Wonderverhaal

De geuzen plunderden vrijwel elk katholiek gezin in Den Briel.

Willem van Treslong schrijft aan de regering in Brouwershaven dat zij alleen

‘papen, monniken en andere papistische schelmen schade wilden doen’.

Treslong en De Rijk brengen hun buit na enkele dagen terug naar hun schepen wanneer ze besluiten: ‘We houden Den Briel voor de prins van Oranje’.

Den Briel is zo de eerste vrije stad van de Nederlanden.


En zo draagt dan ook het stadhuis aan de Markt, fier in de timpaan de spreuk: LIBERTATIS PRIMITIAE.

HET WONDERLIJKE VERHAAL VAN DE INNAME VAN DEN BRIEL

OP 1 APRIL 1572

De eens bekende historicus Robert Fruin schreef: ‘De Inname van Den Briel

op 1 april 1572 is een wonderverhaal.’

Weinigen weten dat deze onvergetelijke, belangrijke gebeurtenis

in de vaderlandse geschiedenis

slechts zegge en schrijve één mens het leven heeft gekost.

Gezicht op Den Briel vanaf  Maassluis, toen Rozenburg nog niet bestond.

Hans Onversaecht


De ware naam van de enige man die tijdens de inname van Den Briel om het leven kwam is onbekend. Alleen zijn bijnaam: Hans Onversaecht, is bekend. Een naam die hij terecht heeft gekregen door zijn moed vóór en tijdens de inneming van Den Briel.

Hans Onversaecht is geboren in het land van Munster in 1547 en heeft vele jaren in Den Briel gewoond. Hij leefde in de tijd van de bloedraad en inquisitie onder Alva en rond 1570 sloot hij zich aan bij de Watergeuzen. In het jaar 1571 voer hij op het oorlogsschip de Brederode.

Hij wordt beschreven als een gedrongen, breedgeschouderd man, van gemiddelde grootte, en met een weinig rossige baard. Hij droeg een lederen overkleed en zwart linnen beenkappen. Verder was hij gewapend met een degen en een pistool.

Teus van der Berg-Been maakte in 1967 dit betonnen beeld van

Hans Onversaecht, dat staat in de wijk Rugge in Den Briel.

TERUG NAAR 1572


Terwijl heel West-Europa gebukt ging onder de Spaanse bezetting maakten Hans en alle andere Geuzen het de Spanjaarden lastig. Zij leefden van het plunderen van schepen en steden aan de kust. Al deze mannen hadden maar één wens:

de uitgeweken Prins Willem van Oranje moest naar Holland terug!

Voor deze strijd zouden Hans en alle andere Geuzen zich inzetten.

In het begin van 1572 waren de Watergeuzen uitgeweken naar Engeland tot grote verontwaardiging van de Spaanse regering. Daarom werd er in maart 1572 door Spanje bij de Engelse regering er op aangedrongen de ‘piraten’ uit te wijzen. Engeland kon niet anders doen dan aan de Watergeuzen bevel te geven de zee te kiezen. Zo voeren 24 schepen de Noordzee op.


Lumey voerde het bevel over 16, Treslong over 8 schepen. Al spoedig werden twee schepen buit gemaakt en in oorlogsbodems veranderd. De bemanning werd gedood of gevangen genomen.

Voor Onversaecht was dit alles een avontuur waarvan hij had gedroomd. Op de 30ste maart stak er een hevige storm op, een storm die de geschiedenis in heel West-Europa zou veranderen. Het lag aanvankelijk in de bedoeling naar het eiland Texel te varen. Doch door de Noord-Westerstorm bleek dit onmogelijk.

Toen de vloot Egmond aan Zee was genaderd werd zij door de storm teruggedreven.

Op de eerste april in de vroege namiddag arriveerde Hans Onversaecht op een van de schepen in de monding van de Brielse Maas.

Het was een schouwspel om nooit te vergeten.

Een vloot van 26 schepen met Oranje- en Prinsenvlaggen in top.

Op de vanen stonden spreuken als: ‘Pro Patria’ en ‘Vive les Geux.’

Dan waren er de vlaggen van de edelen, van steden en gewesten.

Het schip van Ruychaver voerde de vlag met het wapen van Haarlem, die van

De Rijk de Amsterdamse vlag. ook de rode leeuw van Brederode ontbrak niet en vanzelfsprekend de Bloedvaan met de halve manen.


De geschiedschrijver Bor vertelt van dit grootse moment: ,,Die luiden van Den Briele en die van Maaslandse Sluis (Maassluis) waren zeer verwondert van zoveel schepen te sien inkomen, geen ding minder denkende dan dat het de Watergeuzen waren’’.


Heel Den Briel liep uit om dit machtige vertoon te zien. Op dat moment voer

Jan Coppelstock de veerman voorbij met zijn roeiboot.

Hij was niet bang voor de Geuzen want toen ze hem riepen aan boord te komen van het vlaggeschip, gaf hij hieraan gevolg.

Coppelstock vroeg of  Willem Blois van Treslong aan boord was, en dat was zo.

De twee kenden elkaar want Willem was in Den Briel geboren, dus hij kende het stadje op zijn duimpje.

Willem van Treslong vraagt Coppelstock de burgemeesters van Den Briel duidelijk te maken dat zij de stad maar beter kunnen overgeven aan de Watergeuzen.

