DE KALKNACHT
Brielse traditie
 

door  Rens van Adrighem

Geboren 18 oktober 1946

Met mijn twaalfde jaar kalkte ik voor het eerst. 1 april werd nog niet gevierd. er was alleen een kranslegging bij het monument bij de restanten van de Noordpoort. Het in mij toegeslagen 1 aprilvirus zal een van de redenen zijn geweest dat ik op het idee kwam een paar dagen voor de eerste april een ‘scheepsmast’ bij het 1 april-monument te plaatsen. Misschien wilde ik meer aandacht voor de zo belangrijke 1 aprilgeschiedenis. Het zien van tv-beelden van wieler-wedstrijden, waar te zien was dat er teksten - van onderandere wielrenners - op het wegdek geschilderd waren, zal de reden zijn geweest dat ik ben gaan kalken.

Op de 31 maart 1959 gooide ik in het schuurtje in onze tuin in de Witte de Withstraat, uit een emmertje met witkalk - die over was van het plafond in de keuken witten - de helft van de kalk over in een leeg emmertje. Samen met een kwast, zette ik de emmer klaar om op de vroege morgen van 1 april een tekst te gaan kalken. Ik deed dat alleen.

DE EERSTE KEER KALKEN

Zonder medeweten van mijn ouders ben ik heel vroeg stiekem uit bed gegaan. Heb de kalk en de kwast uit het schuurtje gepakt en ben naar het Maarland gelopen. Vóór de Julianabrug op het Maarland N.z. schreef ik met grote letters over de volle breedte van de brug op het wegdek de spreuk die je nogal eens hoorde: ‘1 APRIL KIKKER IN ME BIL’. Ik was bijna klaar en begon net met de B van BIL toen Koos van ’t Hof de politieagent die bij ons in de straat woonde, achter mijn rug aankwam op zijn fiets en mij aanriep ,,Hé,... wat is dat?’’ en ik kon mijn witkalk en kwast inleveren en ik kreeg de waarschuwing: ,,Laat ik je niet meer zien!’’ Toch ben ik weer naar huis gegaan om kalk en een kwast te halen om mijn ‘werk’ af te maken. Het was al volop daglicht en het werd al steeds drukker en wilde niet gezien worden, dus ben toen alles er op stond snel naar huis gegaan.

DE JAREN DAARNA

De bottelierskar is ook een keer verdonkeremaand geweest. Op de vroege morgen van 1 april belde Cor de Ronde, die toen in Zwartewaal woonde Frans Verhoef op, dat de kar bij hem voor de deur stond en of hij hem op kon halen.

NIET ALLEEN MAAR KALKEN

KALKVERHALEN

Het was dus niet alleen maar kalken wat er gebeurde op de vroege morgen van 1 april.

We hebben heel wat uitgevreten.

Als authentieke kalker wachtte ik mijn kans af, gesteund door de aanwezigheid van de Nos-televisiereporter Pim Corver. Omstreeks twee uur was de kust veilig, en haalde ik uit mijn binnenzak een blikje witkalk tevoorschijn en in twee tellen stond de tekst: ‘WAT MAAKT HET UIT, KOOP UW KAPOTJES BIJ KRUIT!’ op het raam van de drogist in de Voorstraat.

Bij het schilderen van het uitroepteken ging een raam boven de deur open, en stortte de eigenaar een emmer water over de cameraman, zonder acht te slaan op de verontwaardigde uitroep:

‘Hé...... weet je wel dat die camera vijftigduizend gulden kost!’

We zijn snel naar huis gegaan om de cameraman en zijn camera te drogen. Gelukkig waren de opnamen en de camera niet beschadigd en dezelfde avond zagen we ons zelf terug op de beeldbuis.

In mijn beginjaren was er meestal maar één politie-agent. Later waren er meerderen.

Ik ben altijd alleen het kalkerspad op gegaan, en had altijd binnen de kortste keren omstanders om mij heen, die mij waarschuwden als er politie aankwam.

