Maar Van Ingen moest ook Nieuwersluis weer verlaten. In 1967 werd begonnen met de afbraak van Hotel Restaurant ‘De Watergeus', evenals het hele dorp Nieuwesluis. Het hele dorp verdween in de jaren daarna geheel onder het zand en werd daardoor geschiedenis in het belang van de industrie.

In 1952 kwam Johannes Arnoldus van Ingen, met de tot woning en café-restaurant verbouwde Rijnraderboot als drijvend recreatieschip met de naam 'De Watergeus' naar Den Briel.


Hij had vele jaren op de Rijn gevaren. Eerst als kind met zijn vader en later met zijn eigen schip, de Rijnaak ‘De Verandering’ van 485 ton, die hij in 1952 inruilde voor de raderboot.


Van Ingen kreeg van de gemeente Brielle op 30 mei 1952 vergunning het schip op de Brielse Maas aan de wal, vlak bij het havenhoofd, af te meren. De vergunning was geldig voor drie jaar, met een optie voor nog eens twee jaar.

Joop van Ingen, gekleed in het zwart, op de loopplank bij het afmeren van het schip.


Het suikerzakje van De Watergeus.

Eind jaren ’50 was ik daar ’s zondags vaak te vinden. Ik hoosde dan de roeiboten leeg als er water in lag en dan mocht ik meestal een half uurtje gaan roeien.

Toen het watertoerisme in Den Briel opgang kwam, vonden B&W dat het drijvend café van Van Ingen niet langer paste in hun grootse plannen.

Hem werd verzocht het schip na 30 mei 1955 ergens anders af te meren. Van Inge meende op grond van de destijds gevoerde gesprekken de ligplaats te kunnen behouden.

Eind jaren ’50 vestigde zich aan de wal het restaurant ‘Coppelstock’.

De kleine, koppige van Ingen liep zich uiteindelijk te pletter tegen de muur van ambtelijke veror-deningen.


Ziek, op van de zenuwen, vluchtte hij na maanden van procederen en bedolven onder dwangbevelen en gerechtelijke uitspraken uit Den Briel.


Uiteindelijk is Van Ingen met ‘De Watergeus' in 1959 met een ‘oprotpremie’ van zesduizend gulden vertrokken.

De raderboot met de naam ‘De Lekboot’ werd in 1903 gebouwd op de werf van de "Koninklijke Maatschappij De Schelde" te Vlissingen. Op 22 oktober van datzelfde jaar ging het dienst doen.

Verjaagde Van Ingen, kocht in 1959 in Nieuwesluis een op de rand van faillissement balancerende hotel, dat hij omdoopte tot 'De Watergeus'.

Die naam had hem reeds één keer de das omgedaan, maar een schipper is niet bijgelovig. Hier in dit dromende dorp zou de samenleving hem zeker niet meer kunnen achterhalen, ging hij vanuit.

Ondanks de lengte van bijna zestig meter had hij maar een diepgang van een meter veertig. De raderen bestonden uit acht beweegbare borden. In 1912 werd het schip herdoopt in ‘Rederij op de Lek no. 5’. Tot 1947 voer hij twee keer per dag de dienst Rotterdam-Schoonhoven.

Op 28 september 1948 werd hij op een veiling verkocht aan Joop van Ingen en verbouwd tot drijvend woonschip en café-restaurant en herdoopte het in ‘De Watergeus’.

Van 1952 tot 1959 had het schip zijn ligplaats in Den Briel.

Eind 1963 werd het afgebroken bij A.C. Slooten's scheepssloperij te Wormer.

De Watergeus

HET DORP NIEUWESLUIS

DE GESCHIEDENIS VAN DE RADERBOOT

SYSTEMATISCHE BOYCOT

NIEUWE ATTRACTIE VOOR DEN BRIEL

door Rens van Adrighem

Rens van Adrighem

Jávea Spanje, februari 2015

Het gemeentebestuur maakte daarop een kortgeding aanhangig. Vanaf dat moment begonnen zij een systematische boycot. Eerst werden zijn vergunningen ingetrokken, daarna werd er prikkeldraad om zijn schip gelegd, zodat niemand meer in en uit kon. Advocaten gingen aan de slag en rechters deden uitspraken. Telkens kreeg van Ingen weer gelijk, maar de kranten bleven het vuur opstoken.

