Door bombardementen in de oorlog op de Dijkstraat en de Ambachtsschool in de Langestraat, die een enorme ravage veroorzaakte, werden daar eind veertiger jaren nieuwe woningen gebouwd en daarna werd “het baantje” omgedoopt tot de Witte de Withstraat, waar drie witgeverfde huizenblokken werden neergezet, die in 1950 voltooiden. De jaren daarna werd de straat helemaal vol gebouwd.

Rens van Adrighem

door autodidact      kunstenaar

S

inds eind jaren ’40 van de vorige eeuw, veranderde door vooral onaangepaste nieuwbouw het stadsbeeld van het voorheen zo rustige Brieltje met rasse schreden. De wederopbouw na de tweede wereldoorlog was daar in eerste instantie debet aan.

NAAR: Site inhoud

Daar komt nog bij dat men nog niet klaar is naar het blijkt. De nieuwe verkeers- en circulatieplannen zullen in de zeer nabije toekomst ook voldoende problemen gaan geven, omdat daarmee slechts één toegangsweg overblijft om in de binnenstad te geraken. Dat iemand deze tendens een halt wil of kan toeroepen, zal een stille hoop zijn en blijven.

De industriële opmars in het Botlekgebied in 1960, bracht grote veranderingen met zich mee.

Vele werknemers van overal vandaan vestigden zich in Den Briel. Er was een grote drang naar modernisering.

In dat jaar werd de Trompstraat aangelegd en ontwierp architectenbureau Van den Broek en Bakema - die in die tijd als zeer modern gezien werd - daar huizen en zelfs een vier etages hoge flat.


Het is onbegrijpelijk dat deze gebouwen, in de bijna vijftig jaar dat ze daar staan, nooit zijn afgebroken en vervangen door woningen die wél passen in het Brielse straatbeeld.

Half jaren ’60 veranderde de gemeentelijke zienswijze. Gek genoeg vooral door particulier initiatief, met name door een aantal plaatselijke personen, die de monumentencommissie van Brielle nieuw leven in bliezen, omdat het stadsbestuur stug vast hield aan modernisering, ondanks protesten uit de bevolking die volkomen genegeerd werden. Dat initiatief zorgde ervoor dat in 1963 vele panden officieel als monument aangewezen werden. Toen eenmaal het beschermd stadsgezicht van kracht ging, ging ook het stadsbestuur aandacht schenken aan gevels van minder historisch ogende gebouwen, waardoor een golf van restauratie opgang kwam.

1960

De positieve ommekeer in 1963

1968 was het jaar dat de NV. Vestingstad Brielle opgericht werd, met als doel het opkopen en restaureren van waardevolle panden om deze van de ondergang te redden.

In 1950 begonnen de grote veranderingen. Positief en negatief gingen daarbij hand in hand.

1950

Vooral de nieuwe woningen in deDijkstraat en Langestraat, wijken

- door de gebruikte steensoort - (er was immers gebrek aan bouwmaterialen), sterk af van de bestaande bebouwingen.

De gebombardeerde  Dijkstraat en de Ambachtsschool in de Langestraat.

De woningen in de Witte de Withstraat.

1968

De jaren ’70 en ’80 stonden - eindelijk door het toenmalige gemeentebestuur - in het teken van herstelwerkzaamheden en restauraties van vele historische panden en de restauratie van de vestingwerken.

1970 en 1980

In de jaren ’90 werd in de binnenstad een enorme bouwlust ingezet, waarbij men het spoor blijkbaar volledig bijster werd, zodat het oude stadje vol gestampt werd met op zijn zachts gezegd, niet al te fraaie en meestal sterk afwijkende bebouwing die het voorheen zo intieme stadsbeeld helemaal van de kaart veegde. Een beschamende tendens die in de nieuwe eeuw 2000, op brute wijze werd voortgezet, waarbij men niet schuwde historische erfgoederen tegen de grond te halen of dermate te vernielen dat je als geaard Briellenaar het schaamrood op de kaken krijgt.

Prachtige restauratievoorbeelden zijn onder andere het Raas, het Merulaweeshuis en de Provoost.

De foute ommekeer in 1990

Vóór en achterzijde van het Stadskantoor met  de ‘fraaie’ onaangepaste huizenbouw.

