De Sloepenloods
De Sloepenloods
De karakteristieke sloepenloods, is een ontwerp van de ingenieur G.J. Blauw en ingenieur P.C.B. van Marle. De loods werd in 1884 samen met de helling gebouwd op de kop van de Kostverloren, ten behoeve van Torpedisten die van 1870 tot 1922 in Den Briel gevestigd waren. Ook aan de lijnbaan verrezen nieuwe magazijnen. De torpedisten betrokken in 1886 de sloepenloods. De torpedodienst was een onderdeel van het leger, dat zich bekwaamde in het leggen van schoktorpedo’s onder water, waardoor bepaalde toegangswegen voor de vijand konden worden afgesloten. Het korps torpedisten had een zeer goede naam in Den Briel. Velen van hen kregen toegang tot Brielse huizen en zo ontstond er een levendig contact met de Brielse schonen. De torpedisten waren ondergebracht in de kazerne in de Langestraat.
In 2000 lanceerde scheepsbouwer Wim van der Torre het plan voor het verwezenlijken van een museumhaven. Het plan was om de scheepshelling weer in ere te herstellen, met houten bielzen en als bediening een handlier, om demonstraties met platbodems te geven. Het creëren van een aantal ligplaatsen in de haven voor diverse nostalgische scheepjes en een touwslagerij waar men kan zien hoe vroeger touw werd gemaakt zou ook tot de mogelijkheden behoren. Zelfs een visrokerij zou daarbij het geheel tot een toeristische trekpleister maken. Het plan was om er een vereniging c.q. stichting voor op te richten. In enkele maanden tijd hadden 148 medestanders zich gemeld. ook liet het bedrijf Borax Rotterdam weten dat het liever een scheepshaven in Brielle financieel ondersteunt dan een in Rotterdam.
Het hele plan lag uiteindelijk in handen van de gemeente Brielle.
Tot op heden heb ik niets terug kunnen vinden over een besluit van de gemeente Brielle betreffende dit ambitieuze Museumhaven plan. Wel is het zo dat het geuzenschip de Prince Admirael er tegenwoordig afgemeerd ligt. Is dat misschien een begin?
Plan Museumhaven op de helling?
In 1972 werd de helling volgestort met grond, en in 1973 kreeg de schietvereniging De Geuzen de beschikking over de drie loodsen die ze geschikt maakten als clubgebouw met schietbanen.
Alle werkzaamheden werden door vrijwilligers gedaan.
Tot de begin jaren ’50 deed de sloepenloods dienst als scheeps-reparatiewerf. Tot eind jaren ’60 werden er militaire voertuigen gerepareerd en onderhouden.
In de jaren ’70 vonden er beurzen van de Brielse middenstand plaats, en werden de loodsen gebruikt voor de bouw van decors en repetities voor het 1 aprilgebeuren.
De barkassen, sloepen en vletten aan de Lijnbaan. De barkassen waren zeilboten die voor het leggen van mijnen werden gebruikt.
DE SLOEPENLOODS NA HET VERTREK VAN DE TORPEDODIENST
Het Nederlandse leger richtte in 1870 in Brielle een torpedoproefstation in. Zes jaar later, in 1882, werd het Korps Torpedisten opgericht dat toen behoorde tot het Wapen der Artillerie. De Torpedisten ontleenden hun naam aan de Elektro Schok Torpedo's: een soort verankerde mijnen, die in tegenstelling tot contactmijnen, hun stroombron aan de wal hadden. Ze waren met kabels aan het vaste land verbonden en konden dan ook vanaf de wal in- en uitgeschakeld konden worden. Op die manier kon het vaarwater voor eigen schepen open worden gehouden.
In 1922 vertrokken de Torpedisten naar Gorinchem, waarmee de sloepenloods zijn oorspronkelijke functie verloor. Sindsdien heeft het gebouw meerdere functies gehad.
De stoom- schokker van de Torpedodienst, voor het lichten van de mijnen.
Het had de naam Den Briel.
DE NIEUWE BESTEMMING VAN DE LOODSEN
In het jaar 1910 bestelde de overheid bij de bekende boeierbouwer Auke Holtrop van der Zee in het Friese Joure een ‘staalijzeren oefenvaartuig, model Lemster Jacht’ voor het Korps Torpedisten te Den Briel. Van november 1910 t/m juni 1911 was Auke Holtrop van der Zee samen met 13 eigen medewerkers 1368 en 10621 uren aan het bouwen om het Lemsterjacht Nettie tot een, voor die tijd, zeer luxe jacht in de vaart te brengen. Voor de totaal prijs van 4989,04 gulden liet de Nederlandse overheid voor het korps “torpedisten” dit jacht bouwen voor haar officieren en hun vrouwen.
Elektroschok torpedo.
De prijs die aan het Rijk werd berekend was als volgt opgebouwd: Werkloon 1386 uren + 10621 uren :1621,90. Ijzer: 1439,54. Tuigage: 770,00. Zeilen: 435,00. Vurenhout voor betimmering: 100,00 . Eikenhouten roer met leeuw en 2 eiken zwaarden: 165,00. Schilderwerk: 89,00. Smid: 175,00. Van Geldrop 62,43. Schilder: 130,18. Totaal fl.4989,04.
