Voor het licht beschikte hij over de heren Arie van Eendenburg van het GEB en Kuperus die werkzaam was bij de Delta werken, en de kilometers kabel, schijnwerpers en weerstanden aanleverde. Er was meer licht dan dat er ooit bij de toen bekende Taptoe Delft gebruikt was. Buiten het podium en het decor werd ook de St. Catharijnekerk, die een belangrijke rol speelde in het stuk, volop in het floodlight gezet. Op de toren waren vuren in de vorm van fakkels die op gas werkten gemaakt door loodgieter Noordzij. Op de grond aan de voet van de toren waren de lampen opgesteld waarmee de gloed van de in brand staande Noordpoort werd weergegeven, alsmede de daarbij horende rookeffecten, die ik mocht bedienen. Tevens had ik in het spel de onbeduidende rol van Roobol. Mijn tekst bij het binnenkomen van Treslong was: "Hij schijnt welkom te zijn", een tekst die me voor altijd bij zal blijven. Evenals overigens de teksten van de overige rollen. Toen kon je deze allemaal wel dromen dus is er veel blijven hangen. Het gebrek aan watergeuzen werd op het laatste moment opgelost door een 50-tal Zuidlanders. Alle kostuums werden gehuurd in Rotterdam bij een toneelkleding bedrijf. Ik zie nog de grote kisten staan in de OLS waar we ook allemaal geschminkt en van baarden en snorren werden voorzien.

De 1 aprilvereniging had in 1961 besloten tot een groots opgezette viering in 1962, omdat het dan 390 jaar geleden was dat de Inname van Den Briel door de Watergeuzen plaats vond. Frans Spuijbroek uit Hellevoetsluis werd gevraagd een op de historie gebaseerd openlucht spel te schrijven. Zo ontstond het klank en lichtspel: ‘In naam van Oranje’. Dagen en nachten is hij aan het schrijven geweest om het uiteindelijke meesterwerk te vervolmaken. Het klank en lichtspel, gaf op meesterlijke wijze de zwart-wit tegenstellingen en onderdrukking en bevrijding van het Brielse volk weer. De symboliek sprak vooral duidelijk bij de dialoog tussen de bloeddorstige admiraal Lumey, die de moord van vele priesters op zijn geweten heeft met daar tegenover de edelmoedige Treslong, vlootvoogd, die zijn vaderstad voor de ondergang wilde sparen en daarmede het edele boven wraakgevoelens stelde. Na het verdelen van de rollen onder een vijftig tal Briellenaren, werd er intensief gerepeteerd. Eerst in het speellokaal van de kleuterschool, en later in de burgerzaal van het stadhuis. De meesten hadden wel wat toneel ervaring, maar Spuijbroek was niet snel tevreden. Hij wist uit zijn spelers het aller beste te halen.

Voor het spel was een een gotische gevel van 12 meter hoog en 9 meter breed nodig. En in totaal 150 spelers. Ik mocht Frans Spuijbroek assisteren bij het timmeren en schilderen van het decor in bouwloods van de Technische school. Eerst werden de panelen van drie bij vier meter, die bestonden uit een latten frame met daarop jute bespannen, geverfd met een bezem in de kleur grijs. De verven maakten we zelf met pigmenten in poedervorm en bindmiddelen. Daarop werden de stenen geschilderd met kwasten van een meter lang, langs een rij (een soort liniaal) met een steel van een meter lang, waarbij met verschillende kleuren gewerkt werd zodat een mooi steen effect bereikt werd. Daarna werden de kozijnen en de ramen met bogen erboven geschilderd. Al met al was dat een hele ervaring voor mij als jongen van veertien jaar. Een ervaring die mij mijn hele leven goed te pas is gekomen.

Alleen deze twee krantenfoto’s uit mijn archief zijn de enige beelden die overgebleven zijn, van dit voor Den Briel grootse 1 aprilgebeuren.

Na vele weken van repeteren eerst in de raadszaal van het stadhuis en later in de  kleuterschool in de venkelstraat, werden alle gesproken teksten in januari 1962 opgenomen op een geluidsband in een studio in Rotterdam. Het spel werd namelijk play-back opgevoerd op het St. Catharijnehof. Daarbij werd Spuijbroek bijgestaan door Jan Beesemer.

Het rammeien van de poort was zo goed bevallen, dat besloten werd de inname op 1 april definitief door te zetten. Er werden voor de viering in 1967 twee dagen uitgetrokken. 31 maart en 1 april. In tegenstelling tot het jaar hiervoor toen enkele mensen zomaar het plan opvatten zich in middeleeuws kostuum te steken zonder ook maar een ogenblik aan organiseren te denken, werd nu wel het een en ander georganiseerd. Door bemoeienissen van 1 april-vereniging, belangenvereniging en VVV, werden bepaalde lijnen aangebracht.

