Wim van der Torre

Jachtwerf de Delta

Wim van der Torre


werd in 1929 geboren in Rotterdam Hilligersberg. Zijn vader was molenbaas op een betonmolen en was betrokken bij de bouw van kademuren in de Rotterdamse Waalhaven. Zodoende woonde het gezin op een schip en werd Wim daar, aan boord, geboren. Zijn moeder was een zorgzame en tegelijk tamelijk streng, maar dat moest ook wel met vijf kinderen. Zijn vader was een harde werker, met veel kwaliteiten, waar hij veel van leerde. De van der Torre familie komt vermoedelijk uit Vlaanderen en verdiende de boterham door de jaren heen met veenderij, visserij, schipperij en scheepsbouw. "Mijn vader had dat allemaal in zich en wij hadden veel respect voor alles wat hij kon" verteld Wim. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat alle drie de zoons in de scheepsbouw terecht kwamen.

Op zijn vijftiende ging Wim werken. Eerst bij iemand in de tuin op een tabaks-plantage en later in de metaal, waarbij hij op vele werven in het Waterweggebied ervaring op deed. Op zijn negentiende meldde hij zich bij de Holland Amerika lijn, waar hij als bootsman jongen aan boord mocht komen en zich wist op te werken tot matroos. "Een mooie tijd", zegt hij. "Je zag nog eens wat van de wereld. En omdat ik nogal ondernemend was en niet gauw bang, kreeg ik nog wel eens wat extra's te doen. Zo weet ik nog heel goed dat ik als jonge knaap een keer mocht sturen 'op de brug', dat was fantastisch." Ondanks dat hij genoot van het werken op deze passagiersschepen, wilde hij na twee jaar toch weer terug naar de wal om weer aan een nieuw werkavontuur te beginnen. 

Hij ging toen werken bij een scheepsbouw service bedrijf dat liep als een trein, waardoor hij al snel het plan opvatte om in die richting voor zich zelf te beginnen. Zo kwam hij samen met zijn broer Cor in 1956 in Den Briel terecht waar ze een scheepsbouw en inbouw van motoren begonnen. Van de griendboer Mol aan het einde van de Turfkade konden ze de loodsen huren, dus de scheepswerf was snel een feit. Ze gingen beiden wonen op een woonboot. Wim in de haven, en Cor met zijn gezin op de kade naast de sluis bij de werf. 











Ze kregen echter te maken met een enorme bestedingsbeperking waardoor de markt totaal instortte en de klad kwam in de motor-inbouw. Mensen lieten liever een  nieuw schip bouwen, dan een oud schip verbouwen, dat was gewoon te duur. De gebroeders besloten daarom zich in hoofdzaak te gaan richten op nieuwbouw. Het werk ging steeds beter en alles liep op rolletjes tot het noodlot toesloeg. 

Op een dag kreeg Cor een tragisch ongeval op zijn bootje waarmee hij op dat moment met zijn zoontje op het Brielsemeer voer. Na dit grote verlies kwam Wim na twee jaar dus helemaal alleen te staan. Het is goed voor te stellen dat dat een heel moeilijke tijd geweest is.
Cors vrouw en 4 kinderen zijn toen terug naar Vlaardingen verhuisd.

In 1960 trouwde Wim met Caroline (Lineke) van Gijzen uit Heenvliet en zij betrokken het statige woonhuis op de werf. Samen kregen ze drie kinderen: John, Ruud en Els. 

Het werd een goed gebruik van Wim, jongens van de LAS die niet goed genoeg waren om door te leren of gewoon van school waren gegaan, op de werf de kans gaf te laten zien dat ze wilde werken. Een goed voorbeeld daar van is Dik de Bruin die op een gegeven moment een bedrijf met 25 werknemers had.

In de zestiger jaren kwam Dirk Bravenboer en in 1971 Piet Muilwijk op de werf werken.

