Voor het licht beschikte hij over de heren Arie van Eendenburg van het GEB en Kuperus die werkzaam was bij de Delta werken, en de kilometers kabel, schijnwerpers en weerstanden aanleverde. Er was meer licht dan dat er ooit bij de toen bekende Taptoe Delft gebruikt was. Buiten het podium en het decor werd ook de St. Catharijnekerk, die een belangrijke rol speelde in het stuk, volop in het floodlight gezet. Op de toren waren vuren in de vorm van fakkels die op gas werkten gemaakt door loodgieter Noordzij. Op de grond aan de voet van de toren waren de lampen opgesteld waarmee de gloed van de in brand staande Noordpoort werd weergegeven, alsmede de daarbij horende rookeffecten, die ik mocht bedienen. Tevens had ik in het spel de onbeduidende rol van Roobol. Mijn tekst bij het binnenkomen van Treslong was: "Hij schijnt welkom te zijn", een tekst die me voor altijd bij zal blijven. Evenals overigens de teksten van de overige rollen. Toen kon je deze allemaal wel dromen dus is er veel blijven hangen. Het gebrek aan watergeuzen werd op het laatste moment opgelost door een 50-tal Zuidlanders. Alle kostuums werden gehuurd in Rotterdam bij een toneelkleding bedrijf. Ik zie nog de grote kisten staan in de OLS waar we ook allemaal geschminkt en van baarden en snorren werden voorzien.
