Als geboren Briellenaar ben ik al sinds mijn jeugd bijzonder geïnteresseerd in de geschiedenis van mijn geboortestadje, en probeer mij altijd voor te stellen hoe bijvoorbeeld de vestingwerken er in het verre verleden uitgezien moeten hebben. Er zijn natuurlijk genoeg oude kaarten, gravures en schilderijen bewaard gebleven, maar hoe de vestingwerken er daadwerkelijk hebben uitgezien, daar is bijna niets van terug te vinden. Wat bij de meeste gravures opvalt, is dat de situatie van de gebouwen zoals kerken, kloosters en andere belangrijke gebouwen, niet helemaal juist zijn, waardoor je geen goed beeld krijgt. Ik heb een aantal oude gravures en tekeningen opgezocht en bestudeerd, en aan de hand daarvan, samen met oude beschrijvingen, probeer ik letterlijk en figuurlijk aan de hand van die gegevens, een beeld te schetsen van hoe naar mijn idee een en ander er uit gezien zal hebben. Geen werkelijke historische weergaven dus, maar interpretaties van een oud-Briellenaar, met interesse in het verleden.

Al in 1257 wordt in documenten over Den Briel gesproken en in 1277 over de parochie Maarland. In 1280 waren Den Briel en Maarland nog niet ommuurd.

Geschiedkundige gegevens

In 1330 verleent Gerard van Voorne aan de poorters van Den Briel allerlei stedelijke rechten.

In 1338 krijgen de poorters vergunning om de bebouwde kom te omringen met muren en vesten.

In 1350 ligt de Maarlandse haven binnen de vesting achter het noordfront. Het noord- oostfront loopt langs een aan het einde van de 14e eeuw gegraven haven met spuikom.

Langs het overige deel van de stadsomtrek zijn dan muren aanwezig met daarin poorten.

1570

1555

1300

1350

De vier hoofdpoorten zijn: de Noordpoort, Langestraatsepoort, Piermanswellepoort en de Zuidpoort. Aan de oostzijde nog twee kleinere uitgangen, waarvan één de oudste,

de Kaaipoort is.

Stadsmuren en poorten

DE NOORDPOORT

Van de Noordpoort zijn niet veel gegevens beschikbaar. Er is beschreven dat in 1619 de magistraten besloten om de brug vóór de Noordpoort en de poort zelf af te breken.

Er wordt niet vermeld of het om een vaste- of ophaalbrug gaat.

Aan de blootgelegde funderingen van de Noordpoort, zijn de afmetingen en min of meer de vorm af te leiden.

Samen met de gravures en schilderijen uit 1600 en 1700, kan je met deze summiere gegevens in elk geval vaststellen dat de poort geen ronde torens had.

Bij het zien van de sleuven bij de ingangen van de poort, zou je denken dat de poort gesloten werd met een valhek. Uit de geschiedenis blijkt echter dat de poort met deuren werd gesloten. Die werden immers gerammeid door de geuzen.

In 1993 schilderde ik

na het bekijken van gravures en prenten,

deze impressie van een gezicht op de vestingstad rond het jaar 1570.

DE LANGESTRAATSEPOORT

In 1998 is er archeologisch onderzoek verricht op het terrein van de vroegere meisjes-vakschool, waar over een lengte van ruim honderd meter de historische stadsmuur is opgegraven.

De Langestraatsepoort bevond zich in het verlengde van de Langestraat en de Langeweg.

Deze dienden om de muur in balans te houden en om de tongewelven te dragen, waarop een weergang was aangebracht.

De lengte van de gebruikte bakstenen (27-29 centimeter) geeft een voorzichtige indicatie voor de datering van de muur-funderingen: de eerste helft van de veertiende eeuw.

Een bakstenen vloertje tussen de steunberen en een beerputje uit het laatste kwart van de veertiende eeuw wijzen op een mogelijke bewoning onder de bogen van de weergang.

Een heel bijzonder fenomeen is de doorgang in de stadsmuur ter hoogte van het midden van de Maarlandse haven.

Deze doorgang is al aanwezig in de eerste aanleg van de stadsmuur. Een groot gedeelte van vermoedelijk een gemetselde boogconstructie bleek in de opening naar beneden te zijn gestort.