Sinds 1968 was Wim ook een enthousiast 1-aprilvierder. In eerste instantie liep hij elk jaar als watergeus onder de scheepsmast van de rammei ploeg. Eind 1971 tijdens een 1-april vergadering op de bovenverdieping van de provoost kwam de vraag van enige leden, waar onder Piet de Bruin en Henk Grootveld, of er niet voor een geuzenschip gezorgd kon worden. Na een kort overleg met ondergetekende werd besloten de wens tot de bouw van een geuzenschip toegezegd. Daarna maakte ondergetekende het ontwerp voor het schip, en maakte Wim een spantenplan. Wim stelde de werf beschikbaar om de bouw van het schip, pro-Deo door een aantal vrijwilligers plaats te kunnen laten vinden. 1-april 1972, tijdens de 
400 jarige herdenking werd het geuzenschip "De Admirael" voor het eerst ingezet met Wim 
als de schipper en zou een lange traditie het gevolg zijn. 

Wim's grootste hobby: het zeezeilen met zijn zelf gebouwde zeiljacht: "de Pitcairn" die Zierikzee als thuishaven had, beleefde hij het liefst alleen met zijn hond. Wim had altijd een herdershond. De rust, het grote water en de vrijheid waren daarbij sleutelwoorden. 

Ook de dagelijkse koffie pauzes op de werf, 's morgens om tien uur aan de keukentafel, 
waar vaak de dingen des levens, het t.v. gebeuren van de vorige avond en dergelijke besproken werden, met werknemers, vrienden en klanten waren kenmerkend. 
Wim was een echte causeur, over welk onderwerp dan ook. 's Middags rond een uur of vier werd er altijd een potje bier gedronken. Om het 'rondje' werd vaak gedobbeld met drie grote houten dobbelstenen. 

Achter de loods op de werf lag een oud roeibootje op zijn kant tegen de schutting aan. 
Het bootje was van Wim's vader geweest, die daarmee altijd op de Rotte had gezeten. 
Daar mocht niemand aankomen, die moest daar blijven staan. 

Wim was gek op dieren. Op de werf liepen ook altijd kippen rond en ook ging hij op een zeker moment vissen kweken, waarvoor hij in de bij-keuken een behoorlijk aantal aquariums had staan. Als hij eenmaal aan een hobby begon, was hij daar bijna dag en nacht mee bezig. 
Ook had hij een hele periode een bok, waarmee hij vaak aan de wandel ging. 

Half zeventiger jaren werden de daken van de loodsen en het woonhuis grondig aangepakt. 
De daken van de loodsen werden in twee jaar tijd: -het was nogal een klus van die grote daken- van plastic dakfolie, nieuwe tengels en panlatten voorzien. Het dak van het woonhuis werd van isolatie, plastic dakfolie, nieuwe tengels en panlatten voorzien en de daklijst van de voorgevel en de dakkapellen werden grondig gerestaureerd. 

In 1978 raakte het geuzenschip "De Admirael" op en was opknappen niet meer mogelijk zodat besloten werd een nieuw schip te bouwen. Deze keer werd gekozen voor het bouwen van een stalen schip, omdat wel duidelijk was dat een 1-april viering zonder geuzenschip ondenkbaar was. Zo kwam het dat in september van het jaar 1978 de kiel gelegd werd voor het nieuwe geuzenschip "De Prince Admirael" op de werf van Wim. Ook deze keer werd het schip weer pro-Deo gebouwd. Op 1-april 1979 werd het schip voor het eerst ingezet bij de inname van 
Den Briel, dat op het Maarland Nz. plaats vond. Onder leiding van Wim werden met “De Prince Admirael” vele tochten gemaakt naar andere steden waar het schip de plaatselijke feesten en herdenkingen opluisterde. 

Half zeventiger jaren ging ook Wims zoon John op de werf werken. Nadat Dirk Bravenboer in 1983 als onderhoudsman ging werken in het Gasthuis, ging ook zoon Ruud op de werf werken. 

In 1990 werd Wim door het bestuur van de 1-aprilvereniging benoemd tot 
“Poorter van het jaar”. 

Piet Muilwijk, een veelzijdige vakman, die al sinds 1971 op de werf werkte, ging in 1992 
na 21 jaar trouwe dienst met pensioen.

