Autoditact       kunstenaar

Rens van Adrighem

De familiegeschiedenis begint bij Simon Nachtegall die geboren werd op 30 januari 1851. 16 februari 1892 trouwde hij met Saartje van Koppelen, geboren op 16 februari 1859. 6 april 1894 werd hun zoon Nathan (Nico) geboren en hun dochter Rika op 3 juni 1896. Simon overleed op 14 april 1897 op 46 jarige leeftijd.


Nathan (Nico) is geboren in Rotterdam. Het adres is niet bekend. Hij is begonnen te werken als stoffeerder en behanger. Toen hij bij een pelswerker aan het klussen was, zag hij hem werken en raakte daar van onder de indruk. De man vroeg of hij misschien het vak zou willen leren, en daar zei hij ja op en kreeg daar toen zijn opleiding tot bontwerker.

Stola 1927-1930 museum Rotterdam.

10 mei 1940 brak de Tweede Wereldoorlog uit. Bij het bombardement van Rotterdam op 14 mei 1940 had door de bommenregen, die vroeg in de middag viel en slechts een kwartier duurde, een vernietigende uitwerking. Mede door de branden die ontstonden, was het gigantisch. Meer dan 24.000 woningen werden in de as gelegd, 32 kerken en 2 synagogen werden verwoest. Ongeveer 650-900 mensen vonden de dood en 80.000 Rotterdammers werden dakloos. Het gehele centrum veranderd in een smeulende puinhoop.

Onder de daklozen bevonden zich veel Joden die hun huis verloren, want een groot aantal woonde in het hartje van de stad, dat voor het grootste gedeelte met de grond gelijk gemaakt werd door het bombardement en de daaropvolgende brand.

Ook de woning en bontzaak van Nico en Cor werd getroffen en met de grond gelijkgemaakt. Al hun bezit ging verloren en ze zijn toen gevlucht via IJsselmonde naar een zuster van Cor. Daarna zijn ze op verschillende adressen geweest, maar kwamen toch weer in de Westewagestraat terecht.

De eerste anti-joodse maatregelen van de Duitsers vonden plaats in juli 1940. Het ritueel slachten van dieren werd verboden. Sinds 12 augustus 1940     Eind augustus 1940 werden nieuwe maatregelen getroffen. Nederlandse topambtenaren moesten er voor zorgen dat er nooit meer iemand met joods bloed in overheidsdienst genomen zou worden, waardoor ze in november 1940 uit hun ambt werden ontheven.

De Duitsers hadden gedefinieerd: Iemand is van joodse afkomst, indien iemand meer dan één voljoodse grootouder had, iemand lid was van de joodse gemeenschap of iemand die getrouwd was met een jood (se).

In het najaar van 1940 werd er een begin gemaakt met het plaatsen van borden 'Joden niet gewenst' in restaurants en koffiehuizen. In 1941 werden de koffiehuizen, restaurants en bioscopen verboden voor joden. Toen in 1941 het persoonsbewijs voor iedereen werd ingevoerd, kregen joodse mensen een persoonsbewijs met een duidelijk zichtbare J. Een J kregen mensen die voljoods waren.

B1 betekende dat diegene een bastaardjood was, iemand met een grootouder die joods was. B2 betekende dat diegene twee Joodse grootouders had. In principe werden de B1's en B2's met rust gelaten, de Duitsers pakten alleen de 'Volljuden' aan.

Op 10 januari 1941 moesten alle personen van geheel of gedeeltelijke joodse bloeden zich verplicht melden. Aanmeldingen kostte ƒ1 per stuk. Allen kregen na aanmelding een gele kaart. Deze kaart moest te allen tijde aan opsporingsambtenaren getoond kunnen worden.

In mei 1941 mochten joden zich niet meer aan het strand of in parken bevinden. Vanaf mei 1941 worden joodse bedrijven onder dwang geliquideerd of verkocht, vanaf augustus 1941 wordt onroerend goed in joods bezit verkocht.

Half september 1941, werd het hen verboden om deel te nemen aan openbare bijeen-komsten. Eind 1941 werd het lidmaatschap van een vereniging ontzegd. Joodse kinderen werd het in de provinciale hoofdsteden verboden om naar openbare of particuliere scholen te gaan en joodse bibliotheken werden gesloten.

In oktober 1941 werd het niet-joden verboden om nog langer te werken in joodse gezinnen en werd het voor Joden verboden om te verhuizen of te reizen.

Op 5 december van dat jaar moesten alle niet-Nederlandse joden zich melden voor 'vrijwillige emigratie'.

Van af 3 mei 1942 moesten alle joden in Nederland een kenteken van geel katoen op hun kleding dragen: de zespuntige 'jodenster'.

Op 30 juli 1942 begonnen de Nazi’s met deportaties. 2000 Joden kregen enkele dagen daarvoor een oproep zich te melden voor “onder politietoezichtstaande werkverruiming in Duitschland.” 1120 mensen meldden zich – bepakt en bezakt – bij Loods 24, de verzamelplaats op het terrein van de voormalige Gemeentelijke Handelsinrichtingen aan de Stieltjesstraat.

