Markante Briellenaren:    Fons Löbker    |   Fons werken   |    Dixi    |    Wim v.d.Torre    |   

    Hendrik Grootveld    |    Joop S. Racké   |   Bas Pothof    |   Bijnamen Briellenaren 

 


De stille hoop
van de zondagsschilder

Fons blijvende voorkeur voor mythologische onderwerpen blijkt uit zijn ontwerp voor een gevelsteen ter decoratie van zijn woning aan de Langestraat 1. Deze gevelsteen toont

Danaë die in de gedaante van een gouden regen door Zeus bezocht wordt.


In 2003 sloeg het noodlot voor Fons en daarbij ook voor Lisa definitief toe.

Fons bleek een ernstige ziekte te hebben en na een lang ziekbed is hij op 1 maart 2003

in aanwezigheid van zijn dochter Lisa  - die op het Asylplein in een appartement van

het voormalig Gasthuis woont -  in zijn woning in de Langestraat vredig ingeslapen.

Johannus Alfonsius Löbker

Een markant Briellenaar

Geboren op 5 juni 1920 in Den Briel  en overleden op 1 maart 2003  op 82 jarige leeftijd

Ik probeer een beeld te geven van deze markante Briellenaar uit respect voor hem

als vriend en omdat we samen veel beleefd hebben en voor zijn dochter Lisa.

Fons werd als kunstenaar miskent en kreeg niet het respect dat hij verdiende.

Ik hoop dat Fons uitspraak:

"Ik heb nog de stille hoop dat ze mijn werk later wel mooi gaan vinden"

bewaarheid mag worden.

Johannus Alfonsius Löbker




Geboren te Den Briel op 5 juni van het jaar 1920 als bakkers zoon in de Nobelstraat.

(bij mijn generatie bekend als de bakkerij van Cuppen)

Hij overleed op 1 maart 2003 op 82 jarige leeftijd.


Fons werkte na de tweede wereldoorlog bijna tien jaar lang in Londen als journalist en leerde daar een Italiaanse vrouw Rina geheten kennen.

Ze trouwden en kregen een dochter, Francine.


Vanaf 1950 kwam hij elk jaar vóór 5 december naar Den Briel om de Brielse Maskerade te vieren met zijn vriend Jos Bels en vrienden als Giel Jansen en later ook Cok Smit.

Ze werden al snel betiteld als: "de Brielse gekken".


Fons wilde op een gegeven moment weer terug naar zijn geboorte stadje Den Briel,

maar zijn vrouw voelde daar niets voor. Holland leek haar maar niets.

Zodoende kwam er een einde aan het huwelijk. Na de scheiding ging Rina richting Monaco met de dochter Francine waar ze een rijk leven hebben geleid.


Zo komt Fons in 1954 weer terug in zijn vertrouwde Den Briel en vond een kamer op de hoek Schoolstraat- Nobelstraat boven de cafetaria van Atie Vlasblom.

Het verhaal ging dat de eigenaresse van de cafetaria een verhouding had met de bekende pianiste Pia Beck.

Fons ging onder andere als kok, kapper en sjouwer in een fabriek aan de slag.       


Later ging Fons de toen bekende Hoover wasmachines verhuren aan huisvrouwen.

Met een bakfiets bracht hij de wasmachines bij zijn klanten en haalde ze weer op.

Menig gezin maakte daar gebruik van. Het was denk ik best een goede handel.

Uit die periode ken ik Fons persoonlijk, omdat hij bijna dagelijks bij de familie Jos en Truus Bels over de vloer kwam. Die hadden acht kinderen dus ik kwam daar vaak.

Ik zie Fons nog zijn bakfiets knal rood verven bij Jos voor de deur in de Witte de Withstraat.


Fons had ook een journalistieke loopbaan.

“Onze man in Den Briel” verwijst naar de status die Fons vanaf 1956 voor het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) had: hij was correspondent voor het ANP dat menigmaal

Fons berichten over Brielse situaties in de landelijke dagbladen liet opnemen.

Daarnaast schreef hij voor bladen als het Rotterdamsch Parool, het Rotterdamsch Nieuwsblad, Het Vrije Volk, de Tijd-Maasbode en De Rotterdammer.

Hij maakte ook zelf de foto's die hij zelf ontwikkelde en afdrukte.

