Zijn werkzame leven:
Bas was zoals hij zelf altijd zei: “een man van twaalf ambachten maar niet van dertien ongelukken.” Hij pakte alles aan. Was onder andere broodbezorger, rietsnijder en sigarenmaker. In de laatste jaren van de tweede wereldoorlog was hij verplicht voor de Duitse bezetter te werken, zoals het aanbrengen van prikkeldraad.
Even na de bevrijding liep half Den Briel uit naar de Turfkade, alwaar Bas vanaf het dak van een urinoir, onverschrokken de NSB-ers en de Duitse bevelhebber stond te “bezingen”. Bas leerde in 1954 Hester uit Zwartewaal kennen en zij trouwden in 1956. Zij gingen toen wonen in één van de kleine huisjes op het Maarland Nz.naast de Sloepenloods. Intussen had Bas een baan gekregen bij de gemeente Brielle. Eerst als stratenmaker en later als conciërge van de BLO-school, waar Bas altijd een heel leuk contact had met de kinderen. Het werken binnen vier muren was echter niet geschikt voor Bas. Mede door het toedoen van zijn Hester, kwam hij bij de plantsoenendienst terecht.