Teksten verzon ik ter plaatse. Ik had nooit iets voorbereid maar probeerde er altijd wel iets ludieks van te maken. Joop Racké adverteerde altijd met de slotzin:

‘Met de groeten van Joop ’S.’

Daar maakte ik: ‘DE GROETEN AAN JOOP ’S’ van.

Er waren ook winkeliers die mij vroegen een tekst op hun raam te zetten, om te voorkomen dat er schunnige taal kwam te staan op het raam, of dat er een zooitje van gemaakt werd.

Ongeschreven wet was dat je niet over een reeds beschilderd raam ging kalken.


Bij een drogist, bestierd door twee samenwonende dames, kalkte ik de tekst: ‘MEISJE VOOR DAG EN NACHT GEVRAAGD’ op het raam. Daarmee (zonder voor dag en nacht) hadden de dames al maanden geadverteerd in de Nieuwe Brielse Courant. Op zich niets vreemds, maar omdat het twee samenwonende dames waren, kregen sommige mensen andere gedachten bij de vraag naar een meisje.

Heel veel lol en het kat en muisspel tussen ons kalkers en de politie zijn de dierbare herinneringen die ik heb aan mijn kalk-carrière en ging er altijd vanuit dat ik een oude traditie voortzette.

Hoe verrassend was het, dat pas in 2013 gebleken is dat ikzelf de aanstichter van deze traditie ben.

De jaarlijkse 1 aprilvieringen die aanvingen in 1966 en waaraan ik tot 1983 mijn steentje heb kunnen  bijgedragen hebben een grote rol gespeeld in mijn leven.

Het schilderen van teksten is in mijn artistieke leven uiteindelijk een belangrijk onderdeel

van mijn levensonderhoud geworden.

In 2013 heb ik deze site over de Kalknacht samengesteld om het vast te leggen voor het nageslacht.

Op Wikipedia staat staat te lezen dat jongelui onder invloed kalkten. Nou, daar was in mijn tijd nooit sprake van kan ik verzekeren!

Na het overlijden van burgemeester Huurman in 1976, vond zijn opvolger Cor de Ronde het nodig in de krant te melden dat kalken toegestaan was. Dat was voor velen een vrijbrief en toen is het kalken per jaar verder uit de hand gaan lopen. Er werd door enkele onverlaten latex gebruikt inplaats van kalk, waardoor de verf moeilijk te verwijderen was.

Rens van Adrighem

Jávea, Spanje, 15 maart 2013

Voor het laatst bijgewerkt op 15 februari 2016

Herinneringen die weer boven komen van na 1959 toen ik voor het eerst kalkte, dateren uit begin jaren ’60. Na het kalken kwamen we op het idee de Langepoort, Kaaipoort en de Coupure naar de Thoelaverweg af te sluiten. We waren met een man of vijf zes - een van hen was Harry Nobels, zoon van ome Ko de badmeester van het zwembad, die bij de commando’s zat,

In 1972 hebben we een stuk in de krant laten zetten dat het zojuist gemaakte geuzenschip lek was en dat de brandweer op 1 april het schip zou komen leegpompen. Het werd een drukte van belang. Het was echter een ponton van buizen, en er zat geen bodem in dus zag je het water tussen de buizen.

Bij burgemeester Huurman hebben we een paal in zijn tuin gezet met daaraan een bord met de tekst: ‘BRIELLES PISPAAL’ er op. Hij werd nogal tegengewerkt door zijn wethouders had hij mij verteld en vond zich als een pispaal behandeld.

Het veldkanon is ook zogenaamd gestolen geweest kort voor 1 april. Dat was een grap van Henk Grootveld, de hoofdkanonnier zelf. Ze hadden het verstopt in een schuur, en kwamen er op 1 april mee voor de dag. De Politie was tot in Oostvoorne opzoek geweest, uiteraard zonder resultaat.

In 1973 hebben J.P.(een 'Expert') en zijn maat H.M. in de nacht van 31 maart op 1 april de Rodebrug onklaar gemaakt, door wat kabels te verwisselen waardoor hij niet meer open kon. Het geuzenschip kon toen niet uitvaren voor de inname. Er is een monteur uit Rotterdam aan te pas moeten komen om de zaak te regelen en om 12 uur werkte de brug weer en kon het schip op tijd uitvaren.