In 1965 werd Jopie benoemd tot conciërge van het museum en afgesproken was dat Fons haar zou assisteren. Zodoende had hij een groot aandeel in de publieksactiviteiten van het museum. Het echtpaar verhuisde naar de dienstwoning op de benedenverdieping achter het museum, met uitzicht op het Wellerondom en Brielse dom. Fons deed het onderhoud en Jopie de rondleidingen, de kaartverkoop en de schoonmaak.

De keuken deed ook diens als donkere kamer voor het fotowerk van Fons.

Fons was één van de mannen van het eerste uur wat het 1 aprilfeest betreft.

Samen met Jos Bels vormden zij jarenlang het Spaanse duo.

Samen met anderen zette hij diverse stunts op touw om het 1 aprilgebeuren landelijke

bekendheid te geven. Fons had altijd de gekste ideeën en wist het altijd zo te draaien dat

anderen het uitvoerden en hij zelf buiten spel bleef. En alleen met de bedoeling Den Briel

in het landelijke nieuws te krijgen. Een opzet waar hij meestal wel in slaagde.

De Brielse Maskerade werd dankzij Fons en zijn vriend Jos een groots jaarlijks gebeuren dat heel Den Briel en zelfs vele mensen van het eiland op de been bracht.

Vooral de vijftig en zestiger jaren waren zeer spectaculair.

Op 18 april 1969 werd Fons en Jopie’s dochter Lisa geboren. In 2006 bij een interview in

het blad Bonus vertelt Lisa: “Je zou mij eigenlijk een museumstuk kunnen noemen,

want wie wordt er nu in een museum geboren?”

Op deze foto uit 1968 met Jos, Trudy en Truus Bels

en Fons en Jopie Löbker bij Jos in de Witte de Withstraat is goed te zien dat het er altijd een vrolijke boel was.

Fons en Jopie voor het

Tromp museum in 1970 met

Marianne en Rens van Adrighem.

Voor zijn journalistieke werk verstond Fons "de kunst" zélf het nieuws te maken.

Tijdens een 1 april repetitie liet Wim van der Torre zich tijdens een gesprek gekscherend uit

over Verolme, waar veel Briellenaren werkten op de scheepswerf op Rozenburg,

‘dat wat Verolme kan hij ook wel kon.’

De volgende morgen stond er met vette letters op de voorpagina van het Vrije Volk:

"Wat Verolme kan kan ik ook" zegt de Brielse jachtbouwer van der Torre in Den Briel.

Daar was laatst genoemde niet blij mee.

Fons schreef altijd zijn verhalen met een stapel velletjes papier met carbon er tussen,

waardoor alle kranten het zelfde verhaal kregen.

Soms gaf hij een eigen draai aan het verhaal wat niet helemaal de waarheid bevatte.

Van gemeenteraadsvergaderingen maakte Fons lange verhalen, die goed werden gelezen.

Het was echt een aparte man, die zeker niet in een vakje paste.

Pas in de museum periode, na de geboorte van Lisa, is hij in 1972 begonnen met het schilderen van grote doeken, waarbij vooral

Jopie en later ook Lisa, vrienden en markante Briellenaren model stonden. Ze noemden Fons een zondagsschilder.

Hij schilderde overigens zijn eerste schilderij - een stilleven - in 1953.

Hij volgde geen academie of andere opleiding tot beeldend kunstenaar, maar leerde zich het schilderen zelf aan en misschien wel daar door

had hij problemen met het perspectief in zijn werk.

Ondanks dat was hij een zeer verdienstelijk schilder en goed op de hoogte van de geschiedenis. Veel van zijn werken grijpen terug naar 17de eeuwse schilderijen met mythologische voorstellingen.

Vooral Rubens en Titiaan hadden zijn grote voorliefde en daar had hij alle boeken van. Vele realistische en herkenbare portretten van

markante Briellenaren zijn te herkennen in zijn schilderijen rond de inname van Den Briel en het jaarlijkse na spelen daar van.

In 1975 vond er een tentoonstelling plaats van

Fons zijn werken in het Zwarte schaap, op de hoek Voorstraat- Maarland Zz, die geopend werd door de NOS nieuwslezer

Harmen Siezen waarmee hij bevriend was.

In 1975 werd op spectaculaire wijze op het Wellerondom, Fons nieuwste werk:

"Het Geuzen Bachanaal" onthuld.

Overal werden plakkaten opgehangen.


Op het schilderij pronken Rinus Kuijpers,

Jan Teunissen, Jopie en Lisa en op de achtergrond Henk Grootveld en een vrouwspersoon

waarvan ik de naam niet ken.