Treslong (Jan Monquil) en Lumey (Cor Dedert)

Dirk Bravenboer, gevangen genomen

geestelijke en burgemeester Koekebacker:

Arie Pothof.

Ook in 1969 werden er zelfs vier dagen op het programma gezet. Een rammeiploeg, kanonnenploeg, kogelploeg, hellebaardiers, vaandeldragers, geestelijken en poorters en poorteressen werden beetje bij beetje gevormd. Vooral Cok Smit zette zich daar met hart en ziel voor in.

In 1966 werd een experiment genomen door bestuursleden van de winkeliers belangen-vereniging, de VVV, de 1 aprilvereniging, en een groot aantal spelers van het spel in 1962, om de Inname van Den Briel gestalte te gaan geven. Er werden allerlei acties ondernomen om de bevolking in historische kostuums te krijgen, en dat lukte ook.

Maandag 1 april had de politie zijn handen vol om de toegestroomde belangstellenden bij de Langepoort en op de Markt, waar de reconstructie van de inneming plaats had, in toom te houden. Om twee uur werd de poort gerammeid. De deuren van de Langepoort, die ditmaal van steviger materiaal waren vervaardigd door Cok Smit, Henk Grootveld, en Henk Steenbergen, boden tijdens het rammeien behoorlijk weerstand. Toen uiteindelijk de deuren het krakend begaven, ging een enorm gejoel op. Begeleid door tromgeroffel van het vendel begon de zegetocht door de stad naar de Markt waar voor het stadhuis, werd tegen drie uur onder regie van Frans Spuijbroek de overgave- scène gespeeld. De belangstelling was enorm.

In 1968 tikte Cok Smit een kanonsloop op de kop om een affuit op wielen te maken zodat een fraai kanon voor de inname tot stand kwam.

Vooral zondags, toen er een tv-reportage op zaterdagavond te zien was geweest, en de aandacht die Bert Garthof op zondagmorgen aan de 1 aprilfeesten in Den Briel gaf, werd de stroom belangstellenden zo groot, dat de auto’s halverwege de Oostvoornseweg en langs de singels geparkeerd stonden. De Brielse burgerij had van deze zondag niet zo veel verwacht, maar bij het zien van al die toeristen trok iedereen gehaast zijn kostuum aan en ging de straat op. Het werd een daverend succes, en ons stadje en de 1 aprilviering waren landelijk op de kaart gezet.

Jos Bels en Bas Pothof gezeten op een oude hooi-kar en begeleid door Ton van Eendenburg op de gitaar, verzamelden met hun dolle gezang en smoelentrekkerij een grote massa mensen om zich heen. 

DE INNAME

Dat jaar werden er zelfs drie dagen uitgetrokken voor de viering. Zaterdag, zondag, en maandag 1 april.

Joop Racké ging dat jaar voor het eerst als viswijf met een handkar met vis Den Briel in en trok enorme belangstelling.

Het geuzenvendel voor de poort.

De rammeiploeg met voorop Klaas van der Steen en rechts Robol (Cor van der Blink)

Hoofdkanonnier Henk Grootveld.

Fons Löbker, Jos Bels

als rentmeester,

De koster en Arie Luyendijk.

Joop Racké ging dat jaar als bedelende bultenaar de straat op en trok veel bekijks.

De man met de hakbijl:

Henk Steenbergen als Rochus Meeuwiszoon.

De middenstandsvereniging zorgde voor wachthuisjes bij de Kaaipoort en bij het begin van de Nobelstraat, waar door een Spaans vendel regelmatig de wacht afgelost werd. ‘s Avonds werd er een lampionnen optocht gehouden. Een zeer geslaagd programmapunt was het feest voor de jeugd in de sloepenloods. Het was er zaterdags zo druk dat er niemand meer bij kon. Men schatte het aantal bezoekers op 1500. Ook de zondag en op dinsdag was er het nodige te beleven. Maandag 31 maart joeg een storm op orkaansterkte door de Brielse straten en bleef iedereen die niet op straat hoefde maar liever binnen want het regende ook nog pijpenstelen.

Hoofd kanonnier Henk Grootveld zorgde de dag vóór 1 april voor paniek, door te melden dat het loodzware kanon gestolen was. De volgende dag bleek dat het om een zelf bedachte grap ging en verscheen hij gewoon met het kanon en zijn manschappen bij de poort voor de bestorming.

Dinsdag 1 april begon met een reünie van oud-Briellenaren in de Waag. Adriaan Zoetemeijer was daar de gastheer en er was op de radio een rechtstreekse uitzending. Voor het eerst deed dat jaar de kogelwagen van Adriaan Kruine mee.

