Geschiedkundige gegevens.

1555

Over de Piermanswellepoort, die in het verlengde van de Welleweg stond, zijn enkele dingen bekend. Door de poort kon men via de Piermansbrug op de Welleweg komen.

In 1478 schreef men: De poort heeft vier torentjes, kreeg een opknapbeurt en staat bij een gemetselde wel in het midden van de vest en kreeg een afsluitbaar deksel.

Tijdens de Jonker Fransen Oorlog in 1488 en de Gelderse oorlogen in 1511 en 1517, gaat men zich intensiever met de versterking van Den Briel bezig houden.

In 1482 laat het stadsbestuur een grote luidklok gieten om in de toren te hangen, om de bevolking te kunnen waarschuwen bij onraad.

Deze kolossale klok van 4200 kilo moest door acht man worden geluid.

Op 1 april 1572 vindt de inname van Den Briel door de watergeuzen plaats, waarbij de Noordpoort gerammeid wordt.

Spoedig na de inname in 1572 treedt een nieuwe fase in. Voor de Noordpoort wordt een bastionachtig buitenwerk aangelegd en in de daaropvolgende jaren worden twee schansen of forten aangelegd ter beveiliging van de mond van de buitenhaven. Aan de westzijde de schans Kleiburg met drie bastions en aan de oostzijde de schans Nieuweroord met  een bastion.

In die tijd brengt Menno van Coehoorn een bezoek aan Brielle, omdat zijn mening is gevraagd over het al dan niet handhaven als buitenwerk van het af te snijden zuidelijke gedeelte. Besloten wordt om de af te snijden werken op te ruimen.

In 1702 beginnen de werkzaamheden aan de definitieve verbetering. De grond wallen worden opgeworpen en er komen nog drie ravelijnen tot stand, zodat er dan vijf in totaal zijn. Het riviervak Noord- of Kijkpaalbolwerk tot het Kruithuis- of Vlieguitbolwerk wordt voorzien van een rond de hoofdgracht gelegen doorlopende beschermwal, een zogenaamde enveloppe. (Doorlopende beschermingswal rondom een versterking, meestal voorzien van een gedekte weg. Ligt tussen de buiten- en de binnengracht in.)

De oude stadsmuren verdwijnen zodoende voorgoed onder de aarde en veranderd de aanblik van de vesting zoals we hem nu nog steeds kennen.

In 1780/'81 wordt de vesting in staat van verdediging gebracht. Daarbij krijgt het ravelijn bij de Waterpoort gebogen flanken. Op het hoofd komt er een kleine testbatterij bij het Oosterlandse sluisje.

In de 19e eeuw vinden nog enkele wijzigingen plaats, zoals het grotendeels slopen van de bekledingsmuren van wallen van het rivierfront, de aanleg van de Havenbatterij, later verbeterd en voorzien van een bomvrij wachthuis, ingericht voor twee kanonnen van 24 centimeter en de bouw van een schuilplaats, een remise of een munitiemagazijn in enige bastions.

Lijst van de huidige bolwerken (bastions), poorten, ravelijnen en beren, beginnend bij de "Waterpoort" en binnenkomend, naar rechts gaande:


Bastion 1: "Molen-" of "Zwartewaalsbolwerk". Beer tussen gracht en buitenwater.

Bastion 2: "Kruithuis-" of "Vlieguitbolwerk" met kruitmagazijn en beer.

"Kaaipoort", waarvoor bebouwd ravelijn. (Echter van Wissekerkeplein)

Bastion 3: "Galgebolwerk" of “Revolutiebolwerk”

Voormalige “Kaaipoort”. Doorgang met waterkering door de wal.

Bastion 4: "Bleykersbolwerk"  met beer, Ravelijn.

Voormalige “Zuidpoort.” Open doorgang waarvoor voormalig ravelijn.

Bastion 5:  "Westerbolwerk" met beer.

Bastion 6: "Hollebolwerk”.

Bastion 7: "Oranje-" of "Vrijheidsbolwerk".

"Langepoort", waarvoor een ravelijn.

Bastion 8: "Lijnbaanbolwerk" 

Bastion 9: "Kijkpaal" of "Noordbolwerk" met hierin de restanten van de "Noordpoort".


Verklaring van enige vestingbouwkundige termen:

Bolwerk of bastion - uitbouw,meestal  vijfhoekig, van de vestingwal met het doel het terrein voor de wal beter te kunnen bestrijken.

Courtine: walgedeelte tussen twee bastions.

Ravelijn: werk, gelegen in de gracht voor een Courtine om deze in front te kunnen beschermen.

Beer: stenen dam in de vestinggracht, om bijvoorbeeld zout en zoet water gescheiden te kunnen houden.

