Opgravingen en onderzoek

In februari 2016 ging een archeologisch onderzoek naar twee voormalige kloosters aan de Burgemeester van Sleenstraat van start. Het onderzoek richte zich op het Catharinaklooster en het Cellebroedersklooster.

In de grond onder de voormalige schoollocatie Maerlant aan de noordwest zijde van de Van Sleenstraat, liggen de restanten van kloosters en het kloosterleven van het met name voormalige Catharinaklooster.

Deze locatie, staat onder de oudere Briellenaren ook bekend als de oude ambachts- en machinisten school en belastingkantoor.

Op deze locatie wil de gemeente 21 woningen bouwen, het project ´heeren van maerlant´.Voordat de bouw kan starten wil de gemeente de locatie van het klooster goed onderzoeken.

Op informatiedoeken wordt de geschiedenis van deze locatie uiteengezet.

De hoop is dat er uit deze rijke historische bodem verrassende dingen naar boven komen.

Een wel zeer diepe, ronde waterput werd aangetroffen.

Naast de bijzondere vondsten is vooral de grootte van het gebouw verbluffend. Het gebouw besloeg bijna het hele terrein tussen burg. Van Sleen- en Commandeurstraat.

Na het graven met een machiene wordt behoedzaam met de schep en troffel verder gegraven.

Meerdere waterputten komen tevoorschijn.

Het is opvallend dat het metselwerk niet uit kloostermoppen, maar een slag kleinere

Opvallend
De gebouwen rechts naast de Sint Catharijnekerk

Leerlingen van de Brielse scholen krijgen uitleg van de opgravingen.

De gemeente onderzoekt het terrein in z’n geheel, waar als laatste de LTS en later het Maarlandcolege was en zal ongeveer tien weken duren.

De resten van twee, mogelijk drie kloosters uit de Middeleeuwen

worden hier blootgelegd.

De oude Ambachtsschool met noodgebouwen van de Meisjes vakschool na

de Tweede Wereldoorlog met rechts onderaan een overblijfsel

van het Catharinaklooster. De twee gebouwen met de donkere daken

zijn de oude kapel van het voormalige Clarissenklooster.

Bijzonder is een grote gewelfde waterput die na 1572 dienst heeft gedaan toen het gebouw een bierbrouwerij was.

Het onderzoek op het terrein van het Catharinaklooster vordert gestaag.

Zo is de binnenindeling grotendeels compleet; er is een groot aantal zuilen aangetroffen, en diverse kamers met verschillende vloerniveaus.

Het centrale kloostergebouw is al vrijwel volledig opgegraven, met verrassend mooie resultaten.

aangetroffen waar mooie vondsten in zijn gedaan. Beerputten en ook wel waterputten,

Zowel binnen als buiten het hoofd-gebouw zijn diverse beerputten

bakstenen bestaat.

zijn vaak de schatkamers van het verleden, en vormen een bron van informatie door wat daar aan spullen is achtergebleven, zelfs na enkele eeuwen.

Bij het eerste onderzoek zijn meer dan 600 vondsten gedaan. Onder andere dakpannen, bakstenen en potscherven. Maar ook achttien muntstukken, vingerhoedjes en een benen handvat van een mens kwamen naar boven.

De opgegraven menselijke resten komen mogelijk van een begraafplaats die achter het Catharinaklooster lag.

De grond  bevat nog meer sporen naar het verleden. Bij de opgravingen is een oude stadsgracht aan de oppervlakte gekomen. Een tweede waterloop stelt de archeologen voor een raadsel. Ze vermoeden dat het gaat om een oudere, nog onbekende gracht of een sloot aan de binnenzijde van de stadsmuur, waarvan ook sporen zijn gevonden.

De omvang van het klooster is groter dan dat in eerste instantie gedacht werd: zeker 30 x 7 meter.

Er zijn beschrijvingen dat in het Catharina Convent een tiental jaren een brouwerij gevestigd was. Een erg groot succes heeft het vermoedelijk niet gehad,

want in tien jaar tijd kende het drie eigenaren.

Op de linker foto is de blootgelegde gewelfde waterput te zien.

Ook zou er een Kruitmolen voor het malen van buskruit zijn geweest. Een tredmolen, waar paarden rondjes liepen om de molen te laten draaien, maar daar is nog geen bewijs van gevonden.

De molen heeft 6 jaar dienst gedaan en is daarna verplaatst naar elders in de stad vanwege het ontploffings gevaar. Het zou kunnen zijn dat het bij de bouw van de LTS in de jaren ’60 verloren is gegaan, maar het is ook mogelijk dat het 200 meter verderop boven de grond komt als de archeologen aan de slag gaan op het terrein van het vroegere Cellebroedersklooster, waar veel vondsten worden verwacht.

Blootleggingen

Door

Rens van Adrighem

Zeer zorgvuldig worden alle plaatsen onderzocht en vastgelegd.

Over het kloosterleven staat in de literatuur vrijwel niets over geschreven.

Er staat slechts dat het een vrouwenklooster was. Wat de vrouwen deden staat niet beschreven. Om wat duidelijkheid te krijgen moeten stadsrekeningen worden doorgelezen, waarin een enkele keer de naam "werkzusters" is vinden.

De zusters werkten, maar wat voor werk de vrouwen zoal deden staat niet vermeld.

Het 300 pagina's tellende keurboek, met uit de 15e/16e eeuws handschrift,

geeft precies één aanwijzing; tussen de wetten en verordeningen lezen we dat de poorters alleen lakens mogen kopen die binnen de stad zijn gemaakt. "maar buiten het werk-zusterhuis". Dit wijst erop dat er weefgetouwen moeten hebben gestaan; de zusters maakten lakens of dekens.

Zoals in andere steden was het gilde van wevers niet blij met de concurrentie door de zusters. In het correctieboek staan overtredingen uit de 15e en 16e eeuw. We lezen bijvoorbeeld van een paar jongens/mannen die stenen over de muur van het klooster hebben gegooid. Zij zijn allen leden waren van het weversgilde.

Het moge duidelijk zijn dat het uitpluizen van oude geschriften een omvangrijke klus is. Dankzij het speurwerk en de publicatie daarvan door archivaris

Aart van der Houwen van het Streekarchief, kunnen ook wij kennis nemen

van het kloosterleven.

De resultaten zijn indrukwekkend. Muren, vloeren en pilaren worden zichtbaar.

Luchtfoto van het klooster.

Rens van Adrighem

NAAROpgravingen  1

NAAR: Opgravingen  2

NAAR: Bodenvondsten

NAAR: Samenvatting