Vraag een oudere Briellenaar naar Schats en men zal de naam Ka Bos zeggen. Ka was geen geboren Brielse. Ze werd op 1 augustus 1910 geboren in Rotterdam. Haar vader en moeder verkochten ijs en nougat.

De concurrentie in Rotterdam was groot en daarom besloot de familie in 1920 maar naar Den Briel te verhuizen. 10 jaar was ze toen ze met haar ouders en nog drie broers en twee zusjes in het huisje in de Kerkstraat kwam wonen. Ze moest nog twee jaar naar school, de klompenschool op het Catharijnehof.

Ka moest In haar vrije tijd flink aanpakken. Dat betekende met het ijskarretje over de weg naar Hellevoetsluis om daar de ijsjes van twee, drie, vijf en tien centen te verkopen.

's Morgens om 9 uur ging ze op stap en vaak was het 's avonds 9 uur voor ze weer thuis was. Ze was dan soms zo moe, dat ze vóór de bedstee op haar knieën in slaap viel.

“En toch zou ik het graag weer doen. En dan weer zo heerlijk bellen met die bel aan de kar”, zegt ze op 80 jarige leeftijd nog.

Voor de jonge Ka en haar familie was ijs niet de enige inkomstenbron. Zeker buiten de zomerdagen moest de schoorsteen ook roken. Daarom ging Ka dan 'uit werken'. Voor twee gulden per dag van 9 tot 6 schrobben en boenen bij andere mensen. De twee gulden werden dan 's avonds keurig bij moeder Bos afgegeven. Na het avondeten moesten dan nog vaak bonen en erwten worden uitgezocht. Dat hield in dat tussen de bonen en erwten die boeren bij hen thuisbrachten, de stukjes hout en stenen werden uitgehaald. De geschoonde bonen werden dan weer opgehaald en de boer betaalde een dubbeltje per kilo. Vader Bos had in die tijd ook nog een andere handel. Hij had ook nog een nougat en snoepkraam. waarmee hij de kermissen afging.

In 1937 trouwde Ka met Piet Schats, een Brielse jongen van Belgische ouders. En dus katholiek. Goed katholiek volgens Ka. “Ze zeggen wel eens, twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen, maar ik heb altijd een fijn huwelijk gehad”, zei Ka. Ze woonden in de Langestraat.

Vanaf 1945 betrokken ze het pand op de hoek van de Voorstraat en de Koopmanstraat, en begonnen in april 1946 aldaar Brielles eerste patatzaak.

“Patat en ijssalon ‘t hoekje” was de eerste zaak op het eiland die patat mocht verkopen. De patat en knakworst waren zeer gewild bij vooral de Brielse jeugd.

De geschiedenis van de ijs salonwagen gaat ver terug in de tijd. In 1912 is de ijswagen in Maastricht gebouwd door een kolenboer.

Die had het ‘s winters druk met kolen leveren en in één zomer bouwde hij met materialen uit een kerk, de Brielse ijswagen. De engelen op de vier pilaren op de wagen zijn afkomstig van de kansel.

In 1932 is de ijswagen gekocht door vader Bos en naar Brielle gehaald. Per boot van Maastricht naar Zuidland en vervolgens met transport-bedrijf Kriensen naar Brielle.

De ijswagen werd voorgoed in het pakhuis in de Rozemarijnstraat opgeborgen en overgedragen aan hun zoon. Piet junior heeft toen - samen met zijn vriend Paulo Spoor - de ijswagen opgeknapt. Paulo maakte schilderijen van Brielle, die verwerkt werden op de ijswagen. Een standplaats vergunning was er nog niet, dus werd de ijswagen in doeken gewikkeld en opgeborgen in het pakhuis.

Ka was altijd trots op haar kinderen en kleinkinderen.

door Rens van Adrighem

Rens van Adrighem

Jávea, oktober 2010

Voor het laatst bewerkt in oktober 2016

NAAR:  Site inhoud

De ijswagen

In 1970 werd samen met Meinderd Derks, muzikant en uitbater van de koffiepot aan het Wellerondom, een nieuwe vergunning aangevraagd en die werd verkregen.