Om te voorkomen, dat deze dam een welkome toegang voor de vijand zal zijn, wordt de bovenkant in de vorm van een zogenaamde "ezelsrug" gemetseld. Om het nog moeilijker te maken, plaatst men op deze "ezelsrug" een gemetselde of hardstenen zuil, die "monnik" wordt genoemd.

Den Briel
en zijn vestingwerken

Ook ikzelf waagde me

aan een schilderij van de inname.

Van de inname van Den Briel op 1 april 1572 zijn veel tekeningen, schilderijen en gravures.

In die periode wordt de stad naar het oosten uitgelegd, waarbij de oude oostelijke gracht als binnenhaven wordt ingericht. De stad krijgt een nieuw oostfront, aangepast aan de situatie ter plaatse. Een nieuwe Kaaipoort wordt ten oosten van de oude gebouwd.

Nog meer werken worden aangelegd, maar van 1585 tot 1616 geraakt Den Briel als pand in de handen van de Engelsen.

Nieuwe fase:

Omdat de bestaande buitenhaven geleidelijk is verzand, besluit men in 1607 tot de aanleg van een nieuwe meer naar het oosten gerichte haven. Na 1611 worden de schansen Kleiburg en Nieuweroord niet meer onderhouden.

De zuidelijke uitloper van de vesting zou daarbij worden afgesneden, maar over opruiming van het af te snijden gedeelte wordt niet gerept. In het tijdvak 1618 - 1649 gaat men tot gedeeltelijke verbetering van de vesting over en wel volgens het acht-bastions-plan. Twee bolwerken, het Bleykersbolwerk en het Oranjebolwerk worden weliswaar voltooid, maar de verdere uitvoering werd steeds maar uitgesteld. Ten tijde van de Eerste Engelse Oorlog verkeert de vesting in een deplorabele toestand, welke bijna een halve eeuw zo zal blijven. Na 1649 is voor de Langepoort nog een ravelijn aangelegd.

De voorstellingen van

de poort met ronde torens

blijken, te zien aan de restanten van de Noordpoort,

niet juist te zijn.

En zo zal nooit duidelijk worden hoe de Noordpoort

er heeft uitgezien.

Als geboren Briellenaar ben ik al sinds mijn jeugd bijzonder geïnteresseerd in de geschiedenis van mijn geboortestadje, en probeer mij altijd voor te stellen hoe bijvoorbeeld de vestingwerken er in het verre verleden uitgezien moeten hebben. Er zijn natuurlijk genoeg oude kaarten, gravures en schilderijen bewaard gebleven, maar hoe de vestingwerken er daadwerkelijk hebben uitgezien, daar is bijna niets van terug te vinden. Wat bij de meeste gravures opvalt, is dat de situatie van de gebouwen zoals kerken, kloosters en andere belangrijke gebouwen, niet helemaal juist zijn, waardoor je geen goed beeld krijgt. Ik heb een aantal oude gravures en tekeningen opgezocht en bestudeerd, en aan de hand daarvan, samen met oude beschrijvingen, probeer ik letterlijk en figuurlijk aan de hand van die gegevens, een beeld te schetsen van hoe naar mijn idee een en ander er uit gezien zal hebben. Geen werkelijke historische weergaven dus, maar interpretaties van een oud-Briellenaar, met interesse in het verleden.

Al in 1257 wordt in documenten over Den Briel gesproken en in 1277 over de parochie Maarland. In 1280 waren Den Briel en Maarland nog niet ommuurd.

De vier hoofdpoorten zijn: de Noordpoort, Langestraatsepoort, Piermanswellepoort

en de Zuidpoort. Aan de oostzijde nog twee kleinere uitgangen, waarvan één de oudste, de Kaaipoort is.

Op deze gravure lijkt het op een gediciplineerde belegering, maar het was niets meer dan een ongeregelde bende van enkele honderden zeeschuimers.

Van de in 1572 door de Watergeuzen gerammeide Noordpoort, zijn de fundamenten in 1922 blootgelegd. In de jaren zeventig werden zij gerestaureerd.

1350

Stadsmuren en poorten.

de Noordpoort

In 1625 wordt aan het einde van het Maarland Nz. een nieuwe poort opgericht: de Waterpoort. In 1633 wordt er een bolwerk aangelegd tussen Kaaipoort en Zuidport. Ook één ten noorden van de voormalige Noordpoort.

Van de Noordpoort zijn niet veel gegevens beschikbaar. Er is beschreven dat in 1619

de magistraten besloten om de brug vóór de Noordpoort en de poort zelf af te breken.

Er wordt niet vermeld of het om een vaste- of ophaalbrug gaat.