Overste Fabius, (links op de foto) commandant van het korps, kapitein Verhoeff en een sergeant schipper, hadden hun dames meegenomen. Een van die dames heeft het schip gedoopt, en haar naam Nettie aan het schip gegeven. De werfboeken vermelden dat van november 1910 tot juni 1911 werd gebouwd voor rekening van het Rijk een staalijzeren oefenvaartuig model “Lemsteraak” ten dienste van het korps torpedisten te Brielle, commandant overste J.C. Fabius. Grootste lengte 13.30, holte midscheeps bij de waterlijst 2 meter over ’t boord’.
De Lemsteraak Nettie in 2009 op het IJsselmeer.
Het Korps Torpedisten, had de taak om in geval van dreiging de Maasmond te versperren met mijnen. Het plaatsen van de explosieven werd regelmatig geoefend. Dat was een moeilijk karwei, waarbij de Den Briel kleine bootjes naar de juiste locatie moest slepen. Aangezien aan het eind van de negentiende eeuw de vrede nauwelijks in gevaar kwam, hield het korps zich ook veel bezig met het openhouden van de rivier. In de winter fungeerde de Den Briel ook als ijsbreker, met explosieven werd het ijs gebroken. In het laatste jaar in zijn thuishaven fungeerde de Den Briel zelfs als koninklijk jacht. Op de stoomsleepboot werden koningin Wilhelmina en haar gevolg naar Brielle gevaren, om daar het monument bij de Noordpoort feestelijk te onthullen. Het is 1922 en bijna vijftig jaar had het schip dienst gedaan als vlaggeschip van het Korps Torpedisten, dat in de vestingstad was gelegerd. In mijn jeugd konden oudere inwoners van Brielle zich de boot nog herinneren.
Nederlands oudste stoomsleepboot draagt nu de naam Rosalie.
Van 1873 tot 1924, had het de naam Den Briel.
Na april 1922, moest het schip verhuizen naar Gorinchem. Na vele omzwervingen en naamswijzigingen ligt het stoomschip na ruim 100 jaar tegenwoordig in Enkhuizen. Af en toe maakt het schip tochtjes over het IJsselmeer. ,,Zo'n schip hoort natuurlijk thuis in Brielle.’’ vond Briellenaar Koos Steentjes, en klopte aan bij de gemeente. ,,Die vinden het een leuk plan, maar willen er geen cent aan uitgeven.'' Zelf dacht hij aan certificaten. ,,Stel voor: het schip kost honderduizend euro. Je verkoopt honderd certificaten van duizend euro... en we kunnen het kopen! Het schip zou een enorme aanwinst voor de stad zijn. Een prachtig plaatje in de haven of om met een gezelschap lekker rond te tuffen op het Brielse Meer.''
OEFENVAARTUIG DE LEMSTERAAK NETTIE
NAAR: Site inhoud
Sedert 1906 bestond het Korps Torpedisten uit twee compagnieën, respectievelijk de 1e compagnie in Den Briel en de 2e compagnie in Den Helder. De staf van het korps bevond zich in Den Briel, waar een goed geoutilleerde werf met vaartuigen aanwezig was.
Bij het begin van de mobilisatie in 1914 was het korps als volgt ingedeeld: De staf: een Luitenant Kolonel of Majoor Commandant, een Luitenant-Adjudant, een Kapitein van Administratie, een schrijver, een Mr. geweermaker, een kleermaker. De 1e compagnie: 1e peloton Hellegaten (Willemstad), 2e peloton Hellevoetsluis, 3e peloton Hoek van Holland. De 2e compagnie: 1e peloton Den Helder.
Ieder peloton, praktisch 'versperring' genaamd, vormde in oorlogstijd een geheel zelfstandig onderdeel dat ook in vredestijd zoveel mogelijk werd gehandhaafd.
Ieder peloton (versperring) bestond gemiddeld uit: twee officieren, een machinist, een opperschipper, een sergeant majoor instructeur, een sergeant majoor Adm. of fourier als administrateur, vijf sergeanten, twee sergeanten-schipper, twee korporaals-schipper, een korporaal-stoker, twee torpedist-stokers, vijf korporaals, een smid, een timmerman, een kok, plus acht lichtingen van gemiddeld 25 man.
Voorts beschikte iedere versperring over zijn eigen vaartuigen en materieel, voor zover dit niet in oorlogstijd door rekwireren (vorderen) van particulieren moest worden aangevuld. Hiervoor waren reeds in vredestijd contracten gesloten.
Het vaste vaarmaterieel bestond uit: Een stoomboot, al dan niet voorzien van elektrisch zoeklicht, afhankelijk van het feit of vaste zoeklichten op de versperringen aanwezig waren.
Een Schokker voor het lichten van de mijnen en de nodige barkassen, sloepen en vletten, die bij het leggen van de elektroschoktorpedo's nodig waren.
De magazijnen aan de Lijnbaan.
Torpedisten op het exercitieplein achter de kazerne.
De torpedisten in actie.
Op de foto rechts zien we Jan Teunisse.
Links zien we onder andere Leen van Dalen, een van de oprichters van de schietclub.