Aan weerszijde van de opening werden de resten van houten palen gevonden, die gedateerd zijn op circa 1360.

In 1394 wordt een spuikom aangelegd, direct ten noordwesten van de stadsmuur, (de latere Kostverloren) voor de Maarlandse haven.

In 1478 kreeg de poort een grote opknapbeurt.

De stadsmuur verloor haar functie aan het eind van de zestiende eeuw door de modernisering van de verdedigingswerken. Ergens in het midden van die eeuw is men de sluisgang gaan slopen. Een grote uitgraving getuigt van deze activiteit.

In 1704 werd de poort afgebroken en werd er nieuwe (de huidige Langepoort) gebouwd.

Impressie van de Langestraatsepoort,

die zich aan het einde

van de Langestraat,

en het verlengde van de Langeweg bevond

DE PIERMANSWELLEPOORT

Over de Piermanswellepoort, die in het verlengde van de Welleweg stond, zijn enkele dingen bekend. Door de poort kon men via de Piermansbrug op de Welleweg komen.

In 1478 schreef men: De poort heeft vier torentjes, kreeg een opknapbeurt en staat bij een gemetselde wel in het midden van de vest en kreeg een afsluitbaar deksel.

Impressie schets van de Piermansbrug en de  Piermanswellepoort, met rechts daarvan een Wel,

in het midden van de vest. Het geheel lag in het verlengde van de Welleweg. Rond 1700 werden de restanten van de poort opgeruimd.

Piermanswellepoort

Wel

Zuidpoort

Welleweg

de Rik

Vest

Vest

Vest

DEN BRIEL

RUGGE

DE ZUIDPOORT

Van de oude Zuidpoort heb ik helaas geen enkele beschrijvingen kunnen vinden.

In 1705 werd er een nieuwe Zuidpoort gebouwd, die in 1900 weer afgebroken werd.

de Inname van Den Briel

Op 1 april 1572 vindt de inname van Den Briel door de watergeuzen plaats, waarbij de Noordpoort gerammeid wordt.

Op deze gravure lijkt het op een gediciplineerde belegering, maar het was niets meer dan een ongeregelde bende van enkele honderden zeeschuimers.

Van de inname van Den Briel op 1 april 1572 zijn veel tekeningen, schilderijen en gravures.

De voorstellingen van de poort met ronde torens

blijken te zien aan de restanten van de Noordpoort, niet juist te zijn.

Ook ikzelf waagde me

aan een schilderij van de inname.

Nieuwe fase

Voor de Noordpoort wordt een bastionachtig buitenwerk aangelegd en in de daaropvolgende jaren worden twee schansen of forten aangelegd ter beveiliging van de mond van de buitenhaven. Aan de westzijde de schans Kleiburg met drie bastions en aan de oostzijde de schans Nieuweroord met  een bastion.

Nog meer werken worden aangelegd, maar van 1585 tot 1616 geraakt Den Briel als pand in de handen van de Engelsen.

In die periode wordt de stad naar het oosten uitgelegd, waarbij de oude oostelijke gracht als binnenhaven wordt ingericht. De stad krijgt een nieuw oostfront, aangepast aan de situatie ter plaatse. Een nieuwe Kaaipoort wordt ten oosten van de oude gebouwd.

Plattegrond van Den Briel met gedeeltelijke situatie van de muren en vesten in 1572 en een geprojecteerde uitbreiding in oostelijke richting. (1586)

Vermoedelijk werd de oostkant van de vesting rond 1572 nog verdedigd door aarden- en houten wallen. Rondom de poorten waren al indrukwekkende vestingwerken ontstaan.

Omdat de bestaande buitenhaven geleidelijk is verzand, besluit men in 1607 tot de aanleg van een nieuwe meer naar het oosten gerichte haven. Na 1611 worden de schansen Kleiburg en Nieuweroord niet meer onderhouden.

In 1625 wordt aan het einde van het Maarland Nz. een nieuwe poort opgericht: de Waterpoort.

In 1633 wordt er een bolwerk aangelegd tussen Kaaipoort en Zuidpoort. Ook één ten noorden van de voormalige Noordpoort.

