Jan Hoogwerf, Cees Zwaan en anderen. Met dank ook aan Hotel de Nymph voor de gastvrijheid en overnachting van de heer Demnig en zijn assistent, de St. Catharijnekerk voor het beschikbaar stellen van de microfoon.

STRUIKELSTENEN
IN DEN BRIEL

Toen kwam op 3 mei 1942 dat iedereen vanaf 6 jaar een gele ster met het woord ‘Jood’ op hun kleren moest dragen, zodat ze altijd goed herkenbaar waren.

Toen de Duitsers op 10 mei 1940 ons land binnenvielen woonden er zes Joodse gezinnen - ongeveer 22 - personen in Den Briel.

Al snel maakten de Duitsers het hen moeilijk met samenwerking van

de Nederlandse politie en ambtenaren.

Ze mochten ook niet meer met het openbaar vervoer, niet meer telefoneren, ’s avonds niet meer hun huis uit en ook geen niet-Joods bezoek ontvangen, overdag ook niet bij niet-Joden op bezoek.

Moses Philipse, getrouwd met een niet-Joodse vrouw, mocht met zijn gezin in Den Briel blijven.

Ter nagedachtenis aan in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Joodse mensen, heeft de Duitse kunstenaar Gunter Demnig een steentje bedacht

waarop een naam van de vermoorde persoon wordt gezet

en waar hij of zij om het leven is gebracht.

EEN DAL VAN DIEPE DUISTERNIS

Op een gegeven moment kregen alle Joodse gezinnen uit Den Briel een brief waarin het bevel stond dat ze zich op 27 oktober 1942 moesten melden op het Gemeentehuis. Vandaar zouden ze naar Westerbork gaan.

Sommigen konden doorreizen naar Amsterdam en hebben daar nog een poosje gewoond.

Maar het gezin Katan moest meteen door naar Westerbork.

De anderen gingen allemaal. Ze zijn onder bewaking met het trammetje van 5 uur naar Loods 24 in Rotterdam gereden.

Vader Katan werd onderweg uit de trein gehaald en moest samen met andere mannen naar een ander kamp om te werken.

Enkele dagen later vertrok het gezin Kazan vanuit Westerbork naar Auschwitz.

Op 10 januari 1941 moesten alle Joden zich melden en kregen zij een persoons-bewijs, een gele kaart, waarop een letter J werd gestempeld.  waarvoor ze nota bene een gulden moeten betalen.

Eind juli 1942 moesten ze hun fietsen inleveren.

En nadat ze van hun radio's, auto’s en fietsen waren beroofd kwam het moment waarop de wallen van Den Briel haar Joodse inwoners niet meer kon beschermen.

Februari 1941 bepaalde Oberst Leutenant Nitsche dat de Briellenaren zich maar moesten schikken naar de bezetters, zoniet goedschiks dan maar kwaadschiks. De Joodse families die in Brielle woonden, Gazan, Cohen, Philipse en Katan waren mikpunt van de Duitsers. Ze moesten hun zaken sluiten en maar zien hoe ze aan de kost kwamen.

Om in hun levensonderhoud te voorzien vonden sommigen werk bij boeren en tuinders. Later in het jaar werden in Amsterdam en elders de Joodse bibliotheken gesloten en verzegeld en mochten Joden geen lid meer zijn van een niet-Joodse vereniging. Niet-Joden mochten geen arbeid meer verrichten in Joodse huisgezinnen.

Mozes Philipse moest zijn café-restaurant en bioscoop 'Luxor' verlaten. De nieuwe exploitant was een Duits-gezinde man uit Rotterdam. Die man kwam naar Den Briel en het gezin Philipse verhuisde naar de Langestraat.

Voor 30 april 1941 moesten de Joden hun radiotoestel inleveren en na de zomervakantie van 1941 moesten de Joodse kinderen in Den Briel weg van de school en hun vriendjes, naar Joodse scholen in Rotterdam.

Op 31 januari 1942 werden bij alle openbare gebouwen in Brielle de bordjes 'Verboden voor Joden' afgegeven, zo ook bij de bioscoop ‘Luxor’.

Op 25 juli 1941 werden alle openbare gebouwen voor Joden verboden. Dat betekende dat ze geen gebruik meer mochten maken van onder andere bibliotheken, zwembaden, parken en musea, veemarkten en veilingen of de speeltuin.

En het werd nog veel erger. Jongeren moesten zich melden voor een werkkamp in Duitsland. Als zij niet kwamen, zouden de vaders worden opgehaald.

OP TRANSPORT

In de Nobelstraat op nr.10 had Izaak Gazan en zijn gezin een slagerij.

Zijn broer Simon Gazan had in de Nobelstraat op nr. 85 met zijn gezin ook een slagerij. De twee broers waren getrouwd met twee zusters.

In de Nobelstraat op nr. 65 woonde Mozes Philipse met zijn gezin.

Hij had daar een koffiehuis en bioscoop.

Naast Philipse op nr. 67 was het winkeltje in ijzerwaren en gereedschap van Michel Cohen, die daar samen met zijn zuster Esther woonde.

In de Koopmanstraat op nr. 7 woonde de muziekleraar en componist  Jac. Philipse met zijn vrouw. In hetzelfde huis ook zijn oude moeder en haar dochter Pien, die een verstandelijke beperking had.

In de Voorstraat op nr. 42 woonde sinds 1940 het Rotterdamse gezin Katan, die een juwelierszaak hadden.

Het leven werd na 1940 voor de Joodse gemeenschap in ons land steeds moeilijker. Alles wat het leven leefbaar maakt werd hen ontnomen. Door een reeks van maatregelen werden ze geïsoleerd en apart gezet. Het begon met het verbod op ritueel slachten, wat betekende dat Joodse slagers niet meer mochten slachten volgens de richtlijnen van de halacha (de wettencodex).

