Blootlegging van de restanten van het
 Cellebroedersklooster
De gebouwen helemaal rechts

Een 200 meter van het Catharinaklooster, hoek Brigittenweg, Trompstraat, tot aan de wallen, zijn de restanten van het Cellebroedersklooster blootgelegd. Het gaat om het terrein op onderstaande foto.

De foto’s zijn van Jasper Post, Roel van Deursen en geplukt van Facebook.

Gegevens van het Streekarchief, krantenberichten, internet en het rapport van de Archeologische onderzoeken zijn de bronnen van de beschrijvingen.

Het pand dat op de hoek stond deed jaren lang dienst als ijsfabriek, waar staven ijs werden gemaakt.

Bij de Briellenaren stond het bekend als het  voomalige pesthuis.

In 1975 werd de ijsfabriek afgebroken. Ook de daar aanwezige scholen die op dat terrein stonden werden in de jaren 2000 gesloopt.

De opgraving gezien vanaf de wallen.

Ter hoogte van de lantaarnpaal stond volgens overleveringen

het voormalige pesthuis.

Door

Rens van Adrighem

NAAR: Opgravingen 1

NAAR: Opgravingen 2

Opgravingen en onderzoek

De opgravingen van het Cellebroedersklooster laat een handjevol funderingen zien, een paar straatjes en watergootjes die deels zijn gemaakt van natuursteen dat uit Duitsland werd aangevoerd.

Bijzondere bodemvondst

Bij de opgravingen, noord oostelijk van de funderingen van het Cellebroederskloosterzijn negen graven uit de 15e/16e eeuw boven de grond gekomen.

Vermoedelijk overblijfselen van monniken, want het zijn allemaal mannen.

Veel wijst op een begraafplaats van het klooster.

De skeletten liggen in houten kisten die keurig naast elkaar zijn geplaatst.

Na het vertrek van de Cellebroeders in 1600 verrees op die plaats een pesthuis. De pest trof in de 17e eeuw Den Briel meerdere malen en maakte vele tientallen slachtoffers.

Archeoloog  Michael Bot laat weten dat veel wijst op een begraafplaats van het klooster. De teraardebestelling van overledenen bij een pestepidemie verliep doorgaans niet zo ordelijk, niet in kisten en er zouden ook veel meer personen en ook vrouwen begraven moeten zijn. De opgegraven personen zijn duidelijk allemaal mannen, dus gaat men er van uit dat het monniken zijn. Het is daarom onwaarschijnlijk dat het Brielse burgers zijn die zijn overleden aan de pest.

Begraafplaats van het 
Cellebroedersklooster of Pesthuis

Inmiddels is vastgesteld dat de graven hebben toebehoord aan

het Cellebroedersklooster.

De meest oostelijke fundering is vermoedelijk de muur geweest die rondom de vroegere kloostertuin heeft gelegen. In de fundering op het binnen-terrein van het klooster stonden woningen die in de oude stadsrekeningen stonden.

Die huisjes behoorden tot het klooster, maar waren tot de 18e eeuw in gebruik als woning voor weduwen. De weduwe van de voorlezer van de Franse school heeft er gewoond en de echtgenotes van de destijds overleden dominees van Rozenburg en Zwartewaal.

NAAR: Samenvatting

Stadshistoricus Aart van der Houwen vermoed dat de meest oostelijke fundering de muur is geweest die rondom de kloostertuin heeft gelegen.

In de funderingen op het binnenterrein van het klooster herkent hij de woningen die in de oude stadsrekeningen stonden. Vermoedelijk de drie op de kadastrale kaart uit 1832 aangegeven pandjes.

,,Die huisjes behoorden tot het klooster, maar waren tot de 18e eeuw in gebruik als woningen voor weduwen.

De weduwe van de voorlezer van de Franse school heeft er gewoond en de echtgenotes van destijds overleden dominees van Rozenburg en Zwartewaal.’’

Tuinmuur en huisjes