vernomen.