De Nymph was na afloop het trefpunt van de 1 aprilvierders. Al snel werden daar kurassen en hellebaarden geruild voor flessen jenever, wat natuurlijk nooit had mogen gebeuren. Nagepraat werd er ook volop. Drie leden van de middenstandsvereniging hadden zich ongevraagd, en zonder zich aan te melden, onder de inname groep gevoegd. Dat werd dus niet getolereerd en ze werden er dan ook door Coppelstock Cok Smit en Hoofdkanonnier Henk Grootveld uit gedonderd. ,,Als ze nou gezegd hadden tevoren dat ze mee wilden lopen, was er niks aan de hand geweest”, was hun opmerking.

Jan Bazen en Hans de Recht.

De geuzen op het Maarland, op naar het stadhuis.

Treslong (Jan Monquil) en Lumey (Cor Dedert) voorop.

De eerste rammeiploeg.

Met vlag: de voorzitter van de vvv,

Albert van Adrighem.

Het was zo druk die dag dat je in de Visstraat, Voorstraat, Nobelstraat en op de Markt

over de hoofden kon lopen.

1969

1962

1968

1967

1966

Co en Cok Smit, Maartje Boone, Jos Bels, Jopie en Fons Löbker.

De kanonploeg onder bevel van Henk Grootveld.

Na het rammeien vertrok de stoet via Maarland, Voorstraat, Markt en Wellerondom naar het St. Catharijnehof, waar aan de voet van de Brielsedom de overgave van de stad plaats vond.

Frans Verhoef, Han Roos,

Arie Pothof en Fred Verboom

De familie Van Galen op de vlucht.

Rens van Adrighem

DE BEGINJAREN

Daarna trok men naar het stadhuis waar de geuzenvlag gehesen werd.

Maartje Boone, Jopie Löbker en de

heer en mevrouw Haaksman.

GEUZEN VAN HET EERSTE UUR

Fons Löbker en Jos Bels.

Een paar apart.

  Herinneringen aan de 1 aprilvieringen

IN NAAM VAN ORANJE

HET SLOEG AAN

LANDELIJKE BEKENDHEID

Na het hijsen van de geuzenvlag klonk het “Drinke, drinke, drinke totteme zinke”, op de melodie van de Bostella, en ging ieder zijns weegs. De basis voor de viering zoals hij de komende jaren gevierd zou gaan worden was gelegd.

BIJNA VOLTOOID

NAPRAAT

HOOFDSTUK 1

KLANK EN LICHTSPEL

Er mag gerust gesteld worden dat dit gebeuren heel wat los gemaakt heeft in Den Briel. De jaren daarna heeft men langzaamaan de bevolking warm weten te maken een kostuum te maken en deel te gaan nemen aan de festiviteiten. Mijn moeder vervaardigde voor mij van oude bruine velourgordijnen en wat kantwerk een fraai kostuum.

Op 27 mei kon eindelijk de kleurrijke opvoering plaats vinden. Al enkele keren was het door slechte weersomstandigheden uitgesteld geweest. Deze avond hadden we geluk. Het dramatisch gebeuren van 1 april 1572 werd opnieuw uitgebeeld en men kon kennis maken met de toenmalige situatie in Den Briel met beruchte en minder beruchte figuren die voor de geschiedenis van het stadje een belangrijke rol speelden. Coppelstock de veerman en de sinistere baljuw, afgezant van Alva, Lumey, de beul, de toenmalige burgemeesters, leden van de geestelijke stand, poorters, poorteressen en de geuzen. Met het zingen van een danklied in de St. Catharijnekerk, de verdwijning van Lumey met zijn boze plannen in het duister en de schim van de radeloze vrouw die tevergeefs haar kind zoekt, eindigde dit grootse klank-en lichtspel, het spel van wit en zwart, het spel van goed en kwaad. In de Burgerzaal van het stadhuis werden na afloop Frans Spuijbroek en zijn medewerkers en de ca. 150 spelers en figuranten bedankt door burgemeester M. van Zwieten. In zijn slotbeschouwing kreeg ik van Spuijbroek een groot compliment.

Op de avond van Hemelvaartsdag is het stuk met groot succes nogmaals opgevoerd.

Rens van Adrighem

Oud-Briellenaar

1961

Voor het rammeien van de poort werden er stevige deuren, tekst en een draaiboek gemaakt.

De stemmen werden op geluids-band opgenomen om te kunnen play-backen.

Cok Smit en Jan Beesemer deden de regie.

SERIEUZE AANPAK

In de vroege morgen van 1 april werd de Langepoort, die van primitieve deuren was voorzien, met een scheepsmast gerammeid.