In 1977 stelden Fons en ik een expositie van zijn schilderijen betreffende de inname van Den Briel samen, om tentoon te stellen in Nieuwspoort op het binnenhof in Den Haag. Voor het transport en verblijf in Nieuwspoort moesten de werken verzekerd worden. Zij werden toen door een beëdigd taxateur getaxeerd op tussen de zes- en zevenduizend gulden per stuk. Ik heb het stille

vermoeden dat de uiteindelijke verkoop in 2003 (onterecht) veel minder opgebracht heeft.

Inname van Den Briel”  uit 1974.

Fons gaf een geheel eigen visie aan het verhaal. Jopie met sabel en geuzenvlag voor de poort en Prins Claus, Teun Stolk, Burgemeester J. Huurman en Fons zelf aan de rammei paal, wat het tot een heel bijzonder en uniek schilderij maakt.

Lumey’s oordeel” uit 1976.

Fons in maliënkolder als Lumey en Jos Bels

als de Baljuw die de tiende penning inde

en probeerde te stelen.

Het vijftien jarig gelukkige huwelijk werd in 1978 abrupt verstoord omdat Jopie met spoed opgenomen moest worden in het ziekenhuis met darmkanker.

Zij werd geopereerd en weer naar huis gestuurd. Herstel was onmogelijk en Jopie ging snel achteruit. Ik was de enige aan wie Fons het dramatische nieuws vertelde en verzocht mij

dringend dit aan niemand te vertellen omdat hij niet wilde dat Jopie het te horen zou krijgen.

Daar heb ik mij uiteraard aan gehouden. Ik heb hen tijdens Jopie’s ziekbed zoveel als in

mijn vermogen lag bijgestaan. Op zich was het een bijzonderheid dat ik bij dit zo persoonlijke

leed als deelgenoot geaccepteerd werd. Fons, Jopie en Lisa leefden altijd erg op zich zelf en buitenstaanders werden niet snel toegelaten.

Op het laatst ging het thuis niet langer en werd Jopie ondergebracht in het Streekverpleeghuis

De Plantage. Daar kreeg Fons het aan de stok met de medischestaf die Jopie wilde vertellen

hoe het er voor stond. Fons was daar furieus over en stelde alles in het werk om dit te

voorkomen, dat wilde hij zeer beslist niet.

Kort voor haar sterven vroeg Jopie mij met Wim van der Torre naar haar toe te komen en zij overhandigde ons een geuzenpenning. "Voor al het werk dat jullie doen voor de 1 aprilfeesten." sprak Jopie zacht. Voor ons gaf het een gevoel van afscheid.

Toen ze het einde voelde aankomen - het was op 5 december - vroeg ze Fons haar te helpen met opstaan terwijl ze geen enkele kracht meer bezat. Uiteraard voldeed Fons aan haar wens en toen omarmde Jopie Fons innig. "Leg mij nu maar weer terug in bed" waren haar woorden.

Fons sprak af die avond weer op bezoek te komen. Echter twee uur later kwam er een telefonische mededeling dat Jopie was overleden. Fons riep mij direct en ik heb toen alles in het werk gesteld om de familie van Jopie op de hoogte te brengen en alles te regelen.

Het was die avond maskerade en ik heb alleen maar de wagen gereden.

Maskerade vieren kon ik niet.


Tijdens de begrafenis zorgde ik in de woning van het museum dat er na afloop koffie met de gebruikelijke cake klaar stond voor de familie.

Fons schreef ons deze brief.

Hiermee kwam er echter nog geen einde aan alle tegenslagen.

Fons werd ziek en moest opgenomen worden in het Ikazia ziekenhuis in Rotterdam.

Er moest dus een oplossing gezocht worden voor Lisa. Een tante uit Wageningen was bereid

die taak op zich te nemen en kwam naar Den Briel om voor Lisa te zorgen.

De tante werd al snel als een indringer gezien. De wijze waarop dat duidelijk werd,

zou een verhaal uit de mythologische geschiedenis kunnen zijn.

Ik ben toen samen met Lisa naar het ziekenhuis gegaan en heb Fons kenbaar gemaakt dat ik

de manier waarop dit gebeurde niet correct vond, maar dat ik ondanks alles -of hij het nu leuk vond of niet- hem gewoon bleef komen opzoeken.

Ik kreeg geen enkel weerwoord en hij is er ook nooit op terug gekomen.