Het geuzenschip is ook twee maal in de kalknacht ontvreemd uit de haven aan het Maarland waar het afgemeerd lag. Het is toen teruggevonden achter de eilandjes op het Brielsemeer. Daarbij is het roer dat onder het schip zat afgebroken waardoor het moeilijk bestuurbaar was op 1 april.

Het schip heb ik in 1976 zelfs laten zinken. Een zeer gedurfde ‘grap’, die ik eigenlijk maar liever niet had gedaan. Maar dat is achteraf makkelijk praten.

Op een keer stonden we met een groepje bij de Zalm voor de deur en kwam een agent een praatje met ons maken. In de binnenzak van mijn jas had ik een conservenblik met witkalk en een kwast, en terwijl we in gesprek waren kalkte ik een tekst op het raam. Er was toen een restaurant langs de Brielsemaas, die zich 'Het Neusje van de Zalm' had genoemd. Daar was Arie van den Berg uiteraard niet blij mee, dus die had daar tegen geprotesteerd. ‘DIE ZALM KOMT ME MIJN NEUS UIT!’ schreef ik op het raam. Bij de jonge agent puilde zij ogen van ongeloof bijna uit zijn hoofd toen hij het las.

De kalknacht van 1971 ging de geschiedenis in als kalkjaar bij uitnemendheid. De middenstand had enkele weken tevoren gedreigd een kalkwacht in te stellen. Ik had me opgegeven als kalkwacht. Ik dacht: dan weet ik in elk geval hoe ik door de mazen heen als kalker mijn slag kan slaan. In de NBC werd de rechter foto geplaatst. Het plan van de middenstand ging echter niet door. Nooit eerder stond het nachtelijk kalken zo in de belangstelling en waren er zoveel mensen op de been geweest. Er was een groep gekleed in witte ketelpakken en gewapend met ladders, emmers en kwasten die al snel de aandacht trokken van de patrouillerende politie, wat nu precies de bedoeling was. In geen van de emmers viel ook maar een spat kalk te bekennen.

Het was verschrikkelijk lachen met die gasten. Ze doken steeds plotseling op uit zijstraatjes van de Voorstraat, wat echt een hilarisch gezicht was.

Van begin jaren ‘70 tot zeker eind jaren ’70, ging ik elke morgen op 1 april rond negen uur naar het politiebureau om met de commandant Van der Stoep, en later Wagenaar, te bespreken of er uitspattingen te melden waren. Ik had namelijk afgesproken indien dat het geval was, namen door te geven. Ikzelf vond het altijd belangrijk dat het kalken niet uit de hand liep. Ik heb nooit een naam hoeven noemen om dat het kalken toen altijd binnen de perken gebleven is.

Wim van Gaalen maakte in 1973 deze foto waarop ik (links) kalkend te zien ben. De zittende jongen in het midden heette Jansen. Het was een zwakbegaafde jongen, die een enthousiast 1 aprilvierder was.

Hij is rond 1 april één of twee jaar na deze foto, verdronken uit de vest gevist bij de Pieter van der Wallendam naast de 1 aprilpoort.

Er liep ook iemand met een emmer yoghurt. De politie pakte een aantal gasten op die met latexverf de boel aan het besmeuren waren. Ze konden de rest van de nacht op het politiebureau doorbrengen. En terecht. Zij verziekten immers de traditie.

In 1983 werd de 1 aprilviering verplaatst naar 31 maart omdat 1 april op goede vrijdag viel. Ik ben toen ook maar op 31 maart gaan kalken.

Dat was de eerste keer dat ik niet op 1 april kalkte maar een dag eerder, en was het ook de laatste keer van mijn kalkcarrière omdat ik in juli naar Spanje emigreerde.