Aan de blootgelegde funderingen van de Noordpoort, zijn de afmetingen en min of meer de vorm af te leiden.

Samen met de gravures en schilderijen uit 1600 en 1700, kan je met deze summiere gegevens in elk geval vaststellen dat de poort geen ronde torens had.

In 1993 schilderde ik

na het bekijken van gravures en prenten,

deze impressie van een gezicht op de vestingstad rond het jaar 1570.

Links de fundering van de stadsmuur met de steunberen.

de Langestraatsepoort

In 1394 wordt een spuikom aangelegd, direct ten noordwesten van de stadsmuur,

(de latere Kostverloren) voor de Maarlandse haven.

de Piermanswellepoort

In 1478 kreeg de poort een grote opknapbeurt.

de Zuidpoort

Van de Zuidpoort heb ik helaas geen enkele beschrijvingen kunnen vinden.

In 1818, kort na de Engelse pandperiode komt men met twee plannen om de vesting te verbeteren. Het ene omvat een tracé met acht en het andere een tracé met negen bastions beiden zonder ravelijnen.

Hoewel de vesting nog lang als zodanig geclassificeerd is gebleven, de oostelijke helft met havenbatterij en batterij nr. 12 tot 1326 en de westelijke helft tot 1952, heeft de verwijderingsdrift ook hier, maar gelukkig op bescheiden schaal, geheerst.

Omtrent de eeuwwisseling maken de Waterpoort en de Zuidpoort plaats voor open doorgangen. Bij de Zuidpoort komt een dam in de gracht (Pieter van der Wallendam) met brug en het ravelijn wordt onherkenbaar veranderd. Ook terzijde van het Galgebolwerk, ter plaatse van de vroegere Kaaipoort nr. 2, komt een open doorgang in de wal, eveneens met dam en brug.

Het ravelijn voor Kaaipoort nr. 3 wordt afgegraven en bouwplaats voor woningen.

(Echter van Wissekerkeplein).


Gelukkig, dat men het hierbij heeft gelaten, want er is veel schoons gespaard gebleven. In de beginjaren zeventig werden de wallen geheel gerestaureerd. Evenals de Langepoort en de Kaaipoort, de enige twee poorten die er van de machtige vestinggordel van Den Briel, voor het nageslacht behouden zijn gebleven.

Aan weerszijde van de opening werden de resten van houten palen gevonden, die gedateerd zijn op circa 1360.

In 1998 is er archeologisch onderzoek verricht op het terrein van de vroegere meisjes-vakschool, waar over een lengte van ruim honderd meter de historische stadsmuur is opgegraven. De opgegraven muur ligt vrijwel paralel aan de Langestraat. Na circa 62 meter knikt de muur in de richting van de Van Sleenstraat. De indrukwekkende funderingen van de stadsmuur zijn over het algemeen over een hoogte van 1.50 à 2.20 meter bewaard gebleven.

De Langestraatsepoort bevond zich in het verlengde van de Langestraat en de Langeweg.

Impressie van de Langestraatsepoort,

die zich aan het einde

van de Langestraat,

en het verlengde van de Langeweg bevond.

de Inname van Den Briel.

Aan het Zuidfront verdwijnen de bestaande Zuidpoort en de restanten van de Piermanswellepoort.


In de plaats hiervan komt er in 1705 in de nieuwe wal een nieuwe Zuidpoort.

De poort werd in 1900 gesloopt.

In 1704 werd de Langstraatsepoort afgebroken en wordt de Langepoort gebouwd, een 75 meter oostelijker.

In 1705 wordt een geheel nieuwe poort: de Waterpoort, aan het einde van het Maarland Nz. - ter vervanging van een uit 1625 stammende poort - gebouwd.

De poort werd in 1894 gesloopt.

In 1709 wordt een nieuwe (de derde) Kaaipoort met dam en brug  gebouwd, als toegang naar het ravelijn.

Het huidige Echter van Wissekerke plein.

de Vernieuwde poorten.

de Situatie in 1743.

In mijn jeugd ontdekte ik met vriendjes bij toeval op de wallen tussen Langepoort en Bastion VIII, de oude stadsmuur met tongewelven en een weergang,  behorende bij de vestingwerken uit de 14de eeuw. Alles met de zelfde kenmerken als de opgravingen van de oude stadsmuur in 2008, aan het einde van de Langestraat.

Op het onderste fragment uit de gravure van een gezicht op Den Briel, is de vermoedelijk meest juiste weergave te zien van hoe het werkelijke beeld op de vestingstad geweest zal zijn.

de Huidige situatie.

Persoonlijke ervaring.

De Langepoort.

De Kaaipoort

de twee overgebleven poorten:

de andere door- en toegangen.

De Zuid entree

In 1934 wordt er een brede sortie

aan het einde van de Kaaistraat gemaakt.

In 1700 wordt er aan het eind van de Kaaistraat een sortie poortje door de wallen gemaakt.

In 1934 komt daar een open, brede sortie, zoals we hem nu kennen.

In 2009 veranderde het aanzien van de twee belangrijkste entrees van Den Briel.

Aan de Botbijlweg, rechts van de Zuid-entree, worden moderne huizen gebouwd en bij de Kaaistraat-entree wordt een voetgangers tunneltje door de wallen gemaakt.

1570

1300

In 1350 ligt de Maarlandse haven binnen de vesting achter het noordfront. Het noord- oostfront loopt langs een aan het einde van de 14e eeuw gegraven haven met spuikom.

Bij het zien van de sleuven bij de ingangen van de poort, zou je denken dat de poort gesloten werd met een valhek. Uit de geschiedenis blijkt echter dat de poort met deuren werd gesloten. Die werden immers gerammeid door de geuzen.

De stadsmuur verloor haar functie aan het eind van de zestiende eeuw door de modernisering van de verdedigingswerken. Ergens in het midden van die eeuw is men de sluisgang gaan slopen. Een grote uitgraving getuigt van deze activiteit.

In 1704 werd de poort afgebroken en werd er nieuwe (de huidige Langepoort) gebouwd.

Alarmklok.

Ook de Noordpoort heeft de zelfde kenmerken, vorm en steensoort als de Langstraetse poort en de stadsmuur tussen de Langepoort en bastion VIII.

De voormalige Waterpoort entree aan het einde van het Maarland Nz.

1696

1650

In 1698 wordt een nieuw plan ter verbetering van de vesting ontworpen. Rondom 1700 wordt er hard aan de vesting gewerkt.

Eerst in 1698 denkt men weer serieus over het nog te verbeteren gedeelte van de vesting, namelijk het zuidelijke gedeelte tussen het Bleykers- en Oranje- bolwerk, waarin twee nieuwe bolwerken en twee beren waren gepland. Voorts nog een ravelijn voor de courtine Galgebolwerk-Kruithuisbolwerk. Men is kennelijk overgeschakeld op het negen-bastions-plan.

De oude Langepoort en de Zuidpoort worden afgebroken en elders weer opgebouwd.

De Piermanswellepoort wordt afgebroken. Voor de derde maal wordt er een Kaaipoort gebouwd. De tweede Kaaipoort werd een sortie (doorgang)

Piermanswellepoort

Wel

Zuidpoort

Welleweg

de Rik

Vest

Vest

Vest

Impressie schets van de Piermansbrug en de  Piermanswellepoort, met rechts daarvan een Wel,

in het midden van de vest. Het geheel lag in het verlengde van de Welleweg. Rond 1700 werden de restanten van de poort opgeruimd.

DEN BRIEL

RUGGE

Beer met ezelsrug en monniken.

NAAR: Site inhoud

Aan de achterzijde van de muurfunderingen is op onderlinge afstand van ruim drie meter, een groot aantal steunberen aangetroffen. Deze dienden om de muur in balans te houden en om de tongewelven te dragen, waarop een weergang was aangebracht.

De lengte van de gebruikte bakstenen (27-29 centimeter) geeft een voorzichtige indicatie voor de datering van de muurfunderingen: de eerste helft van de veertiende eeuw.

Een heel bijzonder fenomeen is de doorgang in de stadsmuur ter hoogte van het midden van de Maarlandse haven.

Deze doorgang is al aanwezig in de eerste aanleg van de stadsmuur. Een groot gedeelte van vermoedelijk een gemet-selde boogconstructie bleek in de opening naar beneden te zijn gestort.

Een bakstenen vloertje tussen de steunberen en een beerputje uit het laatste kwart van de veertiende eeuw wijzen op een mogelijke bewoning onder de bogen van de weergang.

Rens van Adrighem

Jávea, Spanje  januari 2011

Rens van Adrighem

door oud     Briellenaar     

In 1330 verleent Gerard van Voorne aan de poorters van Den Briel allerlei stedelijke rechten. In 1338 krijgen de poorters vergunning om de bebouwde kom te omringen met muren en vesten.

Langs het overige deel van de stadsomtrek zijn dan muren aanwezig met daarin poorten.

Plattegrond van Den Briel met gedeeltelijke situatie van de muren en vesten

in 1572 en een geprojecteerde uitbreiding in oostelijke richting. (1586)

Vermoedelijk werd de oostkant van de vesting rond 1572 nog verdedigd door aarden- en houten wallen. Rondom de poorten waren al indrukwekkende vestingwerken ontstaan.