Met zijn boot de Pitcairn ging Wim in de zomermaanden samen met de scheepshond Nora en later Simba, alleen op pad met als hoogtepunt een tocht van 5 maanden naar het Noorden dwars door Zweden door het Gotakanaal met 56 sluizen tot 200 mijl boven Stockholm en door de Botniche Golf terug. Een onvergetelijke tocht waar hij soms nog met weemoed aan terug denkt. Hij kon dit doen om dat John en Ruud de werf runden. Daarna waren zijn tochten jaarlijks gebaseerd op Scandinavië. Dat wil zeggen Denemarken en OostDuitsland. Noorwegen en Zweden zijn namelijk landen met verregaande eisen voor als je een hond aan boord heb. Om dat ieder jaar weer te moeten regelen vond hij niet zo prettig. Maar Denemarken is een prachtig land, waar gemoedelijkheid de boventoon voert, alleen zijn Scandinaviërs wat in zich zelf gekeerd volgens Wim. "Dat komt denk ik door het heftige klimaat in de winter. Maar als je hulp behoeft staan ze gelijk voor je klaar is zijn ervaring. Wat erg belangrijk is dat ze je in je eigenwaarde laten en dat vindt en vond ik een belangrijk goed"
verteld Wim. In oktober van het jaar 2000 lag hij met de Pitcairn in Antwerpen. Als hij terug kwam van mijn tochten naar het Noorden ging hij er nog regelmatig op uit naar het Zuiden. Meestal zette hij dan eerst in zijn eentje in het najaar de werf vol met stallingboten. 
In Antwerpen werd hij eind 2002 gebeld door zijn zoon John. Hevig aangeslagen deed hij de mededeling  dat de lier van de kraan het had begeven. Hij is toen zo  snel als het kon naar huis gevaren en kreeg van de jongens te horen dat zij het niet meer zagen zitten om met de werf door te gaan. Een nieuwe kraan kopen vergt veel geld ook al omdat de eisen aan zo'n kraan tegenwoordig ook niet mis zijn. Bovendien werden ze de toenemende regelzucht van de overheid met allerlei zaken ook zat. Het is goed te begrijpen dat de familie er helemaal kapot van was, het besluit te moeten nemen de werf te sluiten.

In december 2000 werden de loodsen en het woonhuis aan de Turfkade 35, aangekocht door Brielsch beleg, met de restrictie dat de familie er een jaar of tien mocht blijven wonen. 
Winter 2001/2002 kwam er na 44 jaar met een grote onderhoudsbeurt aan het geuzenschip, een einde aan de Jachtwerf de Delta.

Jachtwerf de Delta


Wim van der Torre



werd in 1929 geboren in Rotterdam Hilligersberg. Zijn vader was molenbaas op een betonmolen en was betrokken bij de bouw van kademuren in de Rotterdamse Waalhaven. Zodoende woonde het gezin op een schip en werd Wim daar, aan boord, geboren. Zijn moeder was een zorgzame en tegelijk tamelijk streng, maar dat moest ook wel met vijf kinderen. Zijn vader was een harde werker, met veel kwaliteiten, waar hij veel van leerde. De van der Torre familie komt vermoedelijk uit Vlaanderen en verdiende de boterham door de jaren heen met veenderij, visserij, schipperij en scheepsbouw. "Mijn vader had dat allemaal in zich en wij hadden veel respect voor alles wat hij kon" verteld Wim. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat alle drie de zoons in de scheepsbouw terecht kwamen.


Op zijn vijftiende ging Wim werken. Eerst bij iemand in de tuin op een tabaks-plantage en later in de metaal, waarbij hij op vele werven in het Waterweggebied ervaring op deed. Op zijn negentiende meldde hij zich bij de Holland Amerika lijn, waar hij als bootsman jongen aan boord mocht komen en zich wist op te werken tot matroos. "Een mooie tijd", zegt hij. "Je zag nog eens wat van de wereld. En omdat ik nogal ondernemend was en niet gauw bang, kreeg ik nog wel eens wat extra's te doen. Zo weet ik nog heel goed dat ik als jonge knaap een keer mocht sturen 'op de brug', dat was fantastisch." Ondanks dat hij genoot van het werken op deze passagiersschepen, wilde hij na twee jaar toch weer terug naar de wal om weer aan een nieuw werkavontuur te beginnen.