Het jaar na mijn eerste keer, ben ik weer gaan kalken. Dat gebeurde alleen in de binnenstad.  Waarom ik dat ook op ramen ben gaan doen, kan ik mij niet precies herinneren, maar dat zal waarschijnlijk komen omdat ruiten glad zijn. Die kan je staand kalken en dat gaat véél sneller dan gebukt op straatstenen schilderen. Je moest immers snel werken, want er reed altijd een politieagent rond.

Ook toen ben ik weer alleen op pad gegaan en vond het kalken om die reden niet op grote schaal plaats. Ik heb er ook nooit met anderen over gesproken dat ik dat deed, dus zeker de eerste jaren wist niemand wie de dader was.

KALKTEKSTEN VAN TOEN

Vooral de tekst: ‘1 APRIL !’ - met een dik uitroepteken - werd veel gekalkt, omdat je dat altijd om je oren kreeg als je in de maling genomen was. Met die tekst gaf je eigenlijk aan: toen u lekker lag te slapen, kalkte ik dit op uw raam en u weet niet wie dat gedaan heeft. Zo moet het kalken gezien worden. In het begin werden ook teksten als: ‘ALVA’, ‘1572’, en later ‘LUMEY WAS HIER’, gekalkt.

Bij de Nieuwe Brielse Courant, ook in de Voorstraat, schreef ik een keer: ‘LAATSTE NIEUWS: VROUW MET FIETS BIJNA IN SLOOT’. Dit had echt op de voorpagina gestaan. Vooral dat BIJNA was natuurlijk erg lachwekkend. Babyhuis Weltevrede in de Visstraat, kreeg een keer op zijn ruit: ‘BABY’S OP BESTELLING !’ ‘BIJ TEUN DE GAST, WORDT JE ALTIJD VERAST ! werd er met een bewuste fout gekalkt. De textielzaken Rijcken in de Nobelstraat en Brans op de Markt hadden heel wat ramen. Daar kwam meerdere malen de tekst: ‘KIJKEN BIJ RIJCKEN EN KOPEN BIJ BRANS’ op te staan. De Gruijter op de Markt had ook van die grote, uitnodigende ramen. ZIj hadden als reclame: ‘HET SNOEPJE VAN DE WEEK: KOETJES REPEN EN PAARDEN VIJGEN, VERS UIT DE WEI’ kon je daar mooi op kwijt. In de Nobelstraat: ‘VAN CUPPENS BROOD GA JE HARTSTIKKE DOOD’ en bij Wageveld: ‘TIS HIER ÉÉN GROTE POPPEKAST’. Teun Poppekast was zijn bijnaam, vandaar.

Op de wallen, boven de Lange- en de Kaaipoort stonden houten hokken bedekt met dakpannen, waarin dikke, brede balken van een meter of zes lang lagen en twee dikke touwen met haken.

Daarna zijn we naar de Kaaistraat gegaan. Bij de coupure zaten (en zitten er nog) twee sluisdeuren, die met een ketting en een slot vast zaten.

Nou, die ketting met slot van de deur aan de kant van het galgenbolwerk, wist onze vriend de commando wel raad mee. Die had hij zo los. Of het kwam dat de deur zo zwaar was of misschien de scharnieren vastgeroest zaten: met veel trekken en duwen kregen we de deur niet van zijn plaats.

Er kwam ook steeds meer verkeer en het werd al dag, dus toen hebben we het moeten opgeven.

De Kaaipoort kwamen we dus ook niet meer aan toe.

Het raam van de verfwinkel in de Visstraat in 1968.

’s Morgens was iedereen benieuwd wat er nu weer allemaal verzonnen was en was het een drukte van belang. Het was een ongemak voor de mensen bij wie gekalkt was, maar met een emmer water was de kalk in een mum van tijd weer van de ramen.

De nacht van 31 maart op 1 april staat in Den Briel bekend als de Kalknacht.

Op de zeer vroege morgen van 1 april gaan Briellenaren met een emmer kalk

en kwast de straat op,  om op ramen van  in hoofdzaak winkels maar soms

ook woningen, grappige zinnen te kalken.

Meer dan een halve eeuw was het een Mysterie hoe de Kalknacht is ontstaan.