De tante is vertrokken en in samenwerking met de huisarts dr. Kamma, de familie Schats

en de familie van der Berg is toen de opvang van Lisa geregeld.

Ik maakte mij zeer ernstig zorgen om Fons toestand, want ik zag de dood in zijn ogen staan.

Over de nalatenschap van Fons, vooral de schilderijen, waarmee Lisa in het ernstigste geval mee te maken zou krijgen heb ik toen gesproken met Jac. Klok, maar het was moeilijk om daar met Fons overleg over te hebben. Gelukkig knapte Fons toch weer op en kwam hij naar huis.

Met 1 april zat hij - weliswaar met een geel gelaat - weer in de gevangenenkar bij de intocht.

En Fons sloeg ook weer aan het schilderen.

Omdat Jopie als conciërge van het Trompmuseum weg gevallen was, moesten Fons en Lisa de woning verlaten.

Ook financieel gezien waren de problemen groot.

Als bij een huwelijk de man als kostwinner weg viel, kreeg de vrouw een uitkering. Een regeling voor als de vrouw als kostwinner weg viel was er toen nog niet.

Dat maakte Fons tot zijn grote teleurstelling afhankelijk van de bijstand. Gelukkig kregen ze snel een andere woning in de Langestraat op nummer 1. Boven waren twee slaapkamers

maar hij gebruikte die als opslag voor zijn grote doeken en plaatste zijn bed in de woonkamer.

In de keuken maakte hij voor Lisa een hemelbed.

Het hele woonvertrek ademde de sfeer van eeuwen geleden uit.

De schouw werd door Fons helemaal beschilderd met voorstellingen van Jopie die ten hemel voer,

hetgeen zijn katholieke achtergrond verraadde.

Het toilet deed dienst als donkere kamer voor het ontwikkelen

en afdrukken van foto's voor zijn journalistieke werk.

Met de kerst nodigden we Fons en Lisa  uit om bij ons te komen eten en dat is ook gebeurd.

Het Geuzen Bachanaal” uit 1975.

Jan Teunissen onthulde het enorme doek dat op een grote ezel was geplaatst

midden op het Wellerondom.

Fons in zijn woning in de Langestraat waarvan hij de schouw beschilderde met

de ten hemel varende Jopie.

Eind zeventiger en begin tachtiger jaren deed Fons met mijn groep van maskeradevierders mee, met onder andere Frans Verhoef en anderen.

Het soort grote spektakel stukken zoals wij die opvoerden zijn daarna tijdens de maskerade nooit meer vertoond is mij verteld door Briellenaren.

In november 2006 krijgen Fons en zijn werk eindelijk de aandacht die ze verdienen.

De klap moet voor Lisa enorm geweest zijn want de band met haar vader was heel hecht.

De wens zijn begrafenis simpel te houden heeft Lisa vervuld.

Ook de openbare verkoop van zijn spullen alsmede de schilderijen

die aan particulieren werden verkocht, is verlopen zoals Fons het wilde.

Wie weet wordt
De stille hoop
van de zondagsschilder
Fons zou het verdienen.

Als man van 36 werd hij in 1956 hevig verliefd op de veertien jarige Jopie van Balen,

die in de Venkelstraat woonde. Dat de ouders van Jopie geen enkel begrip voor die oude man hadden is natuurlijk wel te begrijpen. En helemaal in die tijd. Haar vader dreigde zelfs enkele keren om naar de politie te gaan. Maar hun liefde hield stand.

Fons woonde toen op een kleine bovenwoning in de Koopmansstraat.

Bijna elke avond kon je Fons en Jopie begin zestiger jaren aantreffen in Dixi op het

Maarland Zz, waar ze gezellig TV gingen kijken in het zaaltje.

Op haar achttiende verjaardag vroeg Fons aan de koningin toestemming om met haar te mogen trouwen. Er zou aan gewerkt worden. Echter, pas toen Jopie 21 en dus meerderjarig was geworden, zijn ze op 4 november 1964 getrouwd.

Fons was toen 43 jaar oud.

dat ze zijn werk later wel mooi gaan vinden

NAAR: Fons werken

In 1983 emigreerden wij naar Spanje. We hielden contact door middel van kerst- en nieuwjaars wensen en als we in Den Briel waren zocht ik Fons altijd op rond tien uur in de Zalm, waar hij de krant las en een kopje koffie nuttigde.

