Ik woonde in de Witte de Withstraat en speelde vaak op de wallen bij het 1 april monument. 1 april 1954 - ik was toen acht jaar - was de eerste keer dat ik ging kalken. Ik was trouwens wel gelijk de klos, want politie-agent Koos van ‘t Hof nam op het Maarland Nz. bij de brug - waar ik een tekst op het wegdek schilderde - mijn kwast en witkalk in beslag. Ik moest dus weer naar huis om nieuwe kalk en een kwast te halen, want stoppen was er niet bij.
Het was 1956, toen ik met Aad van 't Hof en Frans Verhoef spelende op de wallen, tussen Bastion VIII en de Langepoort, met mijn voet wegzakte in de aarde. Met onze handen groeven we de aarde verder weg en kwamen toen op een tongewelf van kloostermoppen (bakstenen van zo´n 25 a 30 centimeter) terecht. Na wat verder graven konden we zelfs onder dat gewelf komen. Het was gebouwd tegen een dikke muur van zeker een halve meter met een schietgat er in. Dat moest dus de oude stadsmuur zijn. Aad van 't Hof is toen naar de archivaris Jac. Klok gegaan om te gaan vertellen van onze vondst. De heer Klok is toen gelijk komen kijken en wist ons te vertellen dat waarschijnlijk onder het hele stuk wallen vanaf het bastion VIII tot aan de Langepoort, zich de oude stadsmuur moest bevinden. De dagen daarna hebben we het gewelf verder van grond ontdaan, zodat we er in konden staan.