Het kalken heeft een hoog 1 aprilgehalte. Je moet het zien als het maken van 1 april-grappen en dat je dingen kwijt kon, die je normaal niet kon uiten en waar een ludieke draai aan werd gegeven. De gedachte als kalker was: ‘Toen u onder de klamme lappen lag te snurken, kalkte ik deze tekst op uw raam en u weet niet wie de dader is.’

Op 1 april werd je nogal eens in het ootje- of anders gezegd: in de maling genomen. ‘Je veter zit los...! Je hebt verf aan je jas, een gat of scheur in je broek’, en kreeg dan toegeroepen als je dat controleerde: ‘1 APRIL !’ Ook werd je ‘te kakken gezet’, als je er op uitgestuurd was voor een aardbeienladdertje en je belazerd voelend terug kwam bij de opdrachtgever.

In de begin jaren waren de meeste teksten wel door mij gekalkt. Ik kon dat nog al snel flikken.

Dat moest wel want er was altijd politie op de been en je wilde niet dat anderen zagen dat je aan het kalken was. De jaren daarna zijn er ook anderen gaan kalken, en dat werden er jaarlijks meer. Daardoor werd het ‘kalkgebied’ steeds groter en werd er in de Voorstraat, Nobelstraat, Visstraat, op de Markt, het Wellerondom, het Maarland en in de Langestraat en sporadisch op het Slagveld gekalkt.

Ondanks dat in die tijd iedereen elkaar kende, kan ik nog maar moeilijk op namen van anderen komen.

In dat zelfde jaar speelde ik met vriendjes op de wallen tussen de Langepoort en Bastion VIII toen ik met mijn voet wegzakte en er een put ontstond. We zijn toen wat verder gaan graven en stuitte op een gewelf, gebouwd tegen een kloostermoppen muur.

Daar hebben we toen archivaris Jac. Klok bijgehaald en die vertelde ons dat onder dat hele stuk wallen de oude stadsmuur met gewelven nog zat. Voor mij een zeer interessant verhaal, want ik vond alles wat met het oude Brieltje en haar geschiedenis te maken had boeiend.

Een paar dagen voor 1 april 1959, had ik met wat vriendjes een stellingpaal met daaraan latten met bruine gordijnen - als ware het zeilen - bij het

1 aprilmonument neergezet waardoor het leek

of er een geuzenschip voor de poort lag.

Het 1 aprilmonument in mijn jeugd, tot 1972.

Vanaf mijn zeer jonge jaren, speelde ik vaak op

de wallen, bij de restanten van de door de watergeuzen ingenomen Noordpoort op 1 april 1572. Een gegeven dat op mij altijd een boeiende indruk heeft gemaakt.


Op de Lagere school werd daar door de jufs en meesters vaak over verteld.

Het moge duidelijk zijn dat ik al vroeg behept was met het 1 aprilvirus.

Eind 1961 ben ik mij gaan aanmelden om mee te doen met het klank- en lichtspel ‘In naam van Oranje’, geschreven en geregisseerd door Frans Spuijbroek. Ik kreeg de rol van Roobol, en mocht hem helpen met het schilderen van het decor. In 1962 werd het indrukwekkende spel opgevoerd.

En nog niet eens op 1 april, maar dagen daarna. Het hele gebeuren maakte een zéér diepe indruk op mij en heeft een grote rol gespeeld in mijn 1 aprilbeleving.


De jaarlijkse 1 aprilvieringen vingen pas aan in 1966 en groeide uit tot hoe ze nu plaats vinden.

Een eigenlijk niet zo’n leuke grap uit de jaren ’50 kan ik mij nog goed herinneren. Mevrouw Kwekel, die bij ons in de Witte de Withstraat woonde, deed telefonisch een flinke bestelling bij een slager onder een andere naam, in liet die bezorgen. Die mensen wisten uiteraard helemaal nergens van en stuurden de slagersknecht met zijn mand fiets en de bestelling terug naar zijn baas die natuurlijk niet blij was met deze grap.