In de tussentijd had de heer M.L. Middelhoek, een oud leraar van Piet, één schilderij wat bijgewerkt en drie nieuwe schilderijen gemaakt.

Na 20 jaar stond de ijswagen weer te pronken op de Markt. En op oudere leeftijd verkocht Ka Schats-Bos weer het lekkerste schepijs. Als jong meisje begonnen en met veel plezier tot haar 83-jarige leeftijd achter haar vertrouwde ijswagen gestaan.

Petit Restaurant en IJssalon ‘t Hoekje sinds 1945, waar de vierde generatie de zaak voortzet.

De familie
 Een begrip in Den Briel sinds 1920
Schats

De nougat werd in de Kerkstraat en later in de Langestraat gemaakt. Witte stroop, suiker en amandelen werden in een grote teil met eiwit verhit en met een grote houten stok geroerd. De aldus ontstane nougat werd later gesneden en in dozen gedaan. Allemaal thuiswerk. waar de familie Bos zijn handen aan vol had. Vader was dan soms weken met de kraam onderweg.

Hij volgde het spoor van de kermissen. Van tijd tot tijd kwam er dan een kist met vuile kleren in huize Bos aan. De kleren werden op het wasbord met een borstel geschrobd, gedroogd en naar de volgende pleisterplaats van vader Bos gestuurd.

Niet lang daarna, in 1954 werd de zaak zelfs grondig verbouwd en uitgebreid met het pandje ernaast en werd het hele interieur vernieuwd. Ook stond er een jukebox in de zaak, waar je voor een kwartje twee plaatjes kon draaien.

Bij de jeugd zeer gewild, want bijna niemand had in die tijd een pick-up.

De familie Schats maakte - volgens eigen recept - heerlijk roomijs in het eigen ijsfabriekje achter de zaak.

De cafetaria werd regelmatig verbouwd. Ik kan mij nog herinneren dat de wanden achter de balie, waar de patat gebakken werd betimmerd werden met ‘tegeltjes board’.

Hun zonen Piet en Cees hielpen van jongs af aan mee in de zaak en werden er met de ijskar op uit gestuurd.

Toen Piet sr. in 1968 vijfenzestig jaar werd, heeft hij de zaak overgedaan aan hun zoons, en werd het hele pand opnieuw verbouwd.

De eerste standplaats was aan de Groene Kruis weg (de dam), dichtbij de Oude Begraafplaats.

In 1948 werd de standplaats vergunning openbaar verpacht en moesten zij na al die jaren verkassen naar een andere lokatie. Ka en Piet vonden de twee aangeboden locaties niet interessant genoeg, zodat zij per direct topten met de verkoop van ijs. Een jaar later deed Piet een riant bod op de drie stand-plaatsen en heeft hij alle vergunningen gekregen. Deze zijn in 1950 weer ingetrokken, omdat men de monopolie positie niet vond passen binnen de gemeente Brielle.

Aquarel van de Kerkstraat, hoek Maarland Zz. rond 1920

Oudste zoon Piet werd er al jong met de ijskar op uit gestuurd.

Daarmee herhaalde de geschiedenis zich. Het was altijd ‘Aanpakken’ geblazen bij moeder Ka.

Later ging ook Cees met de ijskar op pad.

Het interieur werd regelmatig vernieuwd.

Patat en IJssalon ‘t Hoekje had zijn topdagen in de jaren ’60, het Jukebox tijdperk. Wat was er mooier tijdens het eten van je patatje dan de moderne muziek van Bill Haley, de Beatles, Fats Domino, Rob de Nijs en ‘kom van dat dak af’ van Peter Koelewijn, om wat te noemen.

Tegenwoordig heet dat hangjeugd. Toen de brommers in zwang kamen, werden het nozems genoemd.

De Salonwagen werd tot eind 2016 beheerd door Ka´s zoon Piet.

8 december 2016 is Piet op 76 jarige leeftijd overleden.

De vierde generatie, Piets zoon Piet, zal de ijssalonwagen, het petit restaurant en de patat en ijssalon voortzetten.