Velen bleven dus thuis of doken onder. Een tweede oproep, in augustus, leverde 800 Joden op en een derde slechts 520.

Omdat het gezin van Nico Nachtegall een gemengd huwelijk was werd het niet naar Duitsland gestuurd. Wel is hij in 1944 gearresteerd en in een werkkamp in Havelte terecht gekomen, waar hij zwaar graafwerk heeft moeten verrichten.

Een mede arbeider maakte in 1944 dit schilderijtje van Nico.

Op 10 en 11 november 1944 wordt in Rotterdam door de Duitsers de grootste razzia uit de bezettingstijd uitgevoerd. Aan alle mannen in de leeftijd van 17 tot en met 40 jaar wordt opdracht gegeven om met kleding, schoeisel, eetgerij en voedsel voor één dag op straat te gaan staan. De stad wordt door 8000 militairen afgegrendeld waarbij men wijkgewijs van huis tot huis gaat om de jongens en mannen naar verzamelplaatsen te brengen. Van daar wordt men per trein, schip of te voet af gevoerd naar Duitsland of Oost-Nederland om de door het vertrek naar het front leeggekomen arbeidsplaatsen op te vullen. Bovendien wordt zo voorkomen dat er in militair bedreigde gebieden weerbare mannen zijn die door het verzet of de geallieerden kunnen worden ingeschakeld.

Van de 70.000 dan nog in Rotterdam en Schiedam aanwezige mannen in die leeftijds-categorie worden er 50.000 afgevoerd. De overigen verkrijgen vrijstelling of weten zich aan de razzia te onttrekken. Een van de verzamelplaatsen is gevestigd in het nog in aanbouw zijnde Centraal Belastingkantoor aan de Puntegaalstraat.

Uit enkele opvallende beschrijvingen uit het dagboek van Carry Ulreich die drie jaar lang op de Mathenesserweg 28C ondergedoken zat bij de familie Zijlmans, valt op te maken dat de familie Nachtegall december 1944 en februari 1945 woonden in de buurt van waar Carry ondergedoken zat.

De Canadezen en de Engelsen stroomden de stad binnen. Er was haat, de kapper in de straat knipte onder gejuich een buur-vrouw kaal, midden op straat. Er werd gezegd dat ze een moffenhoer was. Kinderen van ouders die van de NSB lid waren geweest kregen het zwaar te verduren.

Na de bevrijdingsfeesten ging iedereen hard aan het werk, zo ook de familie Nachtegall.

De schouders eronder, de mouwen opstropen en niet omkijken naar wat gebeurd is.

Nico is voor zichzelf gaan werken toen hij in 1923 trouwde met Cornelia Jeanette (Cor) Heschlé, geboren op 25 januari 1900 te Schiedam en gingen in de Westwagenstraat wonen. Het nummer is onbekend.

In 1930 kwam het winkelpand Westewagenstraat 96 vrij. Op dat adres zat van november 1903 tot februari 1930 muziekhandelaar Hakkert. Nico vestigde zich daar en daar werd 30 april 1925 hun dochter Elly en 23 mei 1927 hun zoon Simon (Pim) geboren. Ze hadden daar ook hun atelier en bontzaak.

Pim is al vroeg zijn vader gaan meehelpen. Toen hij een jaar of 10-12 was moest hij als hij uit school kwam op de fiets met 2 of 3 koffers, jassen gaan afleveren bij de klanten. Toen hij de middelbare Mulo had afgemaakt is hij bij zijn vader in de zaak gekomen.

BONTWERK VAN NICO NACHTEGALL VAN VOOR DE OORLOG

Hand geborduurd label in de hals.

Heuplange bontjas met satijnen voering. Museum Rotterdam.

Stola van vier bruine aan elkaar genaaide nertsen 1927-1934.

DE TWEEDE WERELDOORLOG

DE GEVOLGEN VOOR DE JOODSE GEMEENSCHAP EN IN HET BIJZONDER VOOR DE FAMILIE NACHTEGALL

Op 8 oktober gingen Joodse Rotterdammers tussen de 60 en 96 jaar via Loods 24 naar doorvoer-kamp Westerbork om vandaar naar de vernietigingskampen te worden afgevoerd.

Een week later volgden alle vrouwen en kinderen van degenen die al weggevoerd waren.


Op 5 mei 1945 komt er met de bevrijding een einde aan vijf jaar bezetting, razzia’s, discriminatie, vervolging en onderdrukking. Veel mensen gaan de straat op om te vieren dat ze weer in vrijheid kunnen leven.

Bij het dorp Havelte vlakbij Steenwijk liet de Duitse bezetter een vliegveld bouwen. In oktober 1942 begon men in het diepste geheim met de aanleg van het vliegveld. De grond was daar zanderig afgewisseld met keileem. Gevangenen van de Rijkswerkinrichting te Veenhuizen en Groningen en tewerkgestelde Joden uit een gemengd huwelijk werden aan het graafwerk gezet. Een kamp vlakbij de huidige locatie van de hunebedden gaf hen onderdak.