1 APRILGRAPPEN

In 2009 werden er dertig agenten extra ingezet tijdens de kalknacht. In burger en in uniform, in de auto, te voet of op de fiets omdat de kalkers de laatste jaren steeds vaker lastig te verwijderen verf of latex gebruikten in plaats van kalk. Daarom werd deze traditie verboden. Wie tijdens de nacht van 31 maart op 1 april in Brielle of omliggende dorpen met een pot verf wordt betrapt, krijgt minimaal een bekeuring. Tussen tien uur ’s avonds en zes uur ’s ochtends is het in de stad zelfs officieel verboden kalk of verf te vervoeren. Daarop staat een boete van zeventig euro. Minderjarigen zijn iets goedkoper uit: vijftig euro of een verwijzing naar bureau Halt voor een alternatieve straf. Bij Den Briel stond een arrestantenbus klaar. De afgelopen twee jaar werden er tijdens de kalknacht respectievelijk 33 en 34 arrestanten gemaakt. Overigens niet alleen voor kalken, maar ook voor dronkenschap.

DE KALKNACHT NIET MEER WAT HET WAS

In 2010 werden er negentien mensen aangehouden tijdens de traditionele Kalknacht. In de dorpen Vierpolders en Zwartewaal bleef het best rustig, zegt een woordvoerder van de politie, maar in het centrum van Brielle waren de kalkers erg actief. Gedurende de nacht moesten diverse objecten het ontgelden, waaronder het Stadskantoor en woningen. Die werden onder andere bekogeld met zogenaamde kalkballonnen. Buiten het kalken werden er ook nog bekeuringen uitgereikt voor het rijden onder invloed, openbare dronkenschap, en het afsteken van vuurwerk.

Bij één incident raakte een politieman gewond. Toen agenten wilden optreden bij een groepje dat vuurwerk wilde afsteken ontstond er een handgemeen. Een agent kreeg een klap in zijn gezicht en hij raakte daarbij licht gewond. Drie mannen werden aangehouden en later in de nacht ook nog een vrouw. In totaal zijn er 19 aanhoudingen verricht en is er 6 keer bekeurd voor wildplassen.

In 1983 emigreerde ik naar Spanje waardoor ik het 1 aprilgebeuren niet volgde. Tot 2006 toen ik kennis maakte met het internet. Als oud-kalker deed het me zeer te moeten constateren dat de Kalknacht niet meer was wat het altijd is geweest. Kalk werd vervangen door latex- of zelfs synthetische verf dat maar moeilijk te verwijderen was. In de jaren ’80 werden ook auto’s en muren besmeurd en werd er ook in de nieuwe wijken gekalkt. De verloedering had toegeslagen en het kalken werd verboden.

Het feit dat huidige Briellenaren niet op de hoogte zijn van de bedoeling van deze inmiddels oude traditie, hebben vermoedelijk tot deze hinderlijke situatie geleid.  Het instellen van een compleet verbod was dan ook niet meer tegen te gaan.

Toch is het kalken altijd door gegaan. De laatste jaren is de traditie die juist zo’n aparte en bijzondere sfeer in een stadje als Den Briel geeft, gelukkig door gebruik van kalk en kalkstiften, mogelijk gebleven. De Briellenaren blijken in staat deze - meer dan een halve eeuw oude Brielse 1 april-traditie op een juiste manier gestalte te geven door met kalk ludieke teksten op ramen schilderen, zonder vernielingen en met respect voor andermans spullen.

Door te kalken - zoals in het verleden - uitsluitend in de binnenstad, zou het al heel wat ellende kunnen besparen. De daad is aan de Briellenaren die ’t Brieltje in hun hart dragen.

Een van de eerste teksten die ik op een raam kalkte, was bij kapper De Man

in de Voorstraat. In mijn jonge jaren moest ik daar altijd mijn haar laten knippen van mijn ouders. Omdat je daar altijd - zoals te zien op de foto - met een opgeschoren kop vandaan kwam kalkte ik op het raam:

‘ALLEEN BLOEMPOT MODELLEN’.

In 1969 verscheen bij het kalken, en ook met een bord bij de intocht van de Watergeuzen, de tekst ‘ALVA MOORDENAAR.’