De zuidelijke uitloper van de vesting zou daarbij worden afgesneden, maar over opruiming van

het af te snijden gedeelte wordt niet gerept. In het tijdvak 1618 - 1649 gaat men tot gedeeltelijke verbetering van de vesting over en wel volgens het acht-bastions-plan. Twee bolwerken, het Bleykersbolwerk en het Oranjebolwerk worden weliswaar voltooid, maar de verdere uitvoering werd steeds maar uitgesteld. Ten tijde van de Eerste Engelse Oorlog verkeert de vesting in een deplorabele toestand, welke bijna een halve eeuw zo zal blijven. Na 1649 is voor de Langepoort nog een ravelijn aangelegd.

In 1698 denkt men weer serieus over het nog te verbeteren gedeelte van de vesting, namelijk het zuidelijke gedeelte tussen het Bleykers- en Oranje- bolwerk, waarin twee nieuwe bolwerken en twee beren waren gepland. Voorts nog een ravelijn voor de courtine Galgebolwerk-Kruithuisbolwerk. Men is kennelijk overgeschakeld op het negen-bastions-plan.

In 1698 wordt een nieuw plan ter verbetering van de vesting ontworpen. Rondom 1700 wordt er hard aan de vesting gewerkt.

In die tijd brengt Menno van Coehoorn een bezoek aan Brielle, omdat zijn mening is gevraagd over het al dan niet handhaven als buitenwerk van het af te snijden zuidelijke gedeelte. Besloten wordt om de af te snijden werken op te ruimen.

In 1702 beginnen de werkzaamheden aan de definitieve verbetering. De grond wallen worden opgeworpen en er komen nog drie ravelijnen tot stand, zodat er dan vijf in totaal zijn. Het riviervak Noord- of Kijkpaalbolwerk tot het Kruithuis- of Vlieguitbolwerk wordt voorzien van een rond de hoofdgracht gelegen doorlopende beschermwal, een zogenaamde enveloppe. (Doorlopende beschermingswal rondom een versterking, meestal voorzien van een gedekte weg. Ligt tussen de buiten- en de binnengracht in.)

De oude stadsmuren verdwijnen zodoende voorgoed onder de aarde en veranderd de aanblik van de vesting zoals we hem nu nog steeds kennen.

De oude Langepoort en de Zuidpoort worden afgebroken en elders weer opgebouwd.

De Piermanswellepoort wordt afgebroken. Voor de derde maal wordt er een Kaaipoort gebouwd. De tweede Kaaipoort werd een sortie (doorgang)

de Vernieuwde poorten

In 1704 werd de Langstraatsepoort afgebroken en wordt de Langepoort gebouwd, een 75 meter oostelijker.

In 1705 wordt een geheel nieuwe poort: de Waterpoort, aan het einde van het Maarland Nz. - ter vervanging van een uit 1625 stammende poort - gebouwd.

De poort werd in 1894 gesloopt

Aan het Zuidfront verdwijnen de bestaande Zuidpoort en de restanten van de Piermanswellepoort.

In de plaats hiervan komt er in 1705 in de nieuwe wal een nieuwe Zuidpoort.

In 1700 wordt er aan het eind van de Kaaistraat een sortie poortje door de wallen gemaakt.

Kaaipoort met dam en brug  gebouwd, als toegang naar

het ravelijn. Het huidige Echter van Wissekerkeplein.

de Situatie in 1743

In 1780/'81 wordt de vesting in staat van verdediging gebracht. Daarbij krijgt het ravelijn bij de Waterpoort gebogen flanken. Op het hoofd komt er een kleine testbatterij bij het Oosterlandse sluisje.

In de 19e eeuw vinden nog enkele wijzigingen plaats, zoals het grotendeels slopen van de bekledingsmuren van wallen van het rivierfront, de aanleg van de Havenbatterij, later verbeterd en voorzien van een bomvrij wachthuis, ingericht voor twee kanonnen van 24 centimeter en de bouw van een schuilplaats, een remise of een munitiemagazijn in enige bastions.

In 1818, kort na de Engelse pandperiode komt men met twee plannen om de vesting te verbeteren. Het ene omvat een tracé met acht en het andere een tracé met negen bastions beiden zonder ravelijnen.

Hoewel de vesting nog lang als zodanig geclassificeerd is gebleven, de oostelijke helft met havenbatterij en batterij nr. 12 tot 1326 en de westelijke helft tot 1952, heeft de verwijderingsdrift ook hier, maar gelukkig op bescheiden schaal, geheerst.