Hij ging toen werken bij een scheepsbouw service bedrijf dat liep als een trein, waardoor hij al snel het plan opvatte om in die richting voor zich zelf te beginnen. Zo kwam hij samen met zijn broer Cor in 1956 in Den Briel terecht waar ze een scheepsbouw en inbouw van motoren begonnen. Van de griendboer Mol aan het einde van de Turfkade konden ze de loodsen huren, dus de scheepswerf was snel een feit. Ze gingen beiden wonen op een woonboot. Wim in de haven, en Cor met zijn gezin op de kade naast de sluis bij de werf.












Ze kregen echter te maken met een enorme bestedingsbeperking waardoor de markt totaal instortte en de klad kwam in de motor-inbouw. Mensen lieten liever een  nieuw schip bouwen, dan een oud schip verbouwen, dat was gewoon te duur. De gebroeders besloten daarom zich in hoofdzaak te gaan richten op nieuwbouw. Het werk ging steeds beter en alles liep op rolletjes tot het noodlot toesloeg.


Op een dag kreeg Cor een tragisch ongeval op zijn bootje waarmee hij op dat moment met zijn zoontje op het Brielsemeer voer. Na dit grote verlies kwam Wim na twee jaar dus helemaal alleen te staan. Het is goed voor te stellen dat dat een heel moeilijke tijd geweest is.

Cors vrouw en 4 kinderen zijn toen terug naar Vlaardingen verhuisd.


In 1960 trouwde Wim met Caroline (Lineke) van Gijzen uit Heenvliet en zij betrokken het statige woonhuis op de werf. Samen kregen ze drie kinderen: John, Ruud en Els.


Het werd een goed gebruik van Wim, jongens van de LAS die niet goed genoeg waren om door te leren of gewoon van school waren gegaan, op de werf de kans gaf te laten zien dat ze wilde werken. Een goed voorbeeld daar van is Dik de Bruin die op een gegeven moment een bedrijf met 25 werknemers had.


In de zestiger jaren kwam Dirk Bravenboer en in 1971 Piet Muilwijk op de werf werken.


Sinds 1968 was Wim ook een enthousiast 1-aprilvierder. In eerste instantie liep hij elk jaar als watergeus onder de scheepsmast van de rammei ploeg. Eind 1971 tijdens een 1-april vergadering op de bovenverdieping van de provoost kwam de vraag van enige leden, waar onder Piet de Bruin en Henk Grootveld, of er niet voor een geuzenschip gezorgd kon worden. Na een kort overleg met ondergetekende werd besloten de wens tot de bouw van een geuzenschip toegezegd. Daarna maakte ondergetekende het ontwerp voor het schip, en maakte Wim een spantenplan. Wim stelde de werf beschikbaar om de bouw van het schip, pro-Deo door een aantal vrijwilligers plaats te kunnen laten vinden. 1-april 1972, tijdens de

400 jarige herdenking werd het geuzenschip "De Admirael" voor het eerst ingezet met Wim

als de schipper en zou een lange traditie het gevolg zijn.


Wim's grootste hobby: het zeezeilen met zijn zelf gebouwde zeiljacht: "de Pitcairn" die Zierikzee als thuishaven had, beleefde hij het liefst alleen met zijn hond. Wim had altijd een herdershond. De rust, het grote water en de vrijheid waren daarbij sleutelwoorden.


Ook de dagelijkse koffie pauzes op de werf, 's morgens om tien uur aan de keukentafel,

waar vaak de dingen des levens, het t.v. gebeuren van de vorige avond en dergelijke besproken werden, met werknemers, vrienden en klanten waren kenmerkend.

Wim was een echte causeur, over welk onderwerp dan ook. 's Middags rond een uur of vier werd er altijd een potje bier gedronken. Om het 'rondje' werd vaak gedobbeld met drie grote houten dobbelstenen.


Achter de loods op de werf lag een oud roeibootje op zijn kant tegen de schutting aan.