Half tachtiger jaren werkte Fons meer dan een half jaar aan een enorm doek in verband met het jaar van de vrede. Hij schilderde Jopie met ontbloot bovenlijf gezeten op een ouderwets kanon.

De oorlogsdreiging komt in de vorm van een grimmig beestmens uit de hemel.

Fons dacht met dit werk de gemeente Brielle te plezieren. De vrede uitgebeeld door een Brielse schilder in het vredesjaar. Maar nee hoor.... de verantwoordelijk wethouder keurde het af.

Die wilde geen naaktbeweging in het stadhuis.

De meeste werken liggen of staan nu vermoedelijk weer op zolders of achterkamertjes waardoor

de conditie van deze unieke werken niet optimaal en misschien zelfs wel fataal kunnen zijn.

Op foto’s die gepubliceerd zijn in 2006 zijn er duidelijk allerlei “butsen” en andere ongeregeldheden

aan de werken te constateren.

Rens van Adrighem    Jávea - Spanje,  augustus 2007

Het is op zijn minst opmerkelijk te noemen dat de bestuurders van Den Briel in die tijd

wel 80.000 gulden overhadden voor een stalen gedrocht, om te plaatsen vóór het nieuwe stadskantoor langs de haven, dat wat vormgeving, materiaal en kleur betreft, totaal niet thuis hoort

in een stadje als Den Briel en waarvan waarschijnlijk de meeste tijd is gaan zitten

in het verzinnen van een tekst om uit te leggen wat het voor zou moeten stellen.

Het werk van Fons heeft volgens mij beter verdiend.

Een vaste tentoonstelling zou zeker niet misstaan en zou daarmee recht doen

aan de unieke werken van deze markante Briellenaar.

Het is nooit te laat zal ik maar zeggen.

Op de foto: Fons, Burgemeester J. Huurman en Harmen Siezen met zijn vrouw.

De familie Peeren kocht in 2003 een groot deel van de grote doeken zodat ze in Den Briel zijn gebleven.

De opbrengst had Lisa hard nodig voor een steen op haar vaders graf.

ooit bewaarheid.

Half negentiger jaren veranderden zijn schilderijen naar kleinere formaten en veelal bloem- schilderingen. Hij stuurde zelfs een bloemenschildering naar de Spaanse koning Juan Carlos en kreeg daarvoor een dankbetuiging terug van het Spaanse hof.

De gemeente kocht voor een habbekrats nog wel zes portretten van bekende Nederlanders en Spanjaarden zoals Alva aan. De overheid betaalde 150 gulden per schilderijtje.

Fons vertelde maar niet dat alleen een lijst al 125 gulden per schilderij gekost had.

Hij voelde zich dan ook terecht een miskend talent, maar troostte zich met de gedachte

dat de mensen misschien later een Löbker wel mooi zouden vinden.

Samen aan het schilderen van het decor in ‘t kont van ‘t paerd, voor de maskerade.

In die periode ging hij met Lisa naar Volendam om foto's te maken van Annie Schilder,

in die tijd de zangeres van BZN. Hij maakte een portret van haar dat hij haar schonk.

In de zeventiger jaren gingen Fons en Jos met de maskerade veel op pad met Bas Pothof.

Zoals echte Briellenaren weten, was hij iemand die opviel door zijn kleine postuur en een bochel. Hij kon daar zelf goed over grappen.

In de RTM tram, die indertijd tussen Oostvoorne  en Rotterdam reed vroeg hij eens: "Mevrouw.... ziet u iets op mijn rug...?"

Nee, zei de vreemd opkijkende vrouw, "ik zie niks."

"Nou, .... dan ben ik mijn bult kwijt!" was Bas zijn antwoord.

In 1974 exposeerde Fons zijn schilderijen in de waag van het Tromp museum.

In deze ruimte kwamen de grote doeken mooi tot zijn recht en namen veel Briellenaren kennis van het werk van hun stadsgenoot.

Rens van Adrighem

door autodidact      kunstenaar

De gemeente Brielle stelt een overzichtsexpositie samen in het Historisch Museum.

Het is eigenlijk treurig te noemen dat men daarbij moest putten uit privé bezit.

Vooral in Nederland is het gebruikelijk dat kunstenaars of artistieke mensen in het algemeen,

pas na hun dood geëerd worden. Dat is in Den Briel dus niet anders.

Uiteindelijk bestaat Fons oeuvre uit een dertigtal schilderijen

waarvan de meesten dus in particuliere handen zijn.