Omtrent de eeuwwisseling maken de Waterpoort en de Zuidpoort plaats voor open doorgangen. Bij de Zuidpoort komt een dam in de gracht (Pieter van der Wallendam) met brug en het ravelijn wordt onherkenbaar veranderd. Ook terzijde van het Galgebolwerk, ter plaatse van de vroegere Kaaipoort nr. 2, komt een open doorgang in de wal, eveneens met dam en brug. Het ravelijn voor Kaaipoort nr. 3 wordt afgegraven en bouwplaats voor woningen. (Echter van Wissekerkeplein).

Gelukkig, dat men het hierbij heeft gelaten, want er is veel schoons gespaard gebleven.

In de beginjaren zeventig werden de wallen geheel gerestaureerd. Evenals de Langepoort en de Kaaipoort, de enige twee poorten die er van de machtige vestinggordel van Den Briel, voor het nageslacht behouden zijn gebleven.

Persoonlijke ervaring

Op het onderste fragment uit de gravure van een gezicht op Den Briel, is de vermoedelijk meest juiste weergave te zien van hoe het werkelijke beeld op de vestingstad geweest zal zijn.

In mijn jeugd ontdekte ik met vriendjes bij toeval op de wallen tussen Langepoort en Bastion VIII, de oude stadsmuur met tongewelven en een weergang,  behorende bij de vestingwerken uit de 14de eeuw. Alles met de zelfde kenmerken als de opgravingen van de oude stadsmuur in 2008, aan het einde van de Langestraat.

de twee overgebleven poorten

Ook de Noordpoort heeft de zelfde kenmerken, vorm en steensoort als de Langstraetse poort, de stadsmuur tussen de Langepoort en bastion VIII.

In 1934 wordt er een brede sortie

aan het einde van de Kaaistraat gemaakt.

De Zuid entree

De voormalige Waterpoort entree aan het einde van het Maarland Nz.

In 2009 veranderde het aanzien van de twee belangrijkste entrees van Den Briel. Aan de Arnoldus Botbijlweg, rechts van de Zuid-entree, werden moderne huizen gebouwd en bij de Kaaistraat-entree werd een betonnen voetgangerstunneltje door de wallen gemaakt.

Lijst van de huidige bolwerken (bastions), poorten, ravelijnen en beren, beginnend bij de "Waterpoort" en binnenkomend, naar rechts gaande:


Bastion 1: "Molen-" of "Zwartewaalsbolwerk". Beer tussen gracht en buitenwater.

Bastion 2: "Kruithuis-" of "Vlieguitbolwerk" met kruitmagazijn en beer.

"Kaaipoort", waarvoor bebouwd ravelijn. (Echter van Wissekerkeplein)

Bastion 3: "Galgebolwerk" of “Revolutiebolwerk”

Voormalige “Kaaipoort”. Doorgang met waterkering door de wal.

Bastion 4: "Bleykersbolwerk"  met beer, Ravelijn.

Voormalige “Zuidpoort.” Open doorgang waarvoor voormalig ravelijn.

Bastion 5:  "Westerbolwerk" met beer.

Bastion 6: "Hollebolwerk”.

Bastion 7: "Oranje-" of "Vrijheidsbolwerk".

"Langepoort", waarvoor een ravelijn.

Bastion 8: "Lijnbaanbolwerk" 

Bastion 9: "Kijkpaal" of "Noordbolwerk" met hierin de restanten van de "Noordpoort".


Verklaring van enige vestingbouwkundige termen:

Bolwerk of bastion - uitbouw,meestal  vijfhoekig, van de vestingwal met het doel het terrein voor de wal beter te kunnen bestrijken.

Courtine: walgedeelte tussen twee bastions.

Ravelijn: werk, gelegen in de gracht voor een Courtine om deze in front te kunnen beschermen.

Beer: stenen dam in de vestinggracht, om bijvoorbeeld zout en zoet water gescheiden te kunnen houden.

Om te voorkomen, dat deze dam een welkome toegang voor de vijand zal zijn, wordt de bovenkant in de vorm van een zogenaamde "ezelsrug" gemetseld. Om het nog moeilijker te maken, plaatst men op deze "ezelsrug" een gemetselde of hardstenen zuil, die "monnik" wordt genoemd.