In de Langestraat maakte men het helemaal bont. Daar verrees een totaal on-Briels drie verdiepingen tellend appartementen complex.

Ook de Coppelstockstraat, Langestraat en het

Dijkje kregen een onaangepaste metamorfose.

Men presteerde het om tegen alle monu-mentenregels in, het historische pand van het voormalig Gasthuis aan het begin van de Nobelstraat, een afschuwelijk groen, op een duiventil lijkende aanbouw toe te staan en gaf zelfs vergunning om vijf moderne appartementen in de tuin te bouwen.

In de historische wallen werd naast de doorgang Kaaistraat-Oostdam een betonnen

rechthoekig, één miljoen euros kostend tunneltje in de wallen gebouwd voor voetgangers, terwijl men gewoon de doorgang had kunnen verbreden.

Het is opmerkelijk, dat ook in de nieuwe eeuw, particulier initiatief wél in staat was in ‘Brielse sfeer’ te bouwen en te restaureren, waardoor het eens zo waardevolle stadsbeeld weer hersteld werd.

De Briellenaar Wim Deur, wist de oude pandjes in de Rozemarijn- en Boterstraat op een juiste wijze te restaureren, waardoor de zo fraaie uitstraling van Den Briel behouden bleef.

Bovenstaande staat in schril contrast met het gemeentebestuur, dat in 2008 kans zag zelfs het aanzien van de entrees van Den Briel op schaamteloze wijze te veranderen, waardoor zij een fatale uitstraling kregen. Er was geen verweer tegen de plannen van het gemeentebestuur opgewassen.

In heel Den Briel is er buiten het gemeentebestuur en de projectontwikkelaar, niemand te vinden die gelukkig is met deze beschamende bebouwingen.

Op de Turfkade werd de synagoge “De Sjoel”

op initiatief van predikant Egbert Rietveld

en de stichting Behoud Synagoge in zijn oude luister hersteld en werd Den Briel een waardig ontmoetings-, vergader-, en expositieruimte rijker. Ook kan er getrouwd worden.

Door subsidieregelingen werd het voor particuliere

ook aantrekkelijk de veelal vervallen historische panden

te restaureren, met als resultaat dat straten zoals

bijvoorbeeld de Nieuwstraat en Lijnbaan niets

van hun oude stadsbeeld verloren.

Ook het zwaar vervallen Arsenaal uit 1702 werd aangekocht door de Vestingstad Brielle. Deze droeg het weer over aan de gemeente Brielle,

die het restaureerde en verhuurde aan de Openbare bibliotheek,

die in 1982 in gebruik

werd genomen.


Een mediagroep heeft

in 2008 het Arsenaal gekocht en wil naast de bovenverdieping nu ook de onderverdieping in gebruik gaan nemen.

2000

Ondanks protesten van monumentencommissie en Maarlandbewoners die in beroep gingen bij de rechter, kon niets de plannen verhinderen.

Rens van Adrighem
Jávea Spanje,  februari 2009

“De Doelen” aan de Turfkade. Hotel en zalen voor feesten en partijen en een toneelzaal. Danslessen, dansavonden, toneelvoorstellingen, afscheidsavonden van scholen, opvoeringen van verenigingen, kortom: als er iets te vieren was gebeurde dat daar.

Hotel “De Doelen”, Brielles uitgaans- gelegenheid bij uitstek, dat men gewoon

had moeten restaureren.

In 1961 besloot de Brielse raad, ondanks protesten uit de bevolking tot sloop over te gaan, waarmee een groot stuk historisch erfgoed voorgoed uit het stadsbeeld verdween.

Aan de voet van de St. Catharijnekerk, bouwde men nieuwe woningen waarmee ook daar het zo vertrouwde beeld van het Catharijnehof een nogal afwijkende bouwvorm opgelegd kreeg. Woningen met een langgerekt zadeldak, fantasieloos gebouwd, stijf aan de voet de St. Catharijnekerk.

Tot begin jaren ’50 stonden er min of meer op die plaats

ook kleine woningen, maar met wat men daar nu neergezet heeft

is het er niet fraaier op geworden.

Daarnaast werd

het Trompmuseum,

het Brigittepoortje en het Wagenmakershuis

in de Langestraat, grondig gerestaureerd

op een lofwaardige

manier.