Dat was naar aanleiding van demonstraties tegen de Amerikaanse president Richard Nixon, waarbij de tekst NIXON MOORDENAAR gevoerd werd.


Dit zijn maar enkele voorbeelden. Er waren er uiteraard honderden meer.

Mijn laatste Kalknacht in 1983

Die balken lieten ze vóór 1950, bij hoogwater in de sleuven zakken van de ingang van de poort om te voorkomen dat het water de polder in zou lopen.

Als eerste hebben we bij de Langepoort een paar van die binten in de sleuven van de poort laten zakken.


DE KALKNACHT

Er wordt vaak gedacht dat de grappenmakerij op 1 april begonnen is met de inname van Den Briel door de watergeuzen op 1 april 1572, zoals blijkt uit een bekend gezegde: ‘OP 1 APRIL VERLOOR ALVA ZIJN BRIL’. De 1 aprilgrap wordt echter al eerder vermeld in een Franse bron uit 1508, dus ruim voor die tijd. De eerste vermelding in een Nederlandstalige bron dateert uit 1560.

Het ontstaan van het kalken is altijd een raadsel geweest. Tot 2013, toen jourmalist Nico de Vries is gaan onderzoeken hoe de Klalknacht is ontstaan en bij mij terecht kwam, omdat hij wist dat ik mij altijd met het kalken had bezig gehouden.

DE OORSPRONG

’s Morgens was iedereen benieuwd wat er nu allemaal weer verzonnen was. Met een emmer water was de kalk in een mum weer van de ramen af.

Ik was er altijd van overtuigd geweest dat ik door met witte kalk ludieke teksten te schilderen, een oude traditie voortzette. De uitkomst van het onderzoek uit 2013 was dan ook zeer verrassend.

HET KALKEN

1 APRILGRAPPEN

JEUGD HERINNERINGEN

Het kalken, later bekend als

SLOTWOORD

NAAR: Site inhoud

In 2014 ben ik voor het eerst na 30 jaar het 1 aprilfeest weer eens gaan vieren met alles erop en eraan.

En hoe ‘wonderlijk’ kan het verlopen. In de middag van de 31ste maart werd de Spaanse commandant Marcel van Driel gebeld door de KRO radio, of hij wilde meewerken aan een radio uitzending waarin het kalken aan de orde kwam. Ik stond naast hem en gaf de telefoon aan mij want: ‘Jij bent de ‘opper kalker’, dus dat is wat voor jou’.

Zo kwam het dat ik in de avond van de Kalknacht om even na 20.00 uur rechtstreeks in de KRO radio uitzending kwam, waar de luisteraars uit drie muziekstukken een regel mochten kiezen, waarvan de winnende dan tegen 22.00 uur op een Briels raam gekalkt zou worden. Het werd de tekst ‘Stand by me’, die ik met een klein toneelspelletje - of er politie aankwam - op het raam kalkte.

Daarna ben ik met Marcel Den Briel ingegaan en heb hier en daar nog wat teksten op ramen gekalkt. De volgende morgen kwam ik op enkele ramen mijn naam tegen.

Nooit had ik kunnen denken dat ik na 30 jaar nog eens zou kalken.

Op verzoek van een fotograag van het Algemeen Dagblad, die om een foto van het kalken verlegen zat, nog even een tekst op een raam geschilderd.

Het was mij zo goed bevallen dat ik in 2015 weer 1 april ben gaan vieren.

Met een groepje schilderden we vier panelen, die we als 1 aprilgrap op de zeer vroege morgen om het standbeeld van koningin Wilhelmina op de Markt plaatsten.

Het is daar, op de plaats waar vroeger de brandstapel was, een aantal dagen blijven staan.

Op de vroege morgen van 31 maart 1959, ik was twaalf jaar, kalkte ik voor het eerst. Ik deed dat in mijn eentje, op het wegdek vóór de Julianabrug op het Maarland Nz. De jaren daarna ben ik het op ramen van winkeliers gaan doen.