DE BEVRIJDING

TEWERKSTELLING

VAN STOFFEERDER/BEHANGER NAAR BONTWERKER.

NAAR:  Deel twee

Als de razzia’s een aanvang nemen proberen Carry, haar zus Rachel en Bram, haar verloofde, net als vele andere Joodse mensen, een baantje te krijgen bij de Joodse Raad om uitstel van deportatie te krijgen. Dat lukt. Carry moet koffie schenken en afwassen bij Loods 24, het verzamelstation van opgeroepen Joden om van daaruit vervoerd te worden naar de kampen. Carry ziet vele bekenden voorbij komen en is getuige van hartverscheurende taferelen.

18 oktober 1942 zijn ze in onderduik gegaan bij de katholieke familie Zijlmans in een bovenhuis aan de Mathenesserweg 28C. Carry beschrijft wat ruim twee en een half jaar onderduik met onderlinge spanningen en de volledige afhankelijkheid ten opzichte van de onderduikgevers doet.

De water kraan open draaien kon niet zomaar. Het toilet doortrekken evenmin, uit vrees voor ontdekking door de buren. Dat waren N.S.B.ers. De Zijlmans zelf gingen slapen in het aardappelhok zonder raam. De Ulreichs kregen een kamer met raam.

Toen de Duitsres tijdens een razzia binnenvielen,verscholen ze zich gauwin een verscholen ruimte achter een kasten begonnen de eigenaren een vriendelijk praatje te maken met de Duitsers en die vertrokken weer.

Eind oktober 1942 begonnen de Nazi’s joodse mensen van huis op te halen.

Simon Nachtegall’s vrouw Saartje en dochter Rika, (ongehuwd), werden van huis gehaald en op 9 november 1942 in concentratiekamp Auschwitz in Polen om het leven gebracht.

Maar ook de internationale slechte situatie van de Joden, men name die in Polen, het land van haar voorouders, houdt ze nauwgezet bij. Carry vertelt dat al in 1942 bekend wordt gemaakt dat Joden in Polen massaal uitgemoord worden. Carry maakt zich zorgen over het lot van het Joodse volk en is al in een vroeg stadium bang dat er niets van over blijft.

Carry Ulreich die direct na de oorlog naar Palestina (het latere Israël) vertrok, was een Rotterdams Joodse tiener van 14 jaar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Vanaf eind 1941 heeft ze een dagboek bijgehouden tot aan het einde van de oorlog.

Ze beschrijft de steeds stringentere anti-Joodse maatregelen die de Duitsers afkondigen en de gevolgen daarvan, bijvoorbeeld voor haar vaders bedrijf (kleermaker/coupeur: zaak in maatkleding).

UIT HET DAGBOEK VAN CARRY ULREICH

In december 1944 schrijft ze: Gisteren bij de tandarts geweest. Ben vlug doorgelopen  zodat ik niemand ontmoette. Alleen ben ik opgebotst tegen Mijnheer Nachtegall. Later eigenlijk, misschien een seconde later in een reflex, besefte ik dat het oom Nico was.

In februari schrijft ze: Pa heeft aan Nico Nachtegall een brief geschreven. Mijnheer Zijlmans was er wel eens geweest om de groeten over te brengen van ons en nu heeft pa iets meer gevraagd over kennissen in de brief. Promt de volgende dag kon Mijnheer een brief terug komen halen en pa vond in een pakje, shag van oom Nico en van tante Cor een doosje Consi. Wat ontzettend hartelijken lief is dat van hen. Indeze tijd, dat je deze producten niet meer ziet of onzettend duur zijn (Consi f.15,-). En een reuze hartelijke brief, die je goed doet. Helaas zijn vele kennissen opgepakt. Alle zelfs.  


DE GESCHIEDENIS VAN DE BONTWERKERS FAMILIE

Nachtegall

De Rotterdamse familie Nachtegall is één van de ruim dertig geslachten Nachtegall die in de

17de en 18de eeuw in Nederland woonachtig waren. De oorsprong van de familie ligt waarschijnlijk in Zeeland of op de Zuid- Hollandse eilanden.

Op 31 maart 1942 werd Nico door de Sicherheitspolizei gearresteerd. Hij woonde sinds 12 augustus 1940 op de Mathenesserlaan 387b en werd op 4 april 1942 uit zijn hechtenis ontslagen.

Pim Nachtegall is op een dag uit de bioscoop geplukt door de Duitsers. Hij was zich van geen kwaad bewust want de bioscoop was alleen verboden voor voljoden en Pim had alleen een Joodse vader. Een N.S.B. jongetje van school wist dat Pim van joodse afkomst was en had hem daarom verraden. Zijnmoeder heeft hem vrij weten te praten.

Uiteindelijk werden meer dan twaalfduizend Joodse mensen uit Rotterdam en omgeving tijdens de oorlog vermoord door de Duitse bezetter.