In Nieuwesluis stond het landhuis "De Oliphant" dat in 1591-1592 werd gesticht door Cornelis van Coolwijck, rentmeester van de Heerlijkheid Heenvliet. Notaris A. Korteweg die het huis en de omliggende polder in 1918 kocht, overwoog omstreeks 1925 de afbraak van het huis in verband met de zeer slechte staat waarin het geraakt was. De historisch vereniging "Hendrick de Keyser" liet toen Korteweg het huis onder leiding van architect A. de Kok in 1930 ingrijpend restaureren.

LANDHUIS DE OLIPHANT

In 1973 werd besloten tot verplaatsing van "De Oliphant" naar het Zuiderpark in Rotterdam. In 1975 werd met het afbreken ervan begonnen. Dat geschiedde vrijwel steen voor steen. In oktober 1977 stond het fraaie landhuis in zijn oude glorie te prijken op zijn nieuwe plek aan de Kromme Zandweg 90.

Luchtfoto van Nieuwesluis in 1960, met rechts de Brielse Maas en links het Voornes kanaal.

De laatste crisis ontstond in de periode 1960-1970. De oprukkende industrie in het gebied rond Rozenburg vormde een ernstige bedreiging. De keuze was afbreken of verplaatsen. In 1970 kocht de gemeente Rotterdam het landhuis aan van de toenmalige eigenaar, de heer Mr. H. G. Van Everdingen Hij stelde de voorwaarde dat het huis bewaard zou blijven, hetzij op de oude plaats hetzij door verplaatsing naar een andere plek.

In 1953 werd het huis bedreigd door de watersnoodramp. Bijna was de polder waarin het huis gelegen was ondergelopen, maar het dijkje hield het tot tweemaal toe. In "De Oliphant" werden ca. 100 militairen gelegerd, die in verband met de ramp in het gebied werkzaam waren.

Daarna is het landhuis nog drie keer in zijn bestaan bedreigd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wilden de Duitse bezetters het opblazen, wat gelukkig kon worden voorkomen.

In het weekend schalmde altijd jaren 50 muziek van onder andere Paul Anka, Sweet Sixteen, The Platters etc. uit de luidsprekers aan boord, wat in wijde omtrek was te horen en bijdroeg aan de gezellige sfeer zowel aan land als op het water tijdens zeil en ski-demonstraties. Je kon zowel binnen als buiten op de dekterrassen drankjes en eten nuttigen. Die gezelligheid heeft vast bijgedragen aan jaloerse plannenmakers om daar iets anders neer te planten.

ONVERGETELIJKE HERINNERINGEN

Het schip had een groot voor- en bovendek met restaurant. Vanaf het voordek, met een teakhouten reling, had je een prachtig uitzicht over de Brielse Maas.

HET DORP NIEUWESLUIS OPGESLOKT DOOR DE TIJD

Er waren vaak waterski-demonstraties. Midden in de Maas lag ook een spring-schans waar ze met ski’s tegenop vlogen om een enorme sprong te maken. Ook met een parachute, of met meerderen achter een speedboot gaf veel sensatie.

Briellenaren Dik de Bruin en Aad Smit gaven daar ook vaak demonstraties van hun kunnen op de ski’s. Van Ingen verhuurde ook roeiboten.

Nieuwe Brielse Courant   3 september1957

In de winter werd er gevist rond De Watergeus.

Het restaurant ‘Coppelstock’ kreeg uiteindelijk verschillende namen.

Een van de eigenaren werd de bekende zanger Johnny  Jordaan.

Onder andere ‘Het Neusje van de Zalm’, dat werd aangvochten door Arie van der Berg van de Zalm en werd toen ‘Het Neusje’.

Weer later werd het ‘De Brielse Brasem’.