Willem geeft als bewijs zijn zegelring aan Coppelstock mee, die zich onmiddelijk naar de stad begaf. De poorten van Den Briel werden inmiddels op last van de burgemeesters van de stad gesloten.


Daar werd Coppelstock ontvangen door de burgemeesters Jan Tinnegieter,

Jan Pieterszoon Nikker en Klaas Jansen Koekebacker.

Ze vroegen hoe sterk de vloot eigenlijk was. Coppelstock antwoordde:

,,wel vijfduizend man’’, een schromelijk overdrijving.

De onderhandelingen vlotte niet al te best, want vooral burgemeester

Koekebacker weigerde de stad over te geven aan de Watergeuzen.


Al dat getreuzel duurde de Geuzen te lang en gingen daarom alvast maar aan land.

Eén van de eersten die voor de Noordpoort van de stad verscheen was de Briellenaar Hans Onversaecht. Hij wilde een de eersten zijn om zijn stad te bevrijden.

Om acht uur op deze historische dag - het was inmiddels al schemer geworden -

gaf  Lumey bevel tot de inname over te gaan.

Het schilderij van de landing van de geuzen en de inname, dat toegeschreven wordt aan Antonie Waldorp, 1862. Van de persoon die in het landingsbootje met de oranje vlag staat, wordt gezegd dat dat Treslong is. Dat is echter zeer onwaarschijnlijk.

Treslong trok naar de Suytpoorte en ving daar juist de rentmeester op die verkleed als boer, er met een juk op zijn schouders met twee emmers vol met zo’n 6000 gulden aan dukaten vandoor wilde gaan.

Intussen begonnen aan de beroemde Noordpoort de voorbereidingen.

Met Robol aan het hoofd werden door Hans Onversaecht en zijn maten, takken en stro aangesleept en voor de poortdeuren gelegd.

Uiteindelijk werden de deuren van de poort in brand gestoken. Hoog laaiden de vlammen op maar het duurde de Geuzen te lang.

Daarom haalden zij een scheepsmast  om de poort te rammeien.

Na een halve dag belegering en nauwelijks een half uur strijd was Den Briel veroverd, en dat zonder ook maar één slachtoffer!

Fier marcheerde Hans aan het hoofd van de stoet bij het licht van fakkels door de oude Dijkstraat waar een opgewonden bevolking hen verwelkomde.


Op dat moment, toen op de toren de oranje, blanke, bleu werd gehesen, gebeurde het. Van een der huizen in de historische Dijkstraat woei door de zware storm een dakpan naar beneden en trof onze held Hans Onversaecht.

De dakpan had hem dodelijk getroffen!


Terwijl tijdens de daadwerkelijke inname geen druppel bloed vloeide, en het volk de bevrijders bejubelde - viel hoe wonderlijk - het eerste en tevens laatste slachtoffer tijdens de historische gebeurtenis.

De Dijkstraat - getekend door Maarten van Maning - met zicht op het Maarland Zz., toen je nog niet rechtdoor over de brug de Voorstraat in kon, maar eerst over de brug van de Kostverloren

(de huidige Kippenbrug) moest, om in de Voorstraat te geraken.

Volgens de legende - maar dat is dus niet zeker - 
werd Hans enkele jaren vóór de inname gevangen genomen door de Spaansgezinden 
en werden zijn beide oren en neus afgesneden.

Volgens de legende - maar dat is dus niet zeker -

werd Hans enkele jaren vóór de inname gevangen genomen door de Spaansgezinden

en werden zijn beide oren en neus afgesneden.

door Rens van Adrighem

NAAR:  Site inhoud

Rens van Adrighem
Jávea Spanje, juli 2012
Dit is een waar 1 aprilverhaal. Wie op deze dag aller grappen ongelovig blijft moet maar eens 
ter staving van deze geschiedenis de gang naar Den Briel maken. 
In het stadje, dat niet helemaal terecht de bakermat van de aprilgrappenmakerij 
heet te zijn, is in de Sint Catharijnekerk de grafsteen van Hans Onversaecht ingemetseld te zien.

Dit is een waar 1 aprilverhaal. Wie op deze dag aller grappen ongelovig blijft moet maar eens

ter staving van deze geschiedenis de gang naar Den Briel maken.

In het stadje, dat niet helemaal terecht de bakermat van de aprilgrappenmakerij

heet te zijn, is in de Sint Catharijnekerk de grafsteen van Hans Onversaecht ingemetseld te zien.

De grafsteen van Hans Onversaecht - het enige slachtoffer bij de inname van Den Briel in 1572 - in de Catharijnekerk.

U HEEFT KENNIS GENOMEN VAN

HET COMPLETE EN BOVENAL WONDERLIJKE WARE VERHAAL

VAN DE INNAME VAN DEN BRIEL OP 1 APRIL 1572

WAARVAN MAAR WEINIGEN OP DE HOOGTE ZULLEN ZIJN.

Veerman Jan Pietersz. Coppelstock aan boord van het vlaggeschip

in gesprek met Jonker Willem Blois van Treslong.

Het rammeien van de poort tijdens de inname van Den Briel in 1572 door J. Keller ca. 1759.

Hans Onversaecht werd in de Sint Catharijnekerk begraven. Iets wat destijds alléén

aan adellijke families werd toegestaan. Wie nu een bezoek brengt aan de Brielse

Sint Catharijnekerk hoort de koster van de kerk vertellen: ,,Hier ligt Hans Onversaecht, de enige Watergeus die bij de inname van Den Briel is gesneuveld’’.