De eerste belangrijke bodemvondsten tijdens de opgraving van het Sint Catharina klooster kwamen al vrij snel boven water: een Pelgrimsinsigne, een spreeuwenpot, een vrijwel puntgaaf baardmankruikje, een glazen flesje en een houten teljoor (etensbord).

De voorwerpen dateren uit het eind van de 16de eeuw.

Vroeger hadden ze een nestje van aardewerk waarin de spreeuwen zich nestelden. Er was een gat in gemaakt met een soort deurtje dat dicht kon. De mensen hielden spreeuwen om op te eten.

Bodemvondsten

Door

Rens van Adrighem

Een gedeelte van een bijzondere beschilderde tegel.

Een puntgave aardewerk pispot.

Op het bord staat een afbeelding van een kaars geflankeerd door prinses Wilhelmina van Pruissen en haar echtgenoot stadhouder/prins Willem V .

Buiten de oranje beschildering zijn allekleuren verdwenen en is de rest van de tekening alleen nog te herkennen aan de matheid van de plaatsen waar oorspronkelijk verf was aangebracht.

In totaal zijn er achttien pijpaarden objecten gevonden. Het betreft vooral fragmenten van kleipijpen.

Naast de acht (fragmenten van) pijpenkoppen en negen steelfragmenten is er ook een sokkelfragment van een pijpaarde beeldje gevonden.

Het militaria bestaat uit acht musketkogels en een ijzeren kanonskogel met een diameter van 11.7 cm

Onder de objecten bevindt zich ook kinderspeelgoed. Een miniatuur kopje, die gemaakt is van tin dat gegoten is en een groot oor heeft. Het heeft een hoogte van 2.8 cm en is 2.1 cm breed.

Tijdens het onderzoek zijn 20 munten gevonden. Algemeen kan worden gesteld dat de munten matig tot goed zijn geconserveerd.


De munten dateren vooral uit de 16de, 17de eeuw en later.

Ten slotte is een tak van het gewei van een edelhert gevonden.

Dit fragment is bewerkt tot een gebruiksvoorwerp.

Beide uiteinden lijken afgehakt. Door gebruik zijn de uiteinden en de schacht glad gepolijst. Tevens is er een gat geboord door de smalle punt. Aan beide zijden van het gat is slijtage zichtbaar die doet vermoeden dat door het gat een draad heeft gelopen waarop enige spanning heeft gestaan. Verder zijn er nog kleine snijspoortjes te zien op de schacht.

Zo heeft het bord er uitgezien.

Hij past niet om de ringvinger van een man, dus is het een ring van een vrouw geweest.

Tot de groep vaatwerk zijn vijf objecten gerekend. Het grootste object dat gemaakt is van een koperlegering betreft een complete bodem van een messing pan. De bodem bestaat uit gehamerd blik van minder dan een millimeter dikte en heeft een diameter van 25 cm.

Op de rand van de bodem zit nog een strip met nieten.

Hiermee is de bodem aan de opbouw van de pan bevestigd geweest.

Dit is wel opmerkelijk omdat pannen meestal uit één stuk werden gemaakt door een koperslager. Mogelijk betreft het een lapstuk.

Op de bodem van de pan zijn twee lapstukken bevestigd.

Een bronzen muntgewicht die gemaakt is om de Engelse munt 'Laurel' te wegen.

De Laurel toont James 1 op een manier zoals Julius Ceasar werd geportretteerd.

Er is slechts één sieraad gevonden, een messing vingerring. Waarschijnlijk is het een trouwring geweest. De ring heeft een buitendiameter van 2.1 cm.

De binnendiameter is 1.7 cm.

Linksboven delen van de aangezichtsschedel met een snijtand en een kies, rechtsboven de beide wandbeenderen en het achterhoofdsbeen, met de klok mee de derde en de tweede nekwervel, het voorhoofdsbeen en linksonder diverse botten van de schedelbasis.

Aangetroffen skeletdelen.

Foto’s en gegevens komen uit het rapport van het Archeologisch onderzoek. 

NAAR: Opgravingen 1

NAAR: Opgravingen 2

NAAR: Samenvatting

Bij het eerste onderzoek zijn meer dan 600 vondsten gedaan. Onder andere dakpannen, bakstenen en potscherven. Maar ook achttien muntstukken, vingerhoedjes en een benen handvat van een mens kwamen naar boven. De opgegraven menselijke resten komen mogelijk van een begraafplaats die achter het Catharinaklooster lag.

De grond  bevat nog meer sporen naar het verleden. Bij de opgravingen is een oude stadsgracht aan de oppervlakte gekomen. Een tweede waterloop stelt de archeologen voor een raadsel. Ze vermoeden dat het gaat om een oudere, nog onbekende gracht of een sloot aan de binnenzijde van de stadsmuur, waarvan ook sporen zijn gevonden.

 

In het totaal  zijn 268 aardewerk scherven gevonden en zijn gedetermineerd naar categorie, herkomst en datering.

Het aardewerk is hoofdzakelijk afkomstig uit ophogingslagen. Het is goed tot zeer goed geconserveerd en vertoont een geringe mate van fragmentatie.

De meeste sporen dateren in de 16de of 17de eeuw.