Het bootje was van Wim's vader geweest, die daarmee altijd op de Rotte had gezeten.

Daar mocht niemand aankomen, die moest daar blijven staan.


Wim was gek op dieren. Op de werf liepen ook altijd kippen rond en ook ging hij op een zeker moment vissen kweken, waarvoor hij in de bij-keuken een behoorlijk aantal aquariums had staan. Als hij eenmaal aan een hobby begon, was hij daar bijna dag en nacht mee bezig.

Ook had hij een hele periode een bok, waarmee hij vaak aan de wandel ging.


Half zeventiger jaren werden de daken van de loodsen en het woonhuis grondig aangepakt.

De daken van de loodsen werden in twee jaar tijd: -het was nogal een klus van die grote daken- van plastic dakfolie, nieuwe tengels en panlatten voorzien. Het dak van het woonhuis werd van isolatie, plastic dakfolie, nieuwe tengels en panlatten voorzien en de daklijst van de voorgevel en de dakkapellen werden grondig gerestaureerd.


In 1978 raakte het geuzenschip "De Admirael" op en was opknappen niet meer mogelijk zodat besloten werd een nieuw schip te bouwen. Deze keer werd gekozen voor het bouwen van een stalen schip, omdat wel duidelijk was dat een 1-april viering zonder geuzenschip ondenkbaar was. Zo kwam het dat in september van het jaar 1978 de kiel gelegd werd voor het nieuwe geuzenschip "De Prince Admirael" op de werf van Wim. Ook deze keer werd het schip weer pro-Deo gebouwd. Op 1-april 1979 werd het schip voor het eerst ingezet bij de inname van

Den Briel, dat op het Maarland Nz. plaats vond. Onder leiding van Wim werden met “De Prince Admirael” vele tochten gemaakt naar andere steden waar het schip de plaatselijke feesten en herdenkingen opluisterde.


Half zeventiger jaren ging ook Wims zoon John op de werf werken. Nadat Dirk Bravenboer in 1983 als onderhoudsman ging werken in het Gasthuis, ging ook zoon Ruud op de werf werken.


In 1990 werd Wim door het bestuur van de 1-aprilvereniging benoemd tot

“Poorter van het jaar”.


Piet Muilwijk, een veelzijdige vakman, die al sinds 1971 op de werf werkte, ging in 1992

na 21 jaar trouwe dienst met pensioen.


Met zijn boot de Pitcairn ging Wim in de zomermaanden samen met de scheepshond Nora en later Simba, alleen op pad met als hoogtepunt een tocht van 5 maanden naar het Noorden dwars door Zweden door het Gotakanaal met 56 sluizen tot 200 mijl boven Stockholm en door de Botniche Golf terug. Een onvergetelijke tocht waar hij soms nog met weemoed aan terug denkt. Hij kon dit doen om dat John en Ruud de werf runden. Daarna waren zijn tochten jaarlijks gebaseerd op Scandinavië. Dat wil zeggen Denemarken en OostDuitsland. Noorwegen en Zweden zijn namelijk landen met verregaande eisen voor als je een hond aan boord heb. Om dat ieder jaar weer te moeten regelen vond hij niet zo prettig. Maar Denemarken is een prachtig land, waar gemoedelijkheid de boventoon voert, alleen zijn Scandinaviërs wat in zich zelf gekeerd volgens Wim. "Dat komt denk ik door het heftige klimaat in de winter. Maar als je hulp behoeft staan ze gelijk voor je klaar is zijn ervaring. Wat erg belangrijk is dat ze je in je eigenwaarde laten en dat vindt en vond ik een belangrijk goed"

verteld Wim. In oktober van het jaar 2000 lag hij met de Pitcairn in Antwerpen. Als hij terug kwam van mijn tochten naar het Noorden ging hij er nog regelmatig op uit naar het Zuiden. Meestal zette hij dan eerst in zijn eentje in het najaar de werf vol met stallingboten.