27 februari 2013 schreef journalist Nico de Vries: Beste Rens, de oudste vermelding over het kalken komt van jou hand. Heb je nog meer herinneringen aan die eerste jaren? Bijvoorbeeld met wie kalkte je toen? Welke teksten? Bij wie? Was er politie op de been? En vooral, wie heeft de Kalknacht ‘uitgevonden’? Behoudens deze ene vermelding dateren de eerste tastbare herinneringen aan de Kalknacht uit 1963 in de NBC, en verder een foto van de winkel van Joop Racké aan de Visstraat uit 1968.

Ik ben met mijn gedachten terug gegaan in de tijd en schreef hem zoveel mogelijk antwoorden, maar moest zeggen dat ik bang was niet veel meer te kunnen vertellen dan wat al op mijn site stond. Van kalken vóór 1959 kon ik me niets herinneren.

Stadshistoricus Aart van der Houwen vertelde Nico dat hij bij het kalken onmiddellijk dacht aan mensen als Rens van Adrighem. ,,De oudste vermelding die ik in de archieven ben tegengekomen dateert uit 1963. In de NBC van dat jaar kun je lezen dat op 1 april al vroeg in de stad een vrolijke sfeer heerste die echter voor sommigen teniet werd gedaan door kalkleuzen op straten, trottoirs en ramen. Dat de Kalknacht zich kan buigen op een oude traditie kunnen we gevoegelijk naar het rijk der fabelen verwijzen, want daar is niets over te vinden.’’

Zelf kwam ik op het idee oud-Briellenaar Toon Tellegen te vragen of hij misschien wist of er in zijn jeugd ook al gekalkt werd en misschien iets meer van vóór 1959 wist. Het antwoord was: ,,Dat bestond beslist niet. Er werd ’s ochtends alleen een krans gelegd bij het monument van de Noordpoort en dat was alles.’’

Met de laatste gegevens werd wel duidelijk dat ik mij al die jaren lelijk vergist heb

en blijkt dat ik zelf de aanstichter van de kalknacht ben geweest en het mysterie van de Klaknacht is opgelost.

HET KALKNACHT RAADSEL OPGELOST

HERBELEVING VAN DE KALKNACHT

   Het uitgebreide verslag van het Kalknacht raadsel staat te lezen op:  Het ontstaan van De Kalknacht

De Kalknacht van 1971 ging de geschiedenis in als kalkjaar bij uitnemendheid. Nooit tevoren stond het zo in de belangstelling. De middenstand had enkele weken tevoren gedreigd een kalkwacht in te stellen. Nooit eerder stond het nachtelijk kalken zo in de belangstelling en waren er zoveel mensen op de been geweest.

Er was een groep namaak-kalkers, gekleed in witte ketelpakken en gewapend met ladders, emmers en kwasten en trokken al snel de aandacht van de patrouillerende politie, wat nu precies de bedoeling was. In geen van de emmers viel ook maar een spat kalk te bekennen.

Méér succes boekte de politie bij de kalkers die met latex verf, en op een niet gebruikelijke manier de boel aan het besmeuren waren. Zij konden de rest van de nacht op het bureau doorbrengen.

En terecht. Zij verziekte immers deze oude traditie.

Wij, als authentieke kalkers wachten onze kans af, gesteund door de aanwezigheid van de  NOS-televisiereporter Pim Corver. Omstreeks twee uur was de kust veilig, en haalde ik uit mijn binnenzak een blikje witkalk en kwast tevoorschijn, en in twee tellen stond de tekst: "wat maakt het uit, koop uw kapotjes bij Kruit!" op het raam bij een drogist in de voorstraat.

Bij het schilderen van het uitroepteken ging een bovenraam open, en stortte de eigenaar een emmer water over de cameraman, zonder acht te slaan op de verontwaardigde uitroep:

"Hé, weet je wel dat die camera vijftigduizend gulden kost". 

We zijn snel naar huis gegaan om de cameraman en camera te drogen. Gelukkig waren de opnamen en de camera niet beschadigd en de zelfde avond zagen we ons zelf terug op de televisie.