Uit de Voorstraat, Nobelstraat en Vischstraat verdwenen onder groot protest van de Brielse bevolking, de fraaie stoepen. Ook werd begonnen met de omstreden restauratie van het interieur van het historische Stadhuis. Vooral de enorme hal gaf veel stof tot commentaar en ook het personeel was absoluut niet blij met die kille, koude hal.

De drastische veranderingen
van het oorspronkelijke stadsbeeld

Vooral de laatste twintig jaar werden fraaie binnentuinen en stukken groen opgeofferd voor de niet aflatende bouwdrift van de gemeentebestuurders,

die de oude binnenstad volgepropt hebben met huizen en appartementen.

Den Briel

van de binnenstad van

Vooral de grijze, zinken eentonige dakkapellen passen totaal niet in het voorheen zo sfeervolle straatbeeld.

De geschiedenis bewijst: dat vooral de ‘import bestuurders’ de laatste twintig jaar

- hun niet in dank afgenomen - stempel gedrukt hebben op het stadsbeeld van het Brieltje,

en dat met name de binnenstad en de entrees er behoorlijk op achteruit zijn gegaan.

Een sfeervol beeld van de toen nog houten Rodebrug zo ik hem

in mijn jeugd nog meegemaakt heb.

Links bevonden zich

de dwarshelling van

de scheepswerf en het rijtje van zes woningen.

Beelden uit een vervlogen tijd. Een tijd die nooit weerom komt. De herinnering die blijft. Die is gelukkig niet uit te stuffen.

In 1857 tekende Cornelis Springer deze pandjes op het Werfje.

Duidelijk is te zien hoe het rechter pand er uitgezien heeft in die tijd.

Rond 1960 verdwenen op het Werfje deze bijzondere pandjes uit de 16e eeuw, uit het sfeervolle stadsbeeld. Twee typische bouw-stijlen van dat rechter pandje die ik me nog levendig voor de geest kan halen. Het linker pand op de tekening van Springer - met de trapgevel - was blijkbaar al eerder aan de slopers-hamer ten deel gevallen. Hoe het rechter pand zijn twee-deling verkregen heeft, zal wel nooit meer te verklaren zijn. Goed is waar te nemen dat Springer de gevels goed weergegeven heeft, want dat is op de foto uit 1958 zeer goed te zien. Het is wel te rechtvaardigen dat pand uniek en zeer bijzonder te noemen. Een halve trap- en een halve puntgevel was en is volgens mij op geen enkele andere plaats te vinden. Het is dan ook spijtig dat dit unieke stukje Den Briel niet bewaard is gebleven.


Het Werfje was het laatste overblijfsel van deze in eerste instantie aparte gemeenschap. De meeste bewoners hadden te maken met de scheepvaart en er leefden er ook van de visserij. Ook bevond zich daar een scheepswerf. Niet groot weliswaar, want er werden alleen binnenvaart schepen gebouwd.  

Met het ontwerp van de Brielse architect van Driel, veranderde de immer zo historische uitstraling drastisch. 


Het werd er echter niet fraaier op.

Eind 1900 werd het Werfje

achter de Nieuwstraat, bij de Rodebrug, her-ingedeeld.


De Kampioen werd gesloopt en er verschenen woningen, in ‘historische nieuwbouw’ zoals ze dat noemen.


Tussen de bomen door zijn de woningen te zien.


Het enige historische dat nog aan het verleden herinnert is de oude naam het Werfje dat men het weer gegeven heeft.

In 1952 werd de nieuwe stalen Rode- brug geopend. Vermoedelijk is de brug in het verleden rood geverfd geweest waardoor hij aan die naam kwam.

In 1961 werden de 6 woningen gesloopt, om reden dat ze klein en slecht waren en geen douche hadden en de toiletten buiten stonden. Slopen vond men daarom de enige oplossing.


Ook de dwarshelling werd gesloopt waardoor er definitief een einde kwam aan dit historisch, bijzondere stukje Den Briel.

Tot eind 1900 was dit het beeld van de achterzijde van de Nieuwstraat, waar eens de Brielse scheeps-bouw plaats vond.

In 1960 naderde het Werfje zijn einde.


De grote schuur, de zo specifieke huisjes - met de tweedeling - en de schuren bij de brug werden afgebroken, om plaats te maken voor de bouw van de moderne loodsen

met bovenwoning van drankenhandel De Kampioen.