In Antwerpen werd hij eind 2002 gebeld door zijn zoon John. Hevig aangeslagen deed hij de mededeling  dat de lier van de kraan het had begeven. Hij is toen zo  snel als het kon naar huis gevaren en kreeg van de jongens te horen dat zij het niet meer zagen zitten om met de werf door te gaan. Een nieuwe kraan kopen vergt veel geld ook al omdat de eisen aan zo'n kraan tegenwoordig ook niet mis zijn. Bovendien werden ze de toenemende regelzucht van de overheid met allerlei zaken ook zat. Het is goed te begrijpen dat de familie er helemaal kapot van was, het besluit te moeten nemen de werf te sluiten.


In december 2000 werden de loodsen en het woonhuis aan de Turfkade 35, aangekocht door Brielsch beleg, met de restrictie dat de familie er een jaar of tien mocht blijven wonen.

Winter 2001/2002 kwam er na 44 jaar met een grote onderhoudsbeurt aan het geuzenschip, een einde aan de Jachtwerf de Delta.


Rens van Adrighem

Jávea Spanje   

juni 2008

Brielles laatste

Een klein stukje vóórgeschiedenis


Al eeuwen lang werden er in Den Briel schepen gebouwd. Aan de haven aan de achterzijde van de Nieuwstraat - waarvan de meeste bewoners iets met de scheepsbouw of visserij te maken hadden- bevond zich een scheepswerf waar veelal kleine houten binnenvaart- en vissers schepen gebouwd werden.

In 1960 werd de laatste helling

afgebroken want reeds sinds de vorige eeuw leidde de werf een kwijnend bestaan. Daarmee kwam er een einde aan een eeuwenlange drukke nering aan de Brielse waterkant.

Tot 1952 vonden er ook scheep reparaties plaats in de voormalige sloepenloods aan de Kostverloren.

Van begin vijftiger jaren tot eind zeventiger jaren was er nog de jachtwerf Moerman.

Daartoe werd de Rochus Meeuwiszoonweg tussen de vesting en het havenhoofd onderbroken, door een haventje te graven ten behoeve van de werf. Er werden stalen jachten gebouwd.

In 1956 vestigden zich in de binnenstad de gebroeders Wim en Cor van der Torre, met hun Jachtwerf de Delta, in de loodsen van griendboer Mol aan het einde van de Turfkade.

Op de plaats waar tot 1961 de laatste dwarshelling van het daar gelegen scheepswerfje was,

betrokken de Van der Torre’s in 2007 een woning in de Nieuwstraat,

met de achterzijde gelegen aan de haven.

Ze wonen dus eigenlijk weer op een (voormalige) scheepswerf.


In 2008 werden de loodsen aan de Turfkade uit 1703, tegen de grond gehaald,

waarmee een belangrijk historisch stukje erfgoed verloren ging.

Het woonhuis uit 1861 werd gerestaureerd en op de plaats van de loodsen

werden zeven appartementen gebouwd.


Het complex kreeg de voor de hand liggende naam: “De Scheepswerf”,

te danken aan het feit dat de familie Van der Torre daar in 1958

de scheeps- en Jachtwerf de Delta stichtte

en er daarmee dus een nieuw stukje Brielse historie ontstond.

Achterzijde Nieuwstraat 2008

De oude Scheepswerf aan de achterzijde van de Nieuwstraat tot 1961

Turfkade 35

1958 - 2007

De zoons Ruud en John begonnen het jachtservice bedrijfje De Delta in de Boterstraat.


Wim bouwde voor zichzelf in drie winters in de leegstaande loods een houten bootje met een elektrische ‘fluister motor’ om te gaan genieten van zijn welverdiende pensioen.

Scheeps-&
 Jachtbouwer

En zo werd  Wim Sheepsbouwer in ruste.

NAAR: Site inhoud

In Memoriam    
1929     Wim van der Torre     2008
Op 23 november 2008 overleed Wim
 na een ongelijke strijd tegen een ongeneeslijke ziekte.

In Memoriam   

1929     Wim van der Torre     2008

Op 23 november 2008 overleed Wim

na een ongelijke strijd tegen een ongeneeslijke ziekte.

Rens van Adrighem

door autodidact      kunstenaar