Met het luiden van de nood-klok van het stadhuis zette de geuzenploeg zich in beweging naar de Lange poort, die om 2 uur onder groot gejuich gerammeid werd.

31 maart stond in het teken van de jeugd. Allerlei spelletjes werden er georganiseerd voor de jeugd, en in de avond een lampionnen optocht.

Een gedeelte van het klank- en lichtspel In naam van Oranje uit 1962, werd onder regie van Frans Spuijbroek ingestudeerd in het oude veilinggebouw aan het Slagveld.

Op 1 april werd in het Stoomgemaal bij Cok Smit begonnen met het grimeren en baarden en snorren aanplakken bij zo´n 80 personen, door Frans Spuijbroek waarbij ik hem assisteerde.

Na de overgave van de stad vond er volkszang en carillonspel door Jac. Klok plaats. Om drie uur werd er na een korte toespraak door de burgemeester een krans gelegd bij het 1 april-monument. ’s Avonds was er een show op de Markt van showband “Cristina” uit Spijkenisse.

Daarna begaf de stoet zich naar het stadhuis, waar op het bordes een gedeelte van het spel:

In naam van Oranje, onder regie van Frans Spuijbroek werd opgevoerd.

Briellenaar Bram van Leeuwen maakte als eerste kurassen en helmen.

Onder leiding van Henk Steenbergen met Henk Grootveld, Jan Smit, Cok Smit en zijn zoon Jac. Smit, Rinus Souge en Bram van Leeuwen werd het kanon gebouwd.

1959

DE KALKNACHT

De nacht van 31 maart op 1 april staat in Den Briel bekend als de Kalknacht. Op de zeer vroege morgen van 1 april gaan Briellenaren met een emmer kalk en kwast de straat op, om op ramen van huizen en winkels grappige zinnen te kalken. Jaren lang is niet duidelijk geweest waarom en door wie dat ontstaan is.

In het verleden werd je op 1 april nogal eens in het ootje- of anders gezegd: in de maling genomen, ‘Je veter zit los...! Je hebt verf aan je jas, of een gat of scheur in je broek’ en kreeg dan als je dat controleerde ‘1 APRIL !’ toegeroepen. Ook werd je ‘te kakken gezet’, als je er op uitgestuurd was voor een aardbeienladdertje en je belazerd voelend terug kwam bij de opdrachtgever.

Het kalken had om die reden een hoog 1 aprilgehalte. Het kalken moet je zien als het maken van 1 aprilgrappen en dat je dingen kwijt kon, die je normaal niet kon uiten en waar een ludieke draai aan werd gegeven. De gedachte als kalker was: ‘Toen u onder de klamme lappen lag te snurken, kalkte ik deze tekst op uw raam en u weet niet wie de dader is.’

Toen ik in 1959 met het kalken begon 1 april werd nog niet gevierd. Er was alleen een kranslegging bij het monument bij de restanten van de Noordpoort. Dat zal een van de redenen zijn geweest dat ik op het idee kwam een paar dagen voor 1 april een ‘scheepsmast’ bij het 1 aprilmonument te plaatsen. Het 1 aprilvirus zal toen in mij toegeslagen zijn en wilde ik meer aandacht voor de voor Den Briel zo belangrijke 1 aprilgeschiedenis.

Ik ging dat kalken altijd alleen doen, maar in latere jaren kwam ik onderweg altijd wel enkele vrienden tegen, die ik teksten gaf om te kalken. De meeste teksten werden wel door mij gekalkt, want Ik kon dat nog al snel flikken. Dat moest wel, want er was altijd politie op de been en je wilde niet dat andere zagen dat je aan het kalken was.

Tot 2013 was ik er altijd vanuit gegaan dat ik met het kalken een oude traditie voortzette. Maar na een onderzoek van journalist Nico de Vries bleek na lang kraken van mijn hersenen, dat ikzelf de aanstichter van het kalken ben geweest. Het waarom ik begon met het kalken van 1 aprilteksten op de straat zal ook te maken hebben met de beelden op tv van de Toer de France, waar te zien was dat er teksten op het wegdek geschreven waren. Dat ik dat op ramen van winkeliers ben gaan doen zal er mee te maken hebben dat dat op ruiten sneller gaat dan op straatklinkers en de teksten daardoor ‘gerichter’ werden.

Het complete verhaal over de Kalknacht staat te lezen op:  De Kalknacht

Het werkte zo aanstekelijk dat iedereen in Den Briel mee wilde doen om dit initiatief voor de komende jaren op te bouwen naar een climax in het jaar 1972.  

NAAR: Hoofdstuk 2

   Startpagina  1 april    |   Hoofstukken:   1    |    2    |   3    |    4    |    5    |    6    |