Beer met ezelsrug en monniken.

Rens van Adrighem

Jávea, Spanje  januari 2011

Voor het laatst bewerkt in januari 2013

NAAR: Site inhoud

door:

Alarmklok.

In 1482 laat het stadsbestuur een grote luidklok gieten om in de toren te hangen, om de bevolking te kunnen waarschuwen bij onraad.

Deze kolossale klok van 4200 kilo moest door acht man worden geluid.

Tijdens de Jonker Fransen Oorlog in 1488 en de Gelderse oorlogen in 1511 en 1517, gaat men zich intensiever met de versterking van Den Briel bezig houden.

De Langepoort die altijd witgekalkt was geweest, werd in 1974 gerestaureerd.

In 1968 werd de Kaaipoort gerestaureerd.

de andere door- en toegangen

In 1709 wordt een nieuwe (de derde)

OPGRAVINGEN

Na circa 62 meter knikt de muur in de richting van de Van Sleenstraat. De indrukwekkende funderingen van de stadsmuur zijn over het algemeen over een hoogte van 1.50 à 2.20 meter bewaard gebleven.

De opgegraven muur ligt vrijwel paralel aan de Langestraat.

Aan de achterzijde van de muurfunderingen is op onderlinge afstand van ruim drie meter, een groot aantal steunberen aangetroffen.

Restauratie van de restanten van de Noordpoort

In 1713 kwam de vesting tot voltooiing. De vorm is een ontwerp van de vestingbouwers Willem Paen en zijn beroemde evenknie Menno van Coehoorn. Sinds 1713 is er weinig aan de vesting veranderd, waardoor de verdedigingswerken tot de belangrijkste overgebleven vestingwerken van Nederland behoren.

Nadat de geuzen in 1572 vrij makkelijk Brielle hadden ingenomen, begonnen zij met het vervangen van de Middeleeuwse stadsmuren door een moderne vesting. Dit proces van vernieuwing en vervanging zou duren tot 1713.

de Voltooiing van de vesting

300 Jaar Vesting Den Briel

Jaren later werd op de fundamenten, dit 1 aprilmonument gebouwd.

Van de in 1572 door de Watergeuzen gerammeide Noordpoort, werden in 1922 de fundamenten blootgelegd, en werd er een monumentje opgericht dat onthuld werd door koningin Wilhelmina op 1 april 1922.

Bij de opgravingen bleek het fundament van de historische Noordpoort veel groter te zijn dan eerder werd verdacht. Vlak bij de poort werd een deel van een Delftsblauw bord gevonden.

Restauratie van de Vestingwerken

De vestingwerken zijn in 1972-'75 gerestaureerd onder leiding van J. Walraad. De fundamenten van de Noordpoort werden - over 8 bij 40 meter - weer blootgelegd en grondig gerestaureerd.

In 2013 is het 300 jaar geleden dat Den Briel vestingstad in haar huidige vorm officieel werd afgerond. Dit bijzondere moment krijgt dan ook extra aandacht ten aanzien van het behoud, beleving en borging. 2013 staat dan ook volledig in het teken van de vestingwerken 300 jaar.

In het kader van het behoud worden de kanonnen en affuiten vervangen en uitgebreid, de bastions zullen opnieuw worden geschilderd en opgeknapt en toegankelijk gemaakt evenals het aanbrengen van nieuwe rust- en informatiepunten op de Brielse vestingwallen. Uiteraard bestaat het voornemen de vestingwerken van Den Briel behoorlijk onder de aandacht te brengen van de bezoeker van Brielle; in navolging daarvan zullen er diverse activiteiten worden georganiseerd op de vestingwerken, de molen ’t Vliegend Hert waarin de Franse tijd extra wordt benadrukt... Kortom, 2013 wordt voor Brielle wederom een bijzonder jaar!

Het is mogelijk om de wallen in zijn geheel rond te lopen en te bezichtigen. Om de bouw van de vesting mogelijk te maken, hebben Paen en Van Coehoorn de afbraak gelast van een complete wijk in het zuidelijk stadsdeel. Tegenwoordig is in dit net buiten de huidige wallen liggende gebied een groene woonwijk.

De Zuidpoort aan het einde van de Nobelstraat. In 1900 werd hij gesloopt.