In het totaal kwamen er 21 joodse Briellenaren om in concentratiekampen.



Rens van Adrighem

Jávea oktober 2010

Ter nagedachtenis aan de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen Joodse Briellenaren, maakte Teus van den Berg-Been een bronzen monument, voorstellende een tak met vruchten en een davidster.

Op verzoek van Jac. Klok heb ik de 21 namen van de omgekomen Briellenaren gekalligrafeerd op perkament-papier, dat in een dichtgesoldeerde koker achter het ornament is bevestigd en het monument aan een muur in het trappenhuis van het stadhuis verankert. Op 4 mei 1970 werd het onthuld.

In 2005 kreeg het een plaats in de Sjoel aan de Turfkade.

Simon Gazan, zijn vrouw en dochter Miep.

Michel Cohen en zijn zuster Esther.

Izaak Gazan, zijn vrouw en de kinderen Saal, Hanny, Miep, Roosje en Liesje.

Israel Katan, zijn vrouw en de kinderen Kitty, Loutje en Guusje.

De 97 jarige moeder Philipse, dochter Pien, zoon Jaap en diens vrouw Rica.

HET PLAATSEN VAN DE STRUIKELSTENEN

De struikelstenen van 10x10 centimeter zijn bedekt door een goudkleurig plaatje met een opschrift.

Bijvoorbeeld: Hier woonde Kaatje Cato Katan, geboren 1929, vermoord 5.11.1942 Auschwitz.

Elk steentje is eigenlijk een klein monument.

Voor de 21 Joodse inwoners van Brielle zijn op 25 juli 2011 deze struikelstenen geplaatst. Gedenkstenen voor mensen die door een misdadige regering werden vervolgd, opgepakt en in de meeste gevallen vermoord. Zo kunnen we zien waar al die mensen gewoond en geleefd hebben en krijgen ze weer een eigen plekje in Den Briel.

Door ze voor het huis van de slachtoffers te plaatsen en er hun naam op te zetten, worden ze heel persoonlijk.

Koopmanstraat 7

Hier werden vier stenen gelegd voor de familie Philipse. Moeder Jannetje, haar dochter Pien, zoon Jaap en diens vrouw Rica.

Nobelstraat 67

Aan dezelfde kant van de straat woonden Michel Cohen en zijn zuster Esther.

Dit huis is nu het restaurant ‘De Gulle Geus’.

Nobelstraat 10

Hier werden zeven stenen gelegd voor de voormalige woning van het gezin Izaak Gazan. Vader, moeder en de 5 kinderen: Salomon, Miep, Hannie, Roosje en Liesje.

Nobelstraat 85

Drie stenen werden gelegd voor Simon Gazan, zijn vrouw Elisa Gazan-Izaks en hun dochter Miep, die aan het begin van de Nobelstraat woonden.

Nobelstraat 10

Izaak Gazan, zijn vrouw en de kinderen Saal, Hanny, Miep, Roosje en Liesje. Izaak was een jongere broer van Simon Gazan die op nr. 85 woonde. Hun vrouwen waren tweelingzusters.

Achter-achterkleinkinderen van de oude Jannetje Philipse die, 97 jaar oud, moest worden ingezet voor de arbeid in Duitsland, gaven steentjes voor deze familie.

door

Rens van Adrighem

Hij noemt het struikelstenen en worden aangebracht in het wegdek voor de woning waar de families woonden.

Je struikelt er niet echt over, ze heten zo omdat je er over struikelt

met je hoofd en met je hart.

In Den Briel werden er 21 aangebracht.

Simon was de oudere broer van Izaak, die op nr. 10 woonde.

De stenen werden bij het leggen aangereikt door 2 verre nichten van Michel en Esther,

de tweeling Rosa en Maaike Moret.

Voorstraat 42

Daar werden onder grote belangstelling vijf stenen gelegd voor het gezin Katan. Vader Ies, moeder Francisca en de kinderen Kitty, Loutje en Guus.

De stenen werden aangereikt door familie, vriend en schooljeugd, en mevrouw Biltstra, een vriendin van Kitty, las een gedicht voor.

Het was een dag vol ontroerende momenten. Verre familieleden en vrienden, sommigen heel oud, waren gekomen en betrokken bij de steenlegging. Er waren toespraken namens school of familie, burgemeester of loco, (eigen) gedichten, en bloemen.

Ondanks de schoolvakantie waren de scholieren Loes en Gijs Jansen, Maegan Nieswand en Astrid de Munck namens de scholen van Brielle aanwezig en reikten de steentjes aan voor de kinderen uit de gezinnen Ies Katan en Izak Gazan.

De gedenkstenen werden aangereikt aan Gunter Demnig, door familie, vrienden, leerlingen of de huidige bewoner van het pand.

De oudsten waren Harry (90+) en Sieny Cohen uit Amsterdam en de jongste was Lieve van der Poel (2½).

Financiële steun Dit Stolpersteineproject werd mede mogelijk gemaakt door de financiële steun van DeltaPORT Donatiefonds, Zuster Visserfonds, Stichting Carpe Diem, Gemeente Hellevoetsluis, Mediataal Mediaproducties,

De schooljeugd reinigd regelmatig de stenen.

Jopie van Driel met een foto van Harry Cohen met Liesje Gazan.

Harry Cohen (90+) en zijn vrouw Sieny uit Amsterdam, waren de oudsten die deze dag de steentjes aanreikten.

Ze deden dit voor het echtpaar Gazan. Harry had een bijzondere band gehad met Simon Gazan.

Harry Cohen (90+) in 2011 tijdens de steenlegging.

DE ZES GEZINNEN

Izaak